Home

Het International Film Festival Rotterdam opent met een vermakelijke, maar zeer verdelende film

IFFR 2026 Het filmfestival van Rotterdam is begonnen met ‘Providence and the Guitar’: een vermakelijke arthousefilm over kunst als manier van leven en daad van verzet. Het past goed bij deze festivaleditie.

Scène uit de IFFR openingsfilm 'Providence and the Guitar'.

‘Kunst is kunst! Ik breng een saluut aan de kunst. Het is het prachtige, het goddelijke, de geest van de wereld en de trots van het leven!” De woorden van de flamboyante Léon, die schmierend door het 17de-eeuwse Portugal gaat, hadden net zo goed in het openingspraatje van IFFR kunnen zitten. Providence and the Guitar – een kunstige komedie over Portugese kunstenaars die zich verzetten tegen hun tijd – was een toepasselijke opening van de 55ste editie van IFFR. Zelden legde het festival namelijk, zoals de film, zo veel nadruk op kunst als vorm van verzet in een gepolariseerde wereld.

International Film Festival Rotterdam staat er goed voor. Na de pandemische rampjaren sloeg het festival onder leiding van artistiek directeur Vanja Kaludjercic de afgelopen jaren een nieuwe koers in. De kersen werden van de taart geplukt, het festival kromp naar elf dagen: ‘impact boven schaal’ was de filosofie. En er kwam een hernieuwde focus. IFFR was altijd het festival voor de hogere filmkunst waar je met een kop muntthee en een frons naar kijkt. Maar de laatste jaren is er meer aandacht voor genrefilms (actie, komedie, thriller, horror): films die vaak ondersneeuwen op de grotere festivals waar IFFR tussen navigeert: Sundance, de Berlinale, Cannes. „We willen zo toegankelijk mogelijk zijn voor zo veel mogelijk mensen”, zei Kaludjercic dit jaar tegen entertainmentvakblad Variety. Er is zelfs een Baby Film Club, en daar wordt geen Roemeens existentialisme vertoond.

De strategie werkte. Vorig jaar kwamen de pre-pandemische bezoekerscijfers voor het eerst weer in zicht: 296.000 bezette stoelen, met ruim 482 films. Een stijging van 12 procent ten opzichte van 2024, en naar verhouding bijna evenveel als ‘het laatste normale jaar’ 2019, toen het festival zo’n 327.000 bezoeken trok. Dit jaar zet het festival die lijn door, met prijsvechters als The Secret Agent (twee Golden Globes) Sirât en Jim Jarmusch’ Gouden Palm-winnaar Father Mother Sister Brother, met focusprogramma’s rond de ‘Egyptische James Cameron’ Marwan Hamed en met Japanse V-Cinema: de soms bloedige, soms erotische shockfilms die de Japanse filmindustrie vorige eeuw uit het slop trokken. Al blijft IFFR een plek voor experimentele films; er blijven weinig andere plekken waar je zalen regelmatig ziet uitlopen.

100.000 dollar om een kortfilm te maken

Maar dit jaar lijkt er wel nog iets anders: het festival was niet vaak zo activistisch en begaan met de wereld. Zo gaan dit jaar de eerste films van het Displacement Film Fund in première. Vorig jaar kondigde mede-bedenker Cate Blanchett het fonds in Rotterdam aan: vijf ontheemde filmmakers, gevlucht uit Syrië, Oekraïne, Iran, Afghanistan en Somalië, kregen elk 100.000 dollar van het fonds om een kortfilm te maken. Niet per se over politiek, onderdrukking of vluchten, maar over wat ze ook maar willen – geld om te experimenteren.

Ook op andere manieren verwerkt het IFFR de actualiteit in het programma. De hoofdgast is dit jaar actrice Hiam Abbass: ‘het gezicht van de Palestijnse film’. Haar film nieuwe film Palestine 36 gaat in Rotterdam in première, over Palestijns verzet tegen de Britse autoriteiten vóór de stichting van Israël.

Experimenteel, activistisch, vermakelijk. Het is deze editie van IFFR in drie woorden, maar typeert ook de film Providence and the Guitar waarmee het festival zichzelf donderdagavond lanceerde. Twee berooide troubadours, Léon en Elvira, bereizen daarin een prentenboek-achtig negentiende-eeuws Portugal op zoek naar een podium. Het zijn markante figuren: hij beweegt alsof hij kabuki-theater doet, zij straalt de rust en superioriteit van een neergedaalde oergodin uit.

Aan het begin van de film arriveren ze in het stadje Covarronca, waar ze een „tragische gekte” treffen, een vervloekte plek vol „varkens, honden, commissarissen” en giechelende kinderdemonen in het duister. Kunst sterft hier al voor het de planken bereikt. Maar ondanks vergunningsperikelen, corruptie en financiële tegenslag, moet én zal de stad in vervoering gebracht worden door hun bloemige dweeptheater.

Providence and the Guitar

Providence and the Guitar is een verrassende adaptatie van Robert Louis Stevensons (Schateiland) gelijknamige boek. Net als je denkt de film wel ontmaskerd te hebben als charmante maar irritante kostuumkomedie, springt hij opeens naar het heden. We zien precies dezelfde personages, maar dan hoe ze in onze tijd zouden zijn: hij is een cynische rockster die monotone liederen zingt over het vermoorden van de president, zij een politiek activist met kantoorbaan (en zijn grootste fan). Het contrast kon niet groter – maar verleden en heden blijken veel uitdagingen te delen.

Enerzijds is Providence and the Guitar een koddige komedie. Met liedjes, Bassie en Adriaan-schurken en een les voor het heden. Anderzijds is het absurdistische arthouse, waar je veel ‘zelf moet doen’. Als je erin meegaat, heeft de film een charmante boodschap. Er wordt getrokken aan degene die vrij wil leven, die kunst wil maken. Vanuit het grote geld: hoe verdien je aan schilderen? Vanuit de politiek: hoe breng je een boodschap over met je liederen? Vanuit de corrupte overheid. Léon en Elvira vechten om hun kunst puur te houden; een uiting van liefde voor het leven en voor elkaar. En dat is op zichzelf al een daad van verzet tegen „de ontberingen van het leven”.

Het was voer voor debat op de openingsavond van IFFR: velen konden dit trage, bewust aanstellerige absurdisme niet verdragen en verlieten de zaal. Anderen dweepten graag met Léon en Elvira mee. Het 55ste IFFR is, kortom, begonnen.

Source: NRC

Previous

Next