Psychologie Eindelijk is een vertaling verschenen van een van de belangrijkste psychoanalytici van Groot-Brittannië. De ideeën van Donald W. Winnicott over de groei en ontwikkeling van kinderen – van zuigelingen tot adolescenten – zijn nog steeds van grote waarde.
Kinderarts en psychoanalyticus Donald Winnicott in 1963.
Donald W. Winnicott:
Kind, gezin en buitenwereld. (The Child, the Family and the Outside World) Vert. Kasper Demeulemeester.
Borgerhoff & Lamberigts, 275 blz. € 22,99
Tijdens de Tweede Wereldoorlog – Londen ligt onder vuur – komen de Britse psychoanalytici bijeen om te spreken over een belangrijk onderwerp: het innerlijke leven van kinderen. De discussies zijn verhit en terwijl de bommen op de Londense wijk Bethnal Green vallen, staat een man in driedelig pak op en zegt: „Misschien moesten we maar eens gaan schuilen. Er woedt tenslotte een oorlog buiten.”
Die man was Donald Woods Winnicott (1896–1971), kinderarts en psychoanalyticus. Winnicott had niet alleen oog voor de gedachtewereld van mensen, maar ook voor hun omgeving. Dat is uitzonderlijk, want vanouds richten analytici zich op de innerlijke wereld: dromen, angsten en verlangens die van betekenis zijn in ons leven. Soms vergeten ze daarbij te kijken naar wat er om ons heen gebeurt. Winnicott niet. Sterker nog: hij zag hoe innig de binnenwereld en de buitenwereld altíjd vervlochten zijn. Je kunt niet over psychoanalyse debatteren tijdens een oorlog, wist hij, zonder zelf bij de oorlog betrokken te zijn.
De ideeën die Winnicott formuleerde over de groei en ontwikkeling van kinderen – van zuigelingen tot adolescenten – liggen aan de basis van de hedendaagse psychoanalyse, maar ook van de psychologie meer in het algemeen. Opvallend genoeg is zijn werk nooit eerder in het Nederlands verschenen, terwijl zijn inzichten blijvend relevant zijn, met name voor ons denken over ouderschap. In zijn eigen tijd bracht hij die ideeën rechtstreeks naar ouders via zijn radiopraatjes voor de BBC. Die werden in de vroege jaren zestig gebundeld tot een boek, dat nu, vele decennia later, in het Nederlands is verschenen als Kind, gezin en buitenwereld.
Winnicott dacht en schreef in een tijd waarin zeer strenge vormen van ouderschap de norm waren. Kinderen werden, als ze geluk hadden, behandeld als kleine volwassenen, terwijl de druk op ouders – vooral op moeders – enorm was. Daar bracht hij verandering in. Hij moedigde ouders aan om vooral op hun intuïtie te vertrouwen: te troosten waar nodig, grenzen te stellen waar passend, en om niet te veel maar ook niet te weinig van zichzelf en hun kinderen te verwachten.
Daaruit groeide het begrip good enough parent: iemand die geen perfectie nastreeft – want dat is dwingend, onhaalbaar en soms vernederend – en die ook niet afwezig of verwaarlozend is, maar die zijn of haar kind liefheeft. En dat betekent: diens individuele behoeften proberen te zien. „Om mensenkinderen te laten opgroeien tot gezonde, onafhankelijke, sociale volwassenen”, schrijft hij, „is het van het grootste belang dat ze een goede start hebben in het leven. Deze goede start wordt verzekerd door de natuur, in de vorm van de band tussen ouder en kind. Die band noemen we liefde. Dus als jij van je baby houdt, krijgt hij of zij al een goede start.”
Het is heerlijk om Winnicott te lezen als jonge ouder. Mijn vrouw en ik lazen hem aan elkaar voor toen zij zwanger was van onze zoon. Winnicott heeft een heel humane stem. Hij had de gave om te schrijven alsof hij het direct tegen jou als lezer heeft. Het is wonderlijk hoe hij zich kan verplaatsen in zowel de paniekerige ouders die wanhopig hun best doen om het juiste te doen, als in het hoofd van zeer jonge kinderen, zelfs baby’s: in wat zíj nodig hebben, waar zíj plezier aan beleven, hoe zíj zich ontwikkelen.
Winnicotts inzichten over ouderschap zijn gebaseerd op zijn theorieën over de menselijke geest, die op hun beurt weer gebaseerd zijn op zijn ervaringen als arts en analyticus. Volgens hem – en dit is een visie die wordt ondersteund door modern onderzoek – zijn we subjectief gezien geen op zichzelf staande individuen. Niet als kind, en ook niet als volwassene. We bevinden ons niet in de wereld als afgesloten eenheden, losgezongen van anderen.
Subjectiviteit ontstaat, vanaf het prilste begin, in een uitwisseling tussen onze innerlijke wereld én die van de mensen om ons heen: onze ouders en verzorgers, maar ook de bredere omgeving, zoals scholen, instellingen en de cultuur. Winnicott begreep dat veel van wat we pathologie noemen, voortkomt uit een verstoring in de relationele ruimte tussen mensen. Wat we genezing noemen, zei hij, begint als de verbinding wordt hersteld.
Het is een hoopvolle, maar ook realistische kijk op wat het betekent om een mens te zijn: onaf, verbonden en van elkaar lerend. In Kind, gezin en buitenwereld laat hij zien hoe dat proces zich voltrekt vanaf onze vroegste jaren. De bundel volgt de ontwikkeling van een kind, van de geboorte tot de schoolleeftijd, en bevat een aantal van Winnicotts meest toegankelijke teksten. Hoe voelt het voor een baby om vastgehouden te worden, om een schone luier om te krijgen? Wat betekent het voor een klein jongetje of meisje om steeds onafhankelijker van zijn ouders te worden?
Let wel, dit zijn teksten die zijn geschreven in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Enkele termen zijn ouderwets; er ligt nog altijd veel nadruk op ‘de moeder’, bijvoorbeeld. Maar wie een beetje door zijn oogharen leest, en ‘ouder’ ziet waar ‘moeder’ staat, vindt er nog altijd een rijkdom aan inzichten over opgroeiende mensen. Dat het werk nooit eerder in het Nederlands is vertaald, is dan ook moeilijk te begrijpen; een teken dat de psychoanalyse hier minder goed is ingeburgerd dan in onze buurlanden, waar Winnicott wel een bekende naam is. In elk geval is het goed dat Kind, gezin en buitenwereld nu eindelijk in het Nederlands verschijnt. Kasper Demeulemeester heeft een schitterende vertaling afgeleverd van een van de belangrijkste psychoanalytici van Groot-Brittannië.
Dit is een boek voor mensen die, als hun kindje naar ze opkijkt, niet een probleem zien dat moet worden opgelost. Het is geen handleiding die je voorschrijft wat te doen, zoals zoveel boeken over ouderschap. Winnicott lees je om jezelf eraan te herinneren dat je zoon of dochter een klein mens is, op weg om iemand te worden, die jouw rustige aanwezigheid nodig heeft om, uiteindelijk, helemaal zichzelf te kunnen zijn.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC