Home

Lezersreacties: ‘Schaf het tuchtrecht niet af, maar leer van de klachten die er zijn’

Hoog tijd om het medisch tuchtrecht af te schaffen, schreef oud-radioloog en voormalig expert patiëntveiligheid Gerrit Jager in een opiniestuk. De effectiviteit is immers nooit aangetoond en de negatieve bijwerkingen zijn aanzienlijk. Volkskrant-lezers reageren.

Tuchtrecht voor tuchtrechters

Gerrit Jager vindt dat het hoog tijd is om het medisch tuchtrecht af te schaffen, omdat het niet doet wat het moet doen: de gezondheidszorg verbeteren. Volgens Jager zijn de (negatieve) bijwerkingen aanzienlijk: 85 procent van de klachten bij het medisch tuchtcollege wordt afgewezen.

Het tuchtrecht toetst of de arts bij zijn of haar handelen is gebleven binnen de grenzen van een ‘redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot’. Maar wat als blijkt dat een CBR-psychiater gemakshalve, in 10 minuten à raison van 250 euro, zijn diagnose niet stelt op basis van wat de wet- en regelgeving hem voorschrijven? En wat als het medisch tuchtcollege blijkens zijn beslissingsonderbouwing die wet- en regelgeving zelf niet kent en de klacht afwijst?

Dan rest de klager slechts een hoger beroep, dat weer maanden op zich laat wachten, terwijl de klager ernstig geschaad is in zijn gezondheid en welbevinden door de psychiater. Dat is in strijd met de artseneed, maar het kan door de traagheid van de tuchtrechtprocedures jarenlang duren, met alle gevolgen van dien. En dan maar hopen dat het hogere college of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ingrijpt en klager na maanden wachten in het gelijkstelt. Zou er geen tuchtrecht voor tuchtrechters moeten komen?
Willem Heijster, militair psycholoog b.d., Breda

Aderlating

Radioloog Gerrit Jager is voor het afschaffen van het medisch tuchtrecht. Volgens hem is de werking nooit aangetoond en zijn de bijwerkingen aanzienlijk. Hij besluit zijn betoog met: ‘Traditie is geen reden om ermee door te gaan. Aderlaten hebben we ook afgeschaft.’ Met die laatste zin slaat hij de plank mis.

In Nederland ondergaan circa 10 duizend patiënten een aantal maal per jaar aderlatingen. Zij hebben de erfelijke aandoening ijzerstapeling (hemochromatose). Hun lichaam neemt meer ijzer op dan nodig is en dat teveel stapelt zich op in organen en gewrichten, met ernstige gevolgen. Door regelmatige aderlatingen wordt het teveel aan ijzer afgevoerd. Er zijn geen goede geneesmiddelen als alternatief, aderlaten is de enige optie.

Dus, misschien moeten we het medische tuchtrecht afschaffen, maar laten we vooral het aderlaten zo laten.
Cees van Deursen, internist n.p., voorzitter patiëntenvereniging voor hemochromatose, Brunssum

Aderlating (2)

Het pleidooi om het medisch tuchtrecht af te schaffen van Gerrit Jager kan ik absoluut bijvallen. Hoewel ik zelf gelukkig nog nooit een tuchtzaak heb hoeven meemaken, herken ik het gevoel dat je soms onderzoeken aanvraagt vanuit de­fen­si­vi­teit.

Het argument dat we aderlaten hebben afgeschaft snijdt alleen geen hout: nog steeds zijn er ziektebeelden waarvoor een aderlating helpend is. Bij zowel ijzerstapeling als myeloproliferatieve aandoeningen (beenmergziekten met een te hard werkend beenmerg) voorkomen aderlatingen – ook anno 2026 – nog steeds complicaties.
Ellen van der Spek, internist, Doorn

Verkeerde vraag

In het opiniestuk van Gerrit Jager wordt het tuchtrecht benaderd alsof het vooral een middel is dat op effectiviteit en bijwerkingen voor artsen moet worden getoetst. Dat is een begrijpelijke invalshoek, maar ook een eenzijdige. Wie het tuchtrecht uitsluitend beschouwt vanuit de last voor professionals, mist de essentie: het tuchtrecht is óók een instrument dat de machtsbalans tussen patiënt en zorgverlener enigszins corrigeert én het is een bron van feedback over waar het in de zorgrelatie misgaat.

Het centrale argument in het stuk is dat het aandeel ongegronde klachten hoog is (rond 85 procent) en dat de lerende werking gering blijft. Daaruit volgt volgens de auteur dat het bestaansrecht ter discussie moet staan. Maar die conclusie is te kort door de bocht, omdat ze begint bij de verkeerde vraag. Niet: ‘Waarom zijn er zoveel ongegronde klachten?’ maar: ‘Waarom ontstaan er überhaupt zóveel klachten, ongegrond óf gegrond?’

Een klacht – ook een juridisch ongegronde – is meestal geen ‘hobby’. Het is vaak een escalatiepad vanuit onvrede. En die onvrede ontstaat in de praktijk opvallend vaak door dezelfde factoren: gebrekkige communicatie, niet serieus genomen worden, geen tijd of aandacht, geen duidelijke uitleg van onzekerheden en risico’s, geen helder behandelplan of follow-up, onduidelijk eigenaarschap (‘niemand is verantwoordelijk’) en soms onvolledige of betwiste dossiervoering. Juist daar zit de kern.

‘Ongegrond’ betekent juridisch: het handelen bleef binnen de norm van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot. Het betekent niet: ‘er was niets mis.’ Het betekent vaak: ‘de patiënt vond geen passend kanaal voor erkenning, uitleg en transparantie.’

Wie ongegronde klachten wegzet als hinderlijke ruis, mist precies de feedback die nodig is om escalatie te voorkomen. Het moment dat een patiënt als lastig wordt geframed – zeker in een systeem waar artsen het al druk hebben – kan al een verkeerde behandelrelatie creëren. Dan ontstaat een vicieuze cirkel: patiënt voelt zich weggezet, gaat meer druk zetten, professional voelt zich aangevallen, wordt defensief, communicatie verslechtert, vertrouwen breekt. In zo’n dynamiek kan zelfs correcte medische zorg alsnog eindigen in een klacht. Dat is geen pleidooi tegen patiënten, en ook niet tegen artsen: het is een pleidooi om eindelijk serieus te nemen waar het in de zorgrelatie structureel misloopt.

Daar komt nog iets bij dat in het opiniestuk nauwelijks wordt meegewogen: machtsasymmetrie. Artsen en instellingen beschikken over kennis, systemen, dossiervorming en vaak juridische ondersteuning. Patiënten hebben beperkte medische/juridische taal en moeten meestal in hun eentje bewijzen, reconstrueren en verklaren. Voor veel patiënten is het tuchtrecht – hoe imperfect ook – de enige onafhankelijke route waarmee een individuele zorgverlener extern toetsbaar is.

Afschaffing zonder gelijkwaardig alternatief maakt professionals en instellingen in de beleving van patiënten nóg ongrijpbaarder. En juist in een zorg die steeds meer in ketens en teams werkt, is die externe toetsing belangrijk: zonder onafhankelijke toets verschuift het probleem nog sneller naar interne afhandeling en procedurele defensie.

Dat betekent niet dat het tuchtrecht niet veranderd moet worden. Het moet wél beter – maar niet door het weg te gooien. Als men echt minder ongegronde klachten wil, dan is de oplossing niet om drempels op te werpen of klagers te ontmoedigen. De oplossing is: de oorzaken van onvrede reduceren én klachten slimmer afvangen vóór ze juridiseren. Concreet:

1. Maak herstelgesprekken standaard na incidenten en vastlopende behandelrelaties: tijd, erkenning, uitleg, wat is er gebeurd, wat leren we, wat doen we nu.
2. Zorg voor echte triage: niet om klachten weg te filteren, maar om ze naar het juiste kanaal te sturen (uitleg/erkenning via klachtenfunctionaris, schade via geschil/civiel, patiëntveiligheid via IGJ/calamiteitenonderzoek, normgrens individueel via tuchtrecht).
3. Verbeter normuitleg en toegankelijkheid: leg patiënten helder uit wat het tuchtrecht toetst en wat niet, zodat verwachtingen realistischer worden.
4. Maak leren concreet: vertaal uitspraken naar praktische leerpunten en pas processen aan (overdracht, informed consent, dossiervoering, follow-up), in plaats van te blijven steken in publicatie en statistiek.

Het debat over tuchtrecht mag niet worden gereduceerd tot ‘artsen vinden het zwaar’ versus ‘patiënten klagen te veel’. Zolang de zorg onvoldoende investeert in communicatie, erkenning en transparantie, blijft klachtvolume een voorspelbare uitkomst – ongeacht welk juridisch etiket het college erop plakt.

Schaf het tuchtrecht dus niet af omdat een percentage ongegrond hoog is. Gebruik juist dát gegeven als leerstof: het is een spiegel voor de zorgrelatie. Verbeter het systeem, maak het menselijker en transparanter, maar behoud onafhankelijke toetsing. Traditie is geen argument om door te gaan; maar eenzijdigheid is evenmin een argument om het af te schaffen.
Lilian van Rijt Nijskens, Grashoek

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next