Kunstmatige intelligentie De snelle inburgering van allerlei toepassingen van AI in de samenleving zou veel meer kritische vragen moeten oproepen. Een prettig tegendraads boek wil daarbij behulpzaam zijn.
Datacentrum van Microsoft in Middenmeer.
Gabriella Obispa en Laurens Vreekamp: Niet onze AI. Voorbij de beloften van Big Tech. Van Duuren Media, 244 blz. € 29,99.
Het is snel gegaan, de massale bekering tot kunstmatige intelligentie. Sinds ChatGPT in november 2022 ons leven binnenstormde is kunstmatige intelligentie (AI) geen lastig te begrijpen concept meer. Iedereen kan zich er nu iets bij voorstellen. Nog voor we goed en wel de voor- en nadelen hebben afgewogen, horen de populaire chatbot en zijn soortgenoten al bij de dagelijkse praktijk in klaslokalen en collegezalen, bedrijven en onderzoeksinstituten, in de beeldcultuur, op sociale media, in kantoorsoftware en ga maar door.
Het gevoel dat je met deze wonderbaarlijke hulpmiddelen een soort toverstokje in handen hebt is vrij onweerstaanbaar. Schrijf dit voor me, ontwerp dat voor me, maak een filmpje over X in de stijl van Y, componeer een meezinger over AI of een sonnet over sneeuw in januari – en voilà, het ligt al voor je klaar.
Natuurlijk, wie een beetje heeft opgelet weet dat er schaduwkanten kleven aan deze vorm van AI. De chatbots kunnen met grote stelligheid onzin beweren. Ze vreten energie. Ze zijn veelal zonder toestemming ‘getraind’ met auteursrechtelijk beschermd materiaal. Ze maken in chats een menselijke indruk, maar zijn niets meer dan computerprogramma’s die hun zinnen smeden louter op basis van de statistische waarschijnlijkheid van steeds het volgende woord.
Allemaal goed om bij het gebruik in je achterhoofd te houden, kan je denken, en hoppa, aan de slag. Maar dan ga je voorbij aan de fundamentele en ook praktische vragen die worden opgeworpen in het prettig tegendraadse boek Niet onze AI. Voorbij de beloften van Big Tech. De auteurs zijn Gabriella Obispa, jurist en projectleider AI Ethiek en Recht bij de Nationale Politie, en journalist en docent Laurens Vreekamp.
Zij pleiten ervoor AI niet te beschouwen als een natuurverschijnsel dat ons overkomt, in de vorm die de grote tech-bedrijven er nu eenmaal voor hebben bedacht. Want dat is ‘niet onze AI’, is hun stelling, maar technologie gebouwd op „een overwegend witte, Westerse, hetero-normatieve basis” en vanuit de taal en het wereldbeeld van Silicon Valley.
In het boek staat een wereldkaart waarop landen groter zijn naarmate hun data een grotere rol hebben gespeeld bij het trainen van AI. Geen verrassing dat de VS een dikke ballon is, Zuid-Amerika een floddertje en Afrika niet meer dan een mager sliertje. We zouden ervoor moeten zorgen, stellen Obispa en Vreekamp, dat „meer diverse stemmen en perspectieven betrokken raken bij het ontwerpen van AI-systemen – en daarmee ook onze toekomst”.
Obispa en Vreekamp benadrukken dat ze „AI niet willen weren, maar verantwoorder willen inzetten”. Ze doen de lezer daartoe een aantal praktische handreikingen en waarschuwen voor valkuilen. Zoals: pas op als in je organisatie wordt gezegd: we moeten echt wat meer aan AI gaan doen. Dan wordt AI een doel op zich. Vraag in plaats daarvan eerst welk probleem eigenlijk opgelost moet worden, en onderzoek vervolgens of AI dan wel een andere oplossing de grootste kans op succes biedt.
Een andere valkuil is de uitspraak: met AI we kunnen veel efficiënter werken. Maar „efficiëntie is geen neutrale term”, waarschuwen Obispa en Vreekamp. „Efficiënt voor wie? Efficiëntie op korte of lange termijn? En ten koste van wat?”
Niet onze AI wil veel dingen tegelijk. Laten zien dat je ‘nee’ kan zeggen tegen populaire toepassingen van AI, dat er andere mogelijkheden zijn en hoe je daarover kan praten met je werkgever, collega’s of anderen. Het boek is een pamflet tegen de AI van Big Tech, en ook, via interviews met experts, een verkenning van alternatieve manieren om kunstmatige intelligentie in te zetten. Bijvoorbeeld om daarmee laaggeletterden en mensen met een fysieke of mentale beperking te helpen meer mee te doen in de maatschappij.
Het boek is ook een praktische handleiding met tips, oefeningen en zelfs een grafisch weergegeven „stappenplan voor doordachte AI-inzet”. Soms is de toon wat schools en belerend, dan weer informeel (geïnterviewden die bij de voornaam worden genoemd), of juist academisch met abstracte vaktermen en voetnoten (al moet je voor de meeste noten een QR-code scannen om ze te kunnen lezen).
Dat alles vergt concentratie van de lezer. Maar wie dat erin steekt wordt aan het denken gezet, en soms tot tegenspraak geprikkeld. Wat bij dit onderwerp zeer welkom is.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC