Digitale bank Nederlands grootste bank maakte donderdag opnieuw recordgroeicijfers bekend. Topman Steven van Rijswijk blijft op zoek naar extra inkomsten. „De concurrentie stopt nooit.”
„Het is tijd om te stoppen met ouderwets bankieren”, luidt de slogan in een tv-reclame voor een nieuwe bank in Canada. Op de achtergrond ontploffen de pennen, bureaus, stoelen, koffie en lampen van een ouderwets bankkantoor. Aan het einde van het spotje bankiert een man op zijn tablet, een kop koffie in zijn hand.
Nee, dit is geen reclame van een ‘neobank’ als Bunq, N26 of Revolut – banken die eigenlijk alleen bestaan uit een app op de telefoon. Het is een reclame van ING – van vijftien jaar geleden. Onder de naam ING Direct kreeg het Nederlandse bedrijf vanaf eind jaren negentig – als voornamelijk digitale bank – voet aan de grond in landen over de hele wereld. Zoals Revolut dat tegenwoordig doet; de Brits-Letse bankapp opende deze week nog de ‘deuren’ in Mexico. En Bunq, dat recentelijk een Amerikaanse bankvergunning aanvroeg.
Zo’n wereldbestormer is ING niet meer: de bank bedient consumenten nog slechts in negen Europese landen en in Australië. Uit de Verenigde Staten trok ze zich na de kredietcrisis terug van de consumentenmarkt – gedwongen, omdat ING staatsteun had ontvangen. Daarna stopte de bank in onder meer Canada, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, omdat ze er te weinig verdiende. Maar in de resterende landen zien concurrenten en marktkenners ING wel als digitale bank die redelijk vooroploopt.
Toch vroeg een analist van zakenbank Jefferies zich deze week af of de opkomst van nieuwe digitale banken als Revolut die betrekkelijk gunstige positie van ING niet aantast. „De bank heeft te maken met toenemende concurrentiedruk van uitsluitend digitale spelers in verschillende belangrijke markten”, citeert financieel persbureau ABM Financial News uit het rapport van Jefferies.
Als Steven van Rijswijk, bestuursvoorzitter van ING, tijdens zijn toelichting op de jaarcijfers donderdag wordt gevraagd naar de twijfels van de analist, wijst hij naar de recente groeicijfers. „Onze groei qua klanten was in 2025 groter dan in de jaren ervoor”, zegt hij. De bank kreeg er bijna een miljoen klanten bij: van 39,7 miljoen in 2024 naar 40,6 in 2025. Ook nam het aantal klanten wier belangrijkste bankrekening bij ING loopt met 800.000 toe; daar komt hun salaris op en worden de boodschappen van betaald.
Volgens Van Rijswijk is groei dan ook niet het belangrijkste punt van aandacht voor ING. „Onze grootste uitdaging is de relatie met bestaande klanten te verdiepen en hen meer producten te laten afnemen. We willen graag onze inkomsten diversifiëren.”
Precies die zelfde uitdaging hebben puur digitale banken als Revolut en Bunq: ook zij zoeken in hun klantenbestand naar extra inkomsten. Dat doen ze bijvoorbeeld door naast standaard betaal- en spaardiensten beleggen in aandelen en crypto aan te bieden, en wellicht uiteindelijk hypotheken.
Van Rijswijk: „Met ING Direct waren we in het begin heel bewust een simpele bank: alleen sparen. Voor beleggen en andere diensten moest je elders aankloppen. Maar toen de rente na de kredietcrisis daalde en zelfs negatief werd, was duidelijk dat dit bedrijfsmodel niet meer werkte. We moesten uit de puberteit komen en volwassen worden, we moesten wél de hoofdbank worden van mensen, en wél andere producten aanbieden. Net als die neobanken nu doen. Ook die creëren eerst een niche – zoals wisselkoersen bij Revolut, en beleggen bij Trade Republic – en worden daar heel goed in. En dan proberen ze breder te worden.”
ING slaagde er afgelopen jaar in meer zaken te doen met klanten. Voor het derde jaar op rij stegen de inkomsten naar een record, nu 23 miljard euro. De grootste bank van Nederland gaf 8 procent meer leningen uit, tegenover 4 procent groei in 2024. De hoeveelheid toevertrouwd spaargeld groeide met 5,5 procent (2024: 7 procent).
Van Rijswijk is daarnaast zeer tevreden met de groei van de vergoedingen voor verleende diensten, de fees in bankenjargon. Die betalen klanten bijvoorbeeld voor het openen van een bankrekening, voor beleggen via de ING-app of of voor private-bankingdiensten. Deze inkomsten, die banken graag willen omdat ze hun afhankelijkheid van rente-inkomsten verkleinen, groeiden bij ING met 15 procent. Ze maken intussen een vijfde van de totale inkomstenstroom uit.
Van Rijswijk erkent dat ING minder wendbaar is dan veel neobanken. „We zijn digitaler dan veel gevestigde partijen. Maar we hebben in al die jaren als digitale bank wel een flinke erfenis aan digitale systemen opgebouwd, die per land verschillen en daardoor niet erg schaalbaar zijn. Daar werken we nu hard aan, ook om onze systemen meer online te krijgen, nog meer in de cloud. Dan kunnen we ze wereldwijd gebruiken en echt profiteren van onze schaal.”
Al is dat aan ING’s groeicijfers niet merkbaar, Van Rijswijk ziet in de nieuwe banken wel serieuze uitdagers. „En we kijken ook naar gevestigde spelers, lokaal en internationaal. Het draait erom of wij die voor kunnen blijven. Want de concurrentie stopt nooit. Niet toen wij telefonisch bankieren introduceerden, niet toen wij met onze app kwamen. En ze zal ook niet stoppen nu we bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie aan het toepassen zijn.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC