Afghanistan De buitenwereld mag in Afghanistan meekijken. Maar de openheid van de Taliban is selectief en tijdelijk, en een klap in het gezicht van vrouwen daar, schrijft Sujet Shams.
In de driedelige AVROTROS-serie Hila voorbij de Taliban worden vrouwen aan het woord gelaten die leven onder het Taliban-regime. De nu 22-jarige Khadija Ahmadzada is een van de geportretteerde vrouwen die, ondanks alles, weigert haar leven volledig te laten dicteren door de verboden van de Taliban. Khadija traint vrouwelijke taekwondoka’s in een sportclub in Herat, iets wat ze al deed voordat de Taliban in 2021 weer aan de macht kwamen. Na de machtswisseling en het daaropvolgende verbod voor vrouwen om te sporten, ging ze stiekem door met haar passie.
Sujet Shams is schrijver.
Op 13 januari, een maand nadat de laatste aflevering van de serie is verschenen, wordt Khadija samen met haar vader opgepakt. Online barst een storm van verontwaardiging los, tot aan Richard Bennett, de speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in Afghanistan, die de Taliban oproept Khadija vrij te laten. Hij noemt haar detentie onderdeel van een patroon van intimidatie van Afghaanse vrouwen die actief zijn in de publieke ruimte. AVROTROS besluit de documentaire offline te halen, „in het belang van de veiligheid van de vrouwen”. Volgens de omroep is er geen verband tussen de documentaire en haar arrestatie.
Na dertien dagen in de gevangenis wordt Khadija vrijgelaten. Haar vrijlating laat zien dat internationale druk belangrijk is, tegelijkertijd onderstreept het hoe willekeurig dit geval is. Publieke aandacht redt individuen, maar verandert het systeem niet. Het zou verkeerd zijn om hieruit te concluderen dat Afghaanse vrouwen niet in beeld zouden mogen komen. Zichtbaarheid is voor velen juist een vorm van verzet, maar een die onder dit bewind alleen kan bestaan met uiterste voorzichtigheid, omdat de prijs bijna altijd door de vrouwen wordt betaald.
De zaak legt vooral pijnlijk bloot hoe risicovol elke vorm van zichtbaarheid voor vrouwen is. Veel wordt toegelaten zolang de camera’s draaien; zodra die verdwijnen, gelden de regels van de Taliban weer onverkort. Dat Khadija’s arrestatie zoveel losmaakte, zegt veel over hoe goedgelovig we zijn als het gaat om wat de Taliban ons voorspiegelen.
Die naïviteit zagen we al terug in het internationale optimisme over de bedoelingen van de Taliban direct na hun machtsovername in 2021. Toen ontstond in westerse diplomatieke en politieke kringen de hoop dat de Taliban zich gematigder zouden opstellen dan tijdens hun vorige bewind in de jaren 90. En dat klinkt logisch, toch? De tijd verandert, iedereen beweegt een beetje mee.
Iedereen, behalve de Taliban. De Taliban pasten zich niet aan, het Westen verlaagde de verwachtingen. Journaliste Bette Dam, die jarenlang in Afghanistan woonde en schreef over de gevaren van westers moralisme, was iemand die ervoor pleitte de Taliban niet onmiddellijk af te schrijven. In talkshows kort na de overname klonk de hoop dat de ‘Taliban 2.0’ wellicht ruimte zouden laten voor verandering. In een uitzending van Op1, werd Dam tegenover een Nederlands-Afghaanse vrouw geplaatst, Seweta Zirak, nog geschokt door snelle overname door de Taliban. Aan westerse talkshowtafels was ruimte voor analyse, afweging, geduld en begrip, voor Afghaanse vrouwen stond de uitkomst al vast. Hun ervaring met de Taliban liet geen ruimte de nieuwe situatie af te wachten.
Vrouwen in Afghanistan weten dat de Taliban zich naar de buitenwereld toe milder voordoen. Het leven van een vrouw met wie ik contact hield over haar leven nu in Kabul, laat zien dat ook vrouwen die thuiszitten en minder actief zijn, stil lijden onder het Talibanregime. De vrouw liep tot de machtsovername stage als docent en combineerde haar werk met haar universitaire studie.
„De dag dat Kabul viel, stond ik voor de klas les te geven. Mijn broer belde me. Ik ging naar huis en bad de hele weg dat het nieuws niet waar zou zijn”, schreef ze me. Die dag vergeet ze niet meer.
Nu zit ze thuis. Haar leven is teruggebracht tot wachten. Wachten op een huwelijk, waarin ze tegen haar wil in volledig afhankelijk zal zijn van haar man. Wachten op een gezin, op een toekomst die niet langer van haarzelf is. Haar dromen worden langzaam onmogelijk gemaakt door een systeem dat haar bestaan stap voor stap inperkt.
Toch blijft ze optimistisch. „Wij houden allemaal vast aan de hoop dat op een dag de deuren van onze scholen en universiteiten zullen heropenen voor vrouwen. Een dag waarop hoop en toekomst terugkeren in ons leven.” Dat de Taliban internationaal nog altijd speelruimte krijgen, maakt haar boos. Volgens haar kan verandering alleen tot stand komen als de buitenwereld stopt met de Taliban mee te bewegen. „De internationale gemeenschap moet politieke druk uitoefenen”, schreef ze me, „en de financiële en humanitaire hulp beperken zolang vrouwen blijven leven onder de mensonterende regels van de Taliban.” Zolang samenwerking en hulp blijven bestaan, zonder voorwaarden, verandert er voor vrouwen als zij niets.
Wat de documentaire van Hila Noorzai laat zien, is exemplarisch: de Taliban laten openheid naar de buitenwereld toe zolang die controleerbaar is: buitenlandse journalisten mogen meekijken, mannelijke influencers worden ontvangen om de ‘rust’ en ‘orde’ van het dagelijks leven te tonen. Maar de openheid is selectief en tijdelijk, en een klap in het gezicht van de vrouwen in Afghanistan. Wie blijft geloven dat samenwerking vanzelf tot verbetering leidt, laat zich niet leiden door wat goed is voor de Afghaanse vrouwen, maar door zijn eigen behoefte aan geruststelling. Ondertussen verdwijnen vrouwen langzaam uit het publieke leven. Niet omdat de wereld het niet wist, maar omdat die te vaak genoegen nam met wat haar werd voorgehouden.
De naam van de Afghaanse vrouw is om privacyredenen weggelaten, maar bekend bij de redactie.
Source: NRC