Als kind was ik dol op RollerCoaster Tycoon, een computerspel waarin je je eigen pretpark bouwde. Deed je dat een beetje naar behoren, dan stroomde je park vol met pixelige poppetjes die zich uitleefden in je zelfontworpen achtbanen, doolhoven en beeldentuin. Een heerlijk gevoel was het, wanneer je een wandelpad aanlegde en de poppetjes er prompt overheen gingen lopen, of als je een nieuwe attractie neerzette en zich gestaag een rij gewillige bezoekers vormde. Dat dat gebeurde was geen gegeven, want anders dan bij De Sims waren de poppetjes in RollerCoaster in zekere mate behept met een vrije wil; hoogstens kon je ze een bepaalde kant op nudgen. Des te groter was mijn vreugde als ze zich voegden naar het pad dat ik met zorg voor ze uitdacht. Yes! Ze doen het!
Ik stel me wel eens voor dat besluitvormers in het openbaar bestuur dat gevoel ook moeten kennen. Wanneer een wethouder tijdens een wandelingetje door zijn gemeente constateert dat er een stel kleuters aan het spelen is op het op zijn gezag aangelegde wipkippencluster. Of een ambtenaar ontdekt dat burgers warempel aanvragen indienen voor een niche subsidiepotje voor duurzame mantelzorginnovaties. Yay! Ze doen het!
Omgekeerd kan ik me voorstellen wat voor teleurstelling het moet zijn voor bestuurders wanneer zo’n zorgvuldig ontworpen overheidsinterventie niet de gehoopte reactie oplevert. In een snelbus tussen Leiden en Den Haag wees een praatgrage buschauffeur me jaren geleden op een merkwaardige metalen stellage waar we onderdoor zoefden, het was een eekhoorntjesbrug, zei hij, het ding had de belastingbetaler 150.000 euro gekost, en met wildcamera’s was vastgesteld dat er jaarlijks welgeteld twee eekhoorns overheen liepen. Hij gierde het uit.
Hoezeer ik me ook kan inleven in goedbedoelende bestuurders, als burger heb ik me altijd meer geïdentificeerd met de autonome eekhoorn die zelf wel beslist of ze die brug overloopt dan met het RollerCoaster-poppetje dat zich zonder al te veel nadenken tot gewenste handelingen laat manipuleren. Ik ervoer dan ook wat schaamte toen ik begin deze maand het oranje-paarse foldertje opensloeg dat al een paar weken op de keukentafel had gelegen, en dat ook u als het goed is in uw brievenbus heeft gekregen; de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid roept ons erin op om voorbereidingen te treffen voor een noodsituatie. Met het boekje in mijn schoot op de bank hoorde ik een tevreden NCTV in mijn hoofd: kijk eens aan, ze doet het!
Wat ik las riep gemengde gevoelens bij me op. Het cultiveren van zelfredzaamheid in geval van nationale nood, waar het boekje in zekere zin toe aanspoorde, sprak de libertariër in mij nog best aan. Alleen is preppen toch wat minder cool als het moet van overheidswege. De haren rezen me te berge bij de paternalistische instructies over de aan te schaffen voedingsmiddelen („groente of vlees in blik, noten en gedroogd fruit”), plekken om het boekje te bewaren („in de keukenla, in de meterkast of bij je belangrijke papieren”), of manieren om er met medeburgers over te converseren („denk aan logische onderwerpen of momenten om erover te beginnen, bijvoorbeeld of zij het boekje ook hebben gelezen of iets wat je op het nieuws hebt gezien of gehoord”). Tegelijk sprak er uit de overduidelijke B1-taal en de vriendelijke striptekeningen zo’n ontwapenende goedaardigheid dat ik toch weer mild werd gestemd.
In de supermarkt zweefde mijn hand boven de zakken gedroogde linzen. Ik keek over mijn schouder. Zagen mensen me nu niet aan voor een al te gewillig RollerCoaster-poppetje; een slaafse Sim zelfs? Ik doe het heus uit vrije wil, zei ik tegen mezelf, en was ik toevallig niet toch al van plan binnenkort weer eens linzensoep maken?
Thuisgekomen googlede ik „eekhoorntjesbrug N44”. Een nieuwsbericht van Omroep West van een paar jaar terug. „Het heeft bijna tien jaar geduurd, maar eekhoorns en boommarters maken eindelijk massaal gebruik van de aangelegde faunabrug over de Benoordenhoutseweg in Den Haag.”
Ook zij waren overstag dus. Het luchtte op, een beetje.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC