Home

Mevrouw Margaretha eet elke dag (bijna) gratis buiten de deur

Kom Cor, zegt Margaretha van Aken (75). We gaan. En daar gaan ze: Margaretha in haar scootmobiel, haar vriendin Corrie (73) met de tram. Naar de maaltijd in De Brandaris, kerk van de Evangelische gemeente in Rotterdam Delfshaven. Om de week verzorgen vrijwilligers daar op donderdagavond een gratis maaltijd voor iedereen die wil aanschuiven.

Om vijf uur staan de eerste bezoekers al voor de deur van de kerk. Binnen worden ze verwelkomd door een mevrouw die koffie of thee schenkt in een papieren bekertje. We gaan zitten aan een van de tafels.

Sommige bezoekers zijn smoezelig van het leven op straat, anderen komen in werkkleding. Meer ouderen dan jongeren, soms met rollator. Margaretha steekt regelmatig haar hand op, ter begroeting. Er is plaats voor meer dan honderdvijftig mensen.

Als je alleen bent, kun je thuis blijven mopperen. Je de pleuris vervelen, je eenzaam voelen. Of je kunt eropuit. Margaretha kiest voor dat laatste, zegt ze. Elke dag eet ze buiten de deur in haar eigen buurt. Moet je dan rijk zijn? Welnee. Margaretha heeft het helemaal niet breed. Je moet slim zijn!

Terwijl steeds meer bezoekers de tot eetzaal omgebouwde ruimte binnendruppelen, vertelt Margaretha over haar weekschema. Op maandagavonden gaat ze meestal naar het Westervolkshuis, vlakbij het Spartastadion. Prijzigste plek: 5 euro. Dat is het helemaal waard, zegt ze. Het eten is goed. Verse soep, aardappels met boontjes of bietjes of zo. Karbonaadje. Lekker toetje.

Toch Cor? Corrie knikt. Ze gaan vaak samen nu de kleinkinderen van Corrie groot zijn en ze niet meer hoeft op te passen.

Ssssst. We moeten even stil zijn. De maaltijd wordt gezegend. Amen. Iedereen krijgt een kop groentesoep aan tafel. Daarna gaan we met een bord langs de balie voor een flinke schep boerenkoolstampot met jus, salade en gehakt (halal) of worst. „Smaakt best, hè Cor”, zegt Margaretha. Corrie knikt.

Wie in Brandaris nog trek heeft, mag een tweede keer stamppot op laten scheppen. Margaretha vertelt opgewekt dat de vorige keer haar tafelgenoot tijdens de maaltijd haar kunstgebit uit haar mond haalde en dat netjes schoonmaakte met haar servetje.

Op dinsdagen gaan ze naar de aanschuifmaaltijd die wordt geserveerd door Manon in de wijkhuiskamer De Pupillen in de Pupillenstraat. Ook lekker, vindt Margaretha. Daar staat een pot waar je een munt in kunt gooien, als vergoeding. Op woensdag is lunchen in de ‘ouderenhuiskamer’ in de serviceflat in de Jan Kruijffstraat vaste prik. Die kost niets. Daarna spelen ze Rummikub tot een uur of vier.

En donderdagen eten ze dus om de week hier in de kerk. De andere donderdag in het Huis van de wijk Pier 80. Voor vrijdag heeft ze net een nieuw adresje gekregen. Dat gaat ze binnenkort uitproberen.

Alleen in het weekend zijn vaste gratis maaltijden schaarser. Kookt ze dan zelf? Dat lukt niet goed meer, zegt Margaretha. Ze haalt wat. Patat of bami. Een Turkse pizza. Een kibbelingetje bij de visboer.

In de kerk is het toetje vanillevla. Daarna trekken Margaretha en Corrie hun jas aan. Morgenochtend zien ze elkaar weer. Wat ze gaan doen? Brunchen. Om elf uur. Ook in het Westervolkshuis. Eerst was dat 2 euro, dat is nu 3 euro. Dat is het helemaal waard, vindt Margaretha. Je krijgt soep, een stuk fruit en altijd een gekookt eitje. En een broodje met lekker beleg, kipkerrie of zo. Je mag een tweede pakken.

Corrie: „En daarna doen we Rummikub.”

Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag

Source: NRC

Previous

Next