Uitstootvermindering De energie-intensieve industrie stoot een kwart van de Nederlandse C02 uit en verduurzaamt amper. Kies duidelijker voor industrie die hier wél past, adviseert de Wetenschappelijke Klimaatraad. „Er is politieke moed voor nodig, want de gevestigde belangen zijn groot.”
Het is niet vanzelfsprekend dat Nederland een staalfabriek heeft, vindt de Wetenschappelijke Klimaatraad.
„We hebben nog veertien jaar tot de uitstoot van broeikasgassen vrijwel nul moet zijn. Dat is heel kort, zeker voor de industrie, die investeringen doet waarmee bedrijven zich voor decennia vastleggen.” Dat zegt Heleen de Coninck, hoogleraar sociaal-technologische innovatie en systeemtransities aan de TU Eindhoven en lid van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR). „Je zou dus verwachten dat de industrie heel hard aan het werk is om te veranderen. Maar dat zien we niet.”
Over de toekomst van de energie-intensieve industrie is donderdag advies uitgebracht door de WKR, een groep door het kabinet benoemde wetenschappers.
„Met de huidige snelheid van uitstootvermindering gaat Nederland de klimaatdoelen niet halen”, zegt Henri de Groot, mede-auteur van het advies en hoogleraar regionaal-economische dynamiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „De energie-intensieve industrie speelt hierin een grote rol: bedrijven in de basischemie, basismetaal, kunstmest en de raffinaderijen. Deze groep is verantwoordelijk voor bijna een kwart van de Nederlandse CO2-uitstoot, en die van hen is de afgelopen vijftien jaar amper gedaald.”
Dat is niet alleen aan die bedrijven zelf te wijten. „Het overheidsbeleid is niet consistent. Die onzekerheid leidt bij bedrijven tot uitstel”, zegt De Groot. Ook de concurrentiepositie speelt een grote rol. De Coninck: „We zien dat onder meer bij groen staal. In de totaalprijs van bijvoorbeeld een auto is staal een beperkte kostenpost; voor de consument zou een auto van groen staal niet veel duurder zijn. Maar elders in de keten zijn de marges zo klein dat het onmogelijk blijkt over te stappen op groen staal. Niemand doet het.”
Daarom moet de overheid scherpe keuzes maken, is de belangrijkste oproep van de WKR. Niet alle industrie kan hier blijven, en er moet ruimte komen voor nieuwe soorten. Tot nu toe is vooral aandacht gegaan naar bedrijven met grote gevestigde belangen. Zij hebben goede toegang tot beleidsmakers, constateren de onderzoekers. Maar dit heeft nog niet tot verduurzaming geleid. Nieuwsoortige industriële bedrijven worstelen intussen en moeten veel meer moeite doen voor geld en aandacht.
Het advies vermeldt niet welke industrie weg zou moeten of zou kunnen blijven. De politiek moet die keuzes maken. Desgevraagd zegt De Coninck wel kansen te zien voor innovatieve chemie, biochemiechemicaliën en recyclingbedrijven. Voor de vijf fossiele raffinaderijen in Nederland ziet ze de toekomst minder rooskleurig in, en ook een staalfabriek vindt ze in Nederland niet vanzelfsprekend.
Per industrie zou gekeken moeten worden wat mogelijk en zinvol is in toekomstige omstandigheden. „We hadden gas uit Groningen, die vestigingsfactor houdt op”, zegt De Coninck. „Er is wel veel potentieel voor wind op zee en er is hier ruimte voor CO2-opslag. Sommige vestigingsfactoren blijven, zoals hoogwaardige infrastructuur, een goede logistieke positie en een hoogopgeleide bevolking.” Fabricageprocessen opknippen moet ook worden overwogen, als delen elders beter passen.
Als eenmaal bepaald is welke industrieën toekomst hebben in Nederland, verdienen die ook steun en perspectief, vindt de WKR. Het is van belang de vraag naar hun producten te stimuleren door normen te stellen, zoals bijmengverplichtingen zoals die nu al bestaan voor plastics en brandstof. Ook adviseert de raad een fonds dat nieuwe industrieën ondersteunt.
Het Europese handelssysteem voor uitstootrechten (ETS) moet volledig omarmd worden. „Daar is nu discussie over, maar het is het slimste instrument dat we hebben om zowel uitstoot terug te dringen als vervuiling te beprijzen”, zegt De Groot.
Volgens de ETS-regels worden in 2040 geen nieuwe rechten meer uitgegeven. Waarom zijn normen en een fonds nodig als de markt de uitstoot volgens die regels ook al moet terugdringen? „De industrie denkt misschien dat de soep niet zo heet gegeten wordt, want er gebeurt weinig”, zegt De Conink. „Blijkbaar is het ETS-systeem niet prikkelend genoeg. Daarom is, denk ik, toch aanvullend beleid nodig.”
De presentatie van het WKR-advies valt toevallig daags voor de presentatie van het nieuwe regeerakkoord. Wat daarin over de industrie staat, is niet bekend. „Er is politieke moed voor nodig om stevige keuzes te maken”, zegt De Groot. „Veel van wat wij hier zeggen is niet nieuw. Dit soort veranderingen is zo moeilijk omdat de gevestigde belangen groot zijn. Ik denk dat in het verleden te weinig schurende gesprekken gevoerd zijn en ik hoop dat dit nu wel gaat gebeuren. De urgentie neemt alleen maar toe.”
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid
Source: NRC