Home

Als het hele gezin hulp krijgt, blijken de ‘superschadelijke’ uithuisplaatsingen vaak niet nodig

Hulpverlening Jeugdzorgregio Flevoland heeft een nieuwe, onorthodoxe aanpak. Jeugdzorgwerkers, psychologen en gedragsdeskundigen werken in een vast team om gezinnen in acute nood onmiddellijk bij te staan. Zonder wachtlijst. „We hebben geleerd anders met Max te praten.”

Paula en Bastiaan krijgen therapie voor hun zoon Max.

Max wordt vaak boos. Maar niet meer zo vaak en zo lang. „We zijn ontzettend geholpen in hoe we met hem om moeten gaan”, zegt zijn moeder, Paula van den Akker. Samen met haar man Bastiaan zit ze op de bank in hun huis in Almere. Max (11) heeft zojuist koffiegezet en is naar zijn kamer vertrokken. Naast het stel zit Vanessa Leerdam, gedragsdeskundige van een team dat dankzij een nieuwe werkwijze van jeugdzorg het gezin uit de ellende heeft weten te halen. Zonder dat Max uit huis is geplaatst.

Vanaf zijn vijfde jaar kreeg Max „boze buien”, vertellen zijn ouders. Die duurden soms een hele dag, hij was dan niet te bedaren. Bastiaan (52): „Hij wordt boos als hij zich niet begrepen voelt. Op school heeft hij vaak op z’n tenen moeten lopen, hij is ook vaak gepest. Tijdens boze buien gaat hij meestal stampvoetend naar boven en begint te schelden. Sinds kort is hij weer vrij snel rustig.”

Paula (43): „Hij was heel agressief. Hij heeft me vaak pijn gedaan. Hij liep continu weg. Deed rare dingen. In mijn bijzijn liep hij dan naar de busbaan en ging daar stil staan. Ik moest hem wegtrekken als de bus eraan kwam. Het waren heftige incidenten. En vorig jaar november is het uit de hand gelopen. Toen stond hij op de brug achter het politiebureau en wilde in het water springen.”

Vrachtwagenchauffeur Bastiaan: „Ik ben tijdens het rijden meermaals gebeld dat mijn zoon op de busbaan stond en zelfmoord wilde plegen. En toen kwam dit er nog bij.” Paula: „De politie heeft hem met vier man tegen de grond geduwd. Ze hebben hem het bureau binnengedragen en met drie man op een stoel vastgehouden.”

‘Door het vuur voor onze kinderen’

Het incident met de politie was een van de momenten waarop Bastiaan en Paula dachten dat Max, de jonge broer van Chris (14), misschien maar beter uit huis kon worden geplaatst. Paula: „Wij hebben altijd gezegd dat we dat niet wilden. Vanwege wat mijn man heeft meegemaakt.” Bastiaan: „Ik ben ook uit huis geplaatst. Mijn ouders hadden alcoholproblemen. Ze lagen op bed of zaten in de kroeg. Wij werden aan ons lot overgelaten.” Paula: „We gaan voor onze kinderen door het vuur. Maar het werd zó heftig. We stonden met de rug tegen de muur. Onze oudste leed eronder. Ik was een moeder van twee, maar ik was er maar voor één. We zaten er echt doorheen.”

Zoon Max .

Dat Max nog steeds thuis woont en de rust enigszins is teruggekeerd en dat z’n ouders niet hebben besloten om – zoals ze ooit van plan waren – uit elkaar te gaan, is volgens het gezin te danken aan een team deskundigen van de Jeugdzorgregio Flevoland. Dat werd vier jaar geleden opgezet en heeft een nieuwe, onorthodoxe aanpak. Jeugdzorgwerkers, psychologen en gedragsdeskundigen werken in een vast team om gezinnen in acute nood onmiddellijk bij te staan. Zonder wachtlijst, bijna even snel als de brandweer.

Gedragsdeskundige Vanessa Leerdam: „We werden gebeld door de psycholoog die Max al kende: of wij een uithuisplaatsing konden voorkomen. We hebben toen meteen overlegd, vanuit verschillende disciplines. We kijken niet alleen naar het gedrag van het kind, maar ook naar de ouders. We hebben een gezinsbehandelaar én sociaalpsychiatrisch verpleegkundige ingezet.”

Dat werkte. Paula: „Elke week kwam een hulpverlener bij ons thuis. Die gaf tips en tricks, handvatten; we deden een rollenspel. En we hebben geleerd anders met Max te praten. Korte vragen stellen, bijvoorbeeld. Niet: hoe was het op school? Maar: wat ging je doen toen je de school binnenkwam?”

Bastiaan: „Hij is flink veranderd. Het gaat eigenlijk hartstikke goed.” Paula: „Er is ook met zijn broer gepraat en uitgelegd wat er met Max aan de hand is. Ze hebben veel minder ruzie. We hebben in het gezin heel lang niet gelachen. Nu weer wel.”

Angst voor ‘onveiligheid’

Het expertteam in Flevoland hanteert een ‘versnellingsaanpak’ die vier jaar geleden, op verzoek van de regio, werd opgezet door bestuurskundige en ‘veranderaar’ Nienke van de Hoef, samen met psychiatrisch verpleegkundige en zorgmanager Marjolein Duin. Ze vertellen dat de jeugdzorg zou moeten veranderen in gezinshulp: te vaak is de aandacht alleen gericht op het kind.

Van de Hoef geeft als voorbeeld het kind van een gescheiden vrachtwagenchauffeur die vaak van huis was. Het kind begon te experimenteren met drugs, liep als thrillseeker langs het spoor en werd onmiddellijk als probleemgeval beschouwd. „Maar wij hebben aan die vader gevraagd of hij kon stoppen met internationale ritten, zodat hij elke avond met z’n zoon aan tafel kon zitten.”

Uit angst voor „onveiligheid” binnen gezinnen, maar vooral uit vrees voor fouten die mogelijk leiden tot een gezinsdrama – met alle media-aandacht van dien –, neigen jeugdzorgwerkers naar kinderen direct elders onderbrengen, vertellen de veranderaars. „Terwijl een uithuisplaatsing superschadelijk is, voor zowel ouders als kinderen. Het middel is regelmatig erger dan de kwaal.”

Jeugdzorgwerkers, die vaak alleen opereren, durven het gesprek met een ouder niet altijd aan te gaan. Van de Hoef: „Ik heb bij de politie gewerkt, daar gaan ze op pad in duo’s en bespreken ze hoe ze bijvoorbeeld een aanhouding aanpakken. En na afloop van een incident bespreken ze wat goed en minder goed ging. In de jeugdzorg komt soms iemand van de opleiding, weet van toeten noch blazen en moet dan in z’n eentje de boel in een gezin gaan organiseren.”

‘Brandende kolen blijven liggen’

En ook als ervaren jeugdzorgwerker is het soms moeilijk zorg te verlenen, zegt Duin. „Je komt in een turbulente omgeving met soms wel tien gezinsleden, met allemaal een eigen dynamiek. Het is dan lastig overzicht te houden en de juiste toon te vinden. Durf je in zo’n situatie in je eentje een zwaar verslaafde ouder aan te spreken? Durf je het gesprek aan te gaan over dat die verslaving het kind belast? En of die ouder bereid is zich te laten behandelen?” Vermijden ligt dan op de loer. Van de Hoef: „Uithuisplaatsing wordt dan gezien als veilig alternatief.” Duin: „Daarmee bestrijd je het vuur, maar de brandende kolen blijven liggen.”

Dus liever: samen naar een gezin en regelmatig overleggen, hoe kort ook, met verschillende professionals. En daarbij je eigen perspectief toetsen aan dat van anderen. Van de Hoef: „Iedereen heeft z’n eigen vooroordelen. Wij vinden het misschien bijzonder dat een kind een tik krijgt met een slipper. In andere culturen is dat heel normaal. En wat vinden we erger: een tik of een uithuisplaatsing, waar het kind nog veel onveiliger is?”

De nieuwe werkwijze heeft afgelopen drie jaar al tientallen uithuisplaatsingen voorkomen, en daarmee ook veel kosten bespaard. Van de Hoef: „Een kind dat uit huis wordt geplaatst, kost zowat een ton per jaar. Wat kun je voor dat geld wel niet allemaal doen voor een gezin? Een verslaving behandelen. Een Portakabin [een prefab huisje] in de tuin plaatsen, zodat een autistische jongen, in de nabijheid van zijn moeder, zich kan terugtrekken.”

Zoon Max.

Petitie voor Den Haag

Met de ‘versnellingsaanpak’ uit Flevoland kan het aantal vrijwillige en door de kinderrechter afgedwongen uithuisplaatsingen worden voorkomen. Dat is hard nodig, vindt Het Vergeten Kind, een stichting die donderdag een petitie is begonnen om politiek Den Haag te overtuigen dat een nieuwe, landelijke aanpak nodig is. „Met een minister voor Jeugd en Gezin”, zegt directeur Margot Ende.

Er wonen in Nederland ruim 41.000 kinderen niet thuis en elk jaar worden enkele duizenden kinderen uit huis geplaatst. „Een ontwrichtende gebeurtenis”, zegt Ende. „Als een kind niet direct op de juiste plaats komt, wordt het gemiddeld zes keer doorgeplaatst. De band met de ouders wordt verbroken. Het kind moet vaak naar een nieuwe school. Dat alles levert stress op, verlies aan vertrouwen in anderen en tast het zelfbeeld aan, want je denkt als kind: er zijn problemen, ik word weggehaald, dus het zal wel aan mij liggen.”

Het aantal uithuisplaatsingen daalt „nauwelijks”, aldus een donderdag verschenen onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, verricht in opdracht van Het Vergeten Kind. „En dat ondanks de brede consensus dat ze alleen als uiterste redmiddel dienen”. Oorzaak is volgens de onderzoekers geen gebrek aan kennis of effectieve interventies, maar „het onvermogen om deze structureel toe te passen”. Ende: „Veel mensen denken bij redenen voor een uithuisplaatsing aan seksueel misbruik of mishandeling. Toch gaat het meestal om gedrag, psychische problemen of opvoeding. In die gevallen is uithuisplaatsing vaak een middel uit onmacht.”

Ende ziet als belangrijkste reden voor deze onmacht de „versnipperde” organisatie: „In gezinnen spelen vaak meerdere problemen. Binnen no time heb je heel veel hulpverleners van allerlei instanties over de vloer die allemaal met een eigen bril een stukje van de problemen pakken. Bij elkaar telt dat niet op. Ik sprak laatst een jongen van zeventien. Die vertelde dat hij therapie kreeg om negatieve gedachten in positieve om te zetten. Dat is lastig als je elke dag weer in een chaos thuis komt, en aan de problemen daar niets wordt gedaan. Dat is symptoombestrijding.”

Gedragsdeskundige Vanessa Leerdam met de ouders van Max.

Gecomplimenteerd

De ouders van Max hebben weer hoop en leven „van dag tot dag”. Max heeft vorige week nog wel een boze bui gehad. Paula: „Een jongen op school zei dat hij zijn moeder ging verkrachten.” Bastiaan: „Daarbij viel ook het k-woord.” Paula: „Dat vond hij niet fijn.” Bastiaan: „Max duwde die jongen in de bosjes en begon op hem in te beuken.” Paula: „Ik heb hem gezegd dat iedereen weleens iets zegt waar je later spijt van hebt. En toen is Max toch weer de school binnengegaan. Dat zou hij vroeger nooit hebben gedaan. Ze hebben allebei straf gehad. Die heeft hij netjes geïncasseerd.”

Gedragsdeskundige Vanessa Leerdam: „Toen ik hier voor het eerste kwam, was Paula ontzettend somber. En nu zie ik haar weer lachen. Dat is mooi.”

Praten over zelfdoding kan 24/7 anoniem en gratis via 0800-0113, de landelijke hulplijn van 113 Zelfmoordpreventie, of via chat op www.113.nl.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next