Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Onderweg naar huis trok een abri mijn aandacht. Hij was verlicht, een groot geel gevaarte met in chocoladeletters de tekst: ‘Waar zou je zijn, zonder de servicemogelijkheden bij Hornbach?’ Na een lange dag waarin van alles tegen had gezeten, was dit de druppel. Hoe bedoel je ‘waar zou ik zijn zonder de servicemogelijkheden bij Hornbach’? Gewoon hier, op de fiets, op dezelfde plek waar ik zou zijn mét de servicemogelijkheden van Hornbach.
Ongeacht de aanwezigheid van de servicemogelijkheden van Hornbach zou mijn leven er precies zo uitzien als nu, met twee kinderen, leuk werk, een knappe vrouw, een hardnekkige blessure die ik heb opgelopen tijdens het hardlopen en een oplaadbaar fietslampje dat te snel leeg gaat en ik steeds vergeet op te laden. Dus daarom moet je de poster uit de abri halen, hem zo klein mogelijk oprollen en dan wegsteken op een plek waar er geen servicemogelijkheden zijn.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dit is niet de eerste keer dat ik grote weerstand voel bij een reclame van Hornbach. Hun huiskreet ‘er is altijd iets te doen’ heeft een hele generatie goedbedoelende klussers die toch al op hun tandvlees liepen in een burn-out geduwd. Het laatste wat ik wil – als ik even niet thuis aan het klussen ben en me afvraag waar het allemaal eindigt, of het allemaal ooit een keer eindigt – is een reclame van een bouwmarkt die me eraan herinnert dat wat ik ook doe, het toch geen enkele zin heeft omdat niets toch nooit af zal zijn.
Een slogan is een groot goed en er zou beter en zorgvuldiger over nagedacht moeten worden. Hoewel ik snap dat er weinig geld is en overal tekort aan handhavers, moet de prioriteit van het kabinet-Jetten liggen bij het oprichten van een sloganpolitie. Op de snelweg reed ik achter een busje van Koninklijke Otolift, dat als slogan heeft: ‘Dé meest gekochte traplift van Nederland!’ Dat is ten eerste niet een aanbeveling. En ten tweede is die ‘dé’ volstrekt overbodig, want van een best verkochte traplift van Nederland kan er maar een bestaan. Dit busje zou dus door een pantserwagen van de sloganpolitie van de weg gereden worden en de chauffeur zou worden gearresteerd.
Datzelfde geldt voor de bedenkers van ‘verse vis, wij weten wat het is’ (eh ja, ik weet ook wat verse vis is, iedereen weet wat verse vis is, namelijk vis die vers is) en ‘Alup kompressoren, méér dan perslucht alleen!’ Als er dan binnenkort toch een sloganpolitie is, ga ik meteen aangifte doen tegen de lokale witgoedmonteur die als motto heeft: ‘Uiteindelijk komt u toch bij ons terecht.’ Dat is geen slogan, maar een dreigement. En daarvoor moet je de gevangenis in. Dat is precies waar je zou zijn, zonder de servicemogelijkheden van Hornbach. Maar dus ook mét.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns