Spreidingswet De spreidingswet gaat in februari een nieuwe ronde in. Afgelopen twee jaar werden duizenden extra opvangplekken voor asielzoekers ingericht, toch is het doel nog niet gehaald. Met verkiezingen in het verschiet, blijken gemeenten terughoudend. „Er is nieuwe energie nodig.”
Noodopvang in Woerden.
Twee jaar nadat de spreidingswet inging, is het doel van bijna 103.000 opvangplekken niet in zicht. Eind januari zijn er zo’n tachtigduizend bedden voor asielzoekers beschikbaar. Na een jaar waarin de asielministers de spreidingswet in wilden trekken, waarin het kabinet viel en gemeenten te maken kregen met felle azc-protesten, is de groei van het aantal opvangplekken voor asielzoekers gestagneerd.
Slechts vier op de tien gemeenten voldoen momenteel aan de spreidingswet, blijkt uit cijfers die NRC heeft opgevraagd bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Van de totaal 342 gemeenten zijn in 196 gemeenten te weinig opvangplekken om aan de wet te voldoen. Ruim honderd gemeenten hebben eind januari geen enkele opvangplek.
Onderaan de streep gaat het erom dat er op provincieniveau voldoende opvangplekken zijn: alleen in Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland is dat het geval. Maar deze provincies hadden voor de invoering van de spreidingswet ook al voldoende plekken.
Met de gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet, kozen sommige gemeenten er de afgelopen maanden voor om asielplannen in te trekken of uit te stellen. Het COA herkent dit „signaal”, aldus een woordvoerder.
Afgelopen zomer werd de terughoudendheid onder lokale bestuurders om te dicht op de gemeenteraadsverkiezingen asielplannen te maken zichtbaar. Zo besloot de gemeente Raalte in juni, een week na de val van het kabinet, de plannen „on hold” te zetten.
Het college was eerder nog van plan om in het najaar de beoogde locatie bekend te kunnen maken, een half jaar voor de verkiezingen op 18 maart 2026. „We willen niet dat de opvanglocatie onze inwoners polariseert. Dat heeft mogelijk ook effect op stemgedrag”, zei Gerria Toeter, wethouder van Raalte daar destijds over in NRC. „De nieuwe raad zal nog moeten instemmen met de omgevingsvergunning van het azc.”
Dat was nog voor de felle protesten bij gemeentehuizen in de maanden erna, die extra druk legden op lokale besluitvorming. Ook de komende maanden wordt weinig besluitvorming verwacht. Veel gemeenten zullen beslissingen over nieuwe opvangplekken overlaten aan de nieuwe raad en het nieuwe college, dat in veel gevallen pas rond de zomer gevormd is. En dan is het alweer zomerreces, een periode waarin de raad niet bijeen komt.
De spreidingswet werd in januari 2024 ingevoerd, na een zomer waarin zo’n groot tekort aan asielopvangplekken was dat mensen buiten moesten slapen bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. Doel van de wet was het uitbreiden van het aantal opvangplekken en een betere spreiding van azc’s door het land. Met de wet zou de minister gemeenten in het uiterste geval kunnen dwingen om een opvanglocatie te openen.
Na de eerste tweejarige ‘cyclus’ van de wet zijn netto dertienduizend opvangplekken bijgekomen, ook is de opvang iets beter verdeeld over het land. In januari 2024 vingen de drie noordelijke provincies en Flevoland nog 31 procent van de asielzoekers op, in januari 2026 is dat gedaald naar 24 procent.
Hoewel er dit jaar zo’n zesduizend duurzame opvangplekken bij zullen komen, verwacht het COA dat het tekort aan opvangplekken de komende maanden verder toeneemt. Er sluiten namelijk meer tijdelijke noodopvanglocaties dan er nieuwe openen. Ongeveer de helft van de huidige tachtigduizend opvangplekken is tijdelijk.
In februari gaat de wet zijn tweede omloop in. Dat betekent dat demissionair minister Mona Keijzer (BBB), die de spreidingswet onder haar hoede heeft, voor 1 februari een nieuw streefdoel van het aantal benodigde asielopvangplekken bepaalt en dit aantal over provincies verdeelt. Bij deze verdeling wordt rekening gehouden met het inwonertal en de sociaaleconomische score van gemeenten.
In de maanden erna moeten gemeenten opnieuw om tafel om plannen te maken om aan hun ‘opgave’ te voldoen. Deze plannen leveren zij uiterlijk 31 oktober in, waarna de minister een ‘verdeelbesluit’ neemt. Als provincies niet met sluitende plannen komen, verdeelt de minister de overgebleven plekken. Op 1 juli 2027 moeten de opvangplekken gereed zijn, zo niet dan kan de minister ingrijpen en gemeenten dwingen een azc te openen.
Het nieuwe streefdoel van het aantal te organiseren opvangplekken is waarschijnlijk lager dan twee jaar geleden. De laatste prognoses zijn nog niet door het ministerie gepubliceerd, maar afgelopen september schatte het COA nog 88.000 opvangplekken nodig te hebben op 1 januari 2027. Dat is een stuk minder dan de bijna 103.000 plekken die voormalig minister Faber vorig jaar in haar verdeelbesluiten aan gemeenten vroeg. Dat is voor komend jaar nog wel het aantal waar gemeenten rekening mee moeten houden, omdat de verdeelbesluiten twee jaar gelden.
Tientallen gemeenten waren kritisch op deze besluiten, omdat Faber gemeenten die te weinig doen aan asielopvang hiermee zou belonen. Door de ‘extra plekken’ die welwillende gemeenten vrijwillig aanboden wettelijk vast te leggen in het verdeelbesluit, kon de opgave van gemeenten met te weinig asielplekken juist omlaag.
Het is nog onduidelijk of, en op welke manier, de nieuwe verdeling die het kabinet dit jaar moet maken, voortborduurt op de verdeelbesluiten die Faber vorig jaar nam. Op vragen van NRC hierover geeft het ministerie van Asiel en Migratie geen antwoord.
Veel gemeenten hoeven niet vanaf nul te beginnen, ze kunnen voortbouwen op plannen die de afgelopen twee jaar zijn gemaakt. Toch is er bij gemeenten „nieuwe energie” nodig voor de uitvoering van de wet, zegt Mark Boumans, burgemeester van Doetinchem en voorzitter van de asielcommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
De afgelopen twee jaar zijn sommige gemeenten „heel voortvarend aan de slag gegaan”, ziet Boumans. „Maar er zijn ook gemeenten waarbij de asielplannen vooral nog een papieren exercitie zijn. En die aan de handrem hebben getrokken door al het gedoe van afgelopen jaar.”
Nadat toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Eric van der Burg (VVD) de spreidingswet in januari 2024 door de Eerste Kamer had geloodst, was de wet een splijtzwam geworden voor de toen formerende partijen NSC, BBB, PVV en VVD. VVD-leider Dilan Yesilgöz keerde zich tegen de wet van haar partijgenoot. Spreiden? De instroom moest omlaag, dat zou prioriteit worden van de vier partijen.
Vijf maanden nadat de spreidingswet werd ingevoerd, stond die alweer op de tocht toen PVV-minister Marjolein Faber verantwoordelijk werd voor de uitvoering ervan. De PVV heeft zich altijd tegen de wet gekeerd; Geert Wilders refereerde eraan als de ‘asieldwangwet’ en Faber maakte kenbaar de wet na de eerste cyclus te willen afschaffen. Voor gemeenten vormde dat gebrek aan duidelijkheid, regie en rugdekking van de landelijke politiek een groot obstakel bij het maken van asielplannen.
In juli, een maand na de val van het kabinet, dook PVV-leider Geert Wilders op bij een demonstratie tegen de komst van een asielzoekerscentrum in Zwolle, voorafgaand aan een gemeenteraadsvergadering. De maanden erna werd er in tientallen gemeenten fel geprotesteerd voor gemeentehuizen, waarbij de ME meermaals moest ingrijpen. In Venlo moesten de huizen van de verantwoordelijk wethouders beveiligd worden. En in Terneuzen koos een CDA-raadslid, voorstander van asielopvang, ervoor niet mee te stemmen over het azc vanwege de „zware druk” die hij ervoer.
De onrust heeft een zware wissel getrokken op lokale bestuurders, zegt Boumans. „Ik loop al vanaf 1995 mee in de lokale politiek. Ik kan me niet herinneren dat er zo massaal geprotesteerd is tegen besluitvorming door gemeenten. Overal waar ik kom gaat het over de protesten, het geweld, de intimidatie en de impact daarvan op lokale politici en hun gezinnen.”
Een succesvolle uitvoering van de nieuwe cyclus valt of staat dan ook bij de houding van de formerende partijen, zegt Boumans. „De nieuwe cyclus gaat van gemeenten vragen dat ze met concretere plannen komen. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen gaat dat mogelijk opnieuw commotie opleveren. En als Den Haag dan opnieuw zegt: van ons hoeft het niet, dan wordt het heel ingewikkeld. Dan denk ik dat Nederland op slot gaat als het gaat om het realiseren van nieuwe opvangplekken.”
Het lijkt erop dat het aanstaande kabinet de ‘Haagse rugdekking’, die gemeenten afgelopen tijd zo hebben gemist, wel zal bieden. In een tussentijds formatiedocument zeggen partijleiders Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) de spreidingswet „op verzoek van gemeenten” in stand te willen houden. Dat was wel voordat de VVD aansloot als formerende partij. Op vrijdag 30 januari, twee dagen voor het ingaan van de nieuwe cyclus van de spreidingswet, presenteren de formerende partijen hun regeerakkoord.
Dilan Yesilgöz hield zich deze formatie stil over de wet. In het verkiezingsprogramma van de VVD wordt niet gesproken over de spreidingswet, er staat wel in dat een „eerlijke verdeling” van asielzoekers over het land nodig is.
Gemeenten scharen zich nog steeds massaal achter de spreidingswet: tijdens een ledenvergadering van de VNG afgelopen herfst stemde 98 procent van de gemeenten voor instandhouding van de wet. „Ik denk dat het een goede wet is, die naar behoren had gefunctioneerd als de verantwoordelijk bewindspersonen er gewoon achter waren gaan staan”, zegt Boumans. „Dan was de asielopvang nu netjes gespreid geweest over Nederland, veel kostenefficiënter en kwalitatief beter. Het is gewoon doodzonde.”
Source: NRC