De Europese samenwerking voor het uitwisselen van donororganen over de grens werpt zijn vruchten af. Vorig jaar kwam een recordaantal organen van buitenlandse donoren bij Nederlandse patiënten terecht: bijna tweehonderd.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Andersom gingen er 161 Nederlandse organen de grens over, waardoor het verschil tussen in- en uitvoer relatief hoog uitvalt. Dat blijkt uit gegevens van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Verreweg de meeste transplantaties gebeuren in Nederland met donororganen uit eigen land, vorig jaar waren dat er in totaal 751. Daarvan is het grootste deel (531 donaties) van orgaandonoren die nog in leven zijn, en een nier of een stuk van hun lever afstaan.
Als er een orgaan beschikbaar komt, kijken artsen eerst of er in eigen land een patiënt beschikbaar is. Als dat niet zo is, kunnen donororganen ook naar patiënten in het buitenland gaan. Die uitwisseling wordt vergemakkelijkt door Eurotransplant, een samenwerking van Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Slovenië en Kroatië.
De nier is het meest getransplanteerde orgaan, zowel binnen Nederland als in het buitenland. Dat komt doordat nieren na overlijden het langst bruikbaar blijven, zo’n 24 uur. Bij het hart en de longen is er meer haast bij: die blijven na overlijden maar enkele uren goed.
Ondanks de invoering van de nieuwe donorwet in 2021, nam het aantal overleden Nederlandse orgaandonoren iets af van 360 in 2024 naar 308 in 2025. Wel hoeven patiënten gemiddeld minder lang te wachten op een donororgaan, meldt de NTS.
Nederlandse donoren worden bovendien steeds ouder. Tien jaar geleden was meer dan de helft (52 procent) van de overleden orgaandonoren nog jonger dan 56 jaar, inmiddels is dat aandeel gekrompen naar 46 procent. De groep senioren groeit juist: vorig jaar was bijna een derde van de orgaandonoren ouder dan 65.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant