Home

Bij de voorstellingen van het Théâtre Vidy-Lausanne moet iedereen zich welkom voelen, ‘ongeacht leeftijd, afkomst of sociale achtergrond’

Festival ‘Brandhaarden’ Ieder jaar nodigt ITA tijdens ‘Brandhaarden’ een theatermaker of gezelschap uit het buitenland uit om zich aan Nederland te presenteren. Dit jaar is dat het Zwitserse Théâtre Vidy-Lausanne, met vijf voorstellingen van vijf verschillende regisseurs. Wat is het voor gezelschap? En wat gaan ze in Amsterdam laten zien?

Scène uit de voorstelling 'The Summit' van regisseur Christoph Marthaler.

Toen de Fransman Vincent Baudriller (1968) in 2013 artistiek leider werd van Théatre Vidy-Lausanne, een theater gevestigd in de Zwitserse stad Lausanne in de wijk Vidy, was dat voor sommige vaste bezoekers even wennen. Hij behield weliswaar de identiteit van Vidy als theater voor creatie en productie, maar bracht wel een aantal progressieve ideeën met zich mee. Het theater trok tot dan toe een vrij homogeen publiek en Baudriller wilde dat het net zo uitnodigend zou zijn als het gebouw waar het in gehuisvest was. „Mijn streven was dat iedereen zich er welkom zou voelen, ongeacht leeftijd, afkomst of sociale achtergrond.”

Vincent Baudriller.

Daartoe werden de nodige veranderingen doorgevoerd. Ticketprijzen werden aangepast naar draagkracht. Niet alleen jonge, Zwitserse gezelschappen, maar ook theatermakers afkomstig uit andere continenten werden uitgenodigd om in Lausanne nieuw werk te ontwikkelen en hun eigen perspectieven op de wereld met het Zwitserse publiek te delen. Het theaterteam initieerde lezingen, tentoonstellingen, debatten, cursussen en samenwerkingen tussen kunstenaars en wetenschappers. Sinds de oorlog in Gaza organiseert het theater regelmatig avonden waar Palestijnse kunstenaars, filmmakers of schrijvers centraal staan.

Baudriller: „Het theater is niet alleen een plek waar toneelstukken worden opgevoerd, maar ook een ruimte waar de belangrijke vraagstukken die in de wereld spelen kunnen resoneren. Een plek waar je wordt uitgenodigd gezamenlijk over die thema’s na te denken en te discussiëren.”

Gepensioneerde, kaartende mannen

Het theater heeft uitzicht op een park, met daarachter het uitgestrekte Meer van Genève en daar weer achter, aan de overkant van het meer, de besneeuwde bergtoppen van de Franse Alpen. Het werd ooit in een toen nog flink grotere versie als onderdeel van Expo 64, de nationale tentoonstelling van Zwitserland, ontworpen door Bauhaus-architect Max Bill. „Het is een plek waar mensen graag samenkomen”, vertelt Baudriller. „In de zomer zit het park hier vol barbecueënde mensen. Op het strandje verzamelt men zich voor een duik in het meer.”

Inmiddels zijn er nieuwe paviljoens om het hoofdgebouw heen gebouwd; extra zalen en repetitieruimtes, waar simultaan aan verschillende producties gewerkt wordt. Baudriller: „We zijn niet, zoals ITA, een gezelschap met een vaste regisseursploeg of een vast acteursensemble. Voor eigen producties trekken we zelf makers aan, die hier in huis aan een project komen werken. Ik noem het een klein dorp. Met als centraal plein de foyer, waar iedereen – makers, technici en publiek – elkaar tegenkomt, en waar kruisbestuivingen plaatsvinden.”

Het was in die foyer dat dramaturg Claire de Ribaupierre en haar partner, regisseur Massimo Furlan, voor het eerst een groepje Italiaans sprekende mannen ontmoetten. De Ribaupierre: „Vincent [Baudriller] had ons gebeld. Hij vertelde dat er elke dag, na lunchtijd, een groep van acht gepensioneerde mannen in de foyer zat te kaarten. Massimo heeft Italiaanse wortels, en wij waren geïnteresseerd in documentair theater. Vincent opperde dat het misschien interessant voor ons was om met de mannen in gesprek te gaan, wellicht als inspiratie voor een voorstelling.”

Furlan en De Ribaupierre gingen in gesprek met het kaartende gezelschap, wat zou leiden tot twee voorstellingen: de eerste een onderzoek naar het archetype van de superheld, waarin de held door deze acht mannen werd belichaamd (Blue Tired Heroes, 2016), en de tweede met drie van hen, aangevuld met enkele jongere spelers (Les Italiens, 2019). In die voorstelling zetten de mannen op het podium kale immigratiestatistieken af tegen hun eigen unieke levensverhalen.

De Ribaupierre: „Al tijdens het maken van Les Italiens wisten we: er moet nog een voorstelling komen, want we moeten ook het verhaal van de vrouwen van deze generatie mannen vertellen. Hoe ontvouwden hún levens zich?” Uit dat voornemen kwam de prachtige voorstelling Le Lasagne della Nonna voort.

Scène uit ‘Lasagne della Nonna’, een voorstelling van Massimo Furlan en Claire de Ribaupierre.

Scène uit ‘Lasagne della Nonna’ van Massimo Furlan en Claire de Ribaupierre.

De Ribaupierre: „In de Zwitserse Jura maakten we kennis met vier vrouwen die vlak na de oorlog in Italië geboren waren en als (bijna-)twintigers met hun partners naar Zwitserland waren geëmigreerd, een land waar ze niemand kenden en geen woord verstonden. We maakten hun duidelijk hoe belangrijk we het vonden om hun verhaal te horen. Ze bleken graag over hun levens te vertellen. We spraken met ze over van alles: hobby’s, werk, familie, trauma’s, dromen. We lieten ze het landschap beschrijven van hun jeugd, het huis waarin ze waren opgegroeid, hun moeders, hun eerste indrukken van Zwitserland.”

Vervolgens werden de verhalen die De Ribaupierre in de Jura optekende tijdens de repetitieperiode in Lausanne samengesmeed tot een avondvullende voorstelling, waarin de vrouwen het podium krijgen samen met twee jonge mannen, die in hun leven een vergelijkbaar gevoel van ontworteling hebben ervaren. Ook voor de twee mannen, één uit een dorp in de Jura met een liefde voor drag, en één die opgroeide in Casablanca, was het niet vanzelfsprekend dat ze in Zwitserland konden aarden.

De Ribaupierre: „Los van immigratie en de uitdaging om je ergens thuis te voelen waar je als ‘de ander’ wordt gezien, gaat de voorstelling in de kern over identiteit: wat is onze plek in de wereld? Hoe kunnen we een groep vormen, ook als we verschillende achtergronden hebben? Er is in onze maatschappij überhaupt maar heel beperkt aandacht voor vrouwen boven de zestig. Daarom is het een politiek gebaar om hun een podium te geven. Waar je zo dichtbij kunt komen. Als publiek leer je deze vrouwen heel intiem kennen. Als complete mensen, even krachtig als kwetsbaar.”

Theatermakers Massimo Furlan en Claire de Ribaupierre.

Dat dat effect heeft, merkt het team iedere avond na afloop van de voorstelling. „Bezoekers schieten meteen op de spelers af zodra ze de foyer binnenkomen, nadat ze zich hebben omgekleed. De barrière is weg. Het publiek heeft het gevoel alsof ze vrienden zijn geworden. Dat ontroert de spelers, met name de vier vrouwen. Ze voelen zich eindelijk gezien. Een van hen, Lucia, barstte na de première in huilen uit. We waren bezorgd, vroegen wat er aan de hand was. Ze zei: ‘Ik had gewoon niet gedacht dat ik me ooit zo gelukkig zou voelen’.”

De makers die hij interessant vindt, zegt Vincent Baudriller, hebben niet zozeer een bepaald thema of een bepaalde stijl gemeen. Ze delen de eigenschap dat ze een eigen, esthetische vorm hebben uitgevonden om het te hebben over onderwerpen die ze belangrijk vinden. „Dat zou ik de gemene deler willen noemen bij de nogal uiteenlopende voorstellingen die tijdens Brandhaarden in Amsterdam te zien zijn: hun oorspronkelijke esthetiek, en de noodzaak waarmee ze gemaakt zijn.”

Scène uit ‘The Summit’ van Christoph Marthaler.

Eigen esthetiek

Voordat Baudriller in Lausanne de artistieke leiding overnam, werkte hij voor het theaterfestival van Avignon, waarvan de laatste negen jaar samen met Hortense Archambault als artistiek leider. Een van de theatermakers die hij daar ontmoette, is de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler, die in de afgelopen veertig jaar zo’n 110 theater- en operaproducties voor de grootste podia van Europa creëerde. Baudriller glimlacht als hij Marthalers naam noemt: „Over een eigen esthetiek gesproken.” Marthaler regisseerde de voorstelling The Summit, die ook bij Brandhaarden te zien is.

In The Summit komen zes mensen met verschillende nationaliteiten, uitgedost in ietwat merkwaardige bergbeklimmersoutfits, aan in een soort bunker op de top van een berg. Daar proberen ze zich tot elkaar te verhouden. Door samen te zingen, elkaar in verschillende talen toe te spreken of deel te nemen aan wat lijkt op rituele handelingen. Wie ze precies zijn en wat ze op die bergtop komen doen (is het een politieke bijeenkomst? een toevluchtsoord? een retreat voor rijke mensen?) wordt nergens expliciet gemaakt, waardoor de voorstelling zich op veel verschillende manieren laat duiden.

Marthaler: „Taal speelt altijd een belangrijke rol in mijn werk, en dan met name het gebied waar de taal faalt. Miscommunicatie, onbegrip, lege frasen. In The Summit werken we met een internationaal ensemble, bestaande uit Italiaanse, Franse, Zwitserse, Oostenrijkse en Schotse acteurs en musici, die in de voorstelling hun eigen taal en dialect spreken. Alleen al daarom is de vraag steeds: begrijpen deze mensen elkaar wel? Vormen ze een gemeenschap of niet? Helpt de taal ze dichter tot elkaar te komen, of drijft die ze eerder uit elkaar?”

Christoph Marthaler.

De titel komt voort uit diezelfde fascinatie voor taal. Marthaler: „Ik ben geïnteresseerd in dubbele betekenissen van woorden. Hier ensceneren we een ‘summit’ (een forum voor politieke gesprekken) op de ‘summit’ (de top van een berg). Overdrachtelijk betekent het woord dan ook nog het toppunt, het hoogst haalbare. Het grappige is, dat het begrip al die betekenissen in het Duits (der Gipfel) en Frans (le Sommet) ook heeft.” (Net als het Nederlandse woord ‘top’, overigens.) „Tijdens onze voorstelling spelen we voortdurend met die verschillende betekenissen; ze raken verstrengeld, stoten elkaar af. Soms verschijnt de top als vluchtpunt, soms als elitaire vergaderplaats, dan weer als ultieme doodlopende weg. Stel, je bent eindelijk op die spreekwoordelijke top aangekomen: wat dan?”

Groepsvorming en isolement

Marthalers werk ging altijd al over groepsvorming en isolement, over betekenis en gebrek daaraan, maar de laatste jaren heeft hij het griezelige gevoel dat de realiteit zijn werk aan het inhalen is. „Mensen leven tegenwoordig op zoveel manieren zo geïsoleerd, zo langs elkaar heen, dat er een soort betekenisinflatie heeft plaatsgevonden. In The Summit zie ik iets terug van het menselijke ras dat pogingen doet met elkaar te communiceren, maar daar niet langer toe in staat is.”

Je zou in deze verzameling mensen ook een metafoor voor Europa kunnen zien. Is Marthaler sceptisch over de capaciteit van Europa om een eenheid te vormen? Marthaler: „Ik ben überhaupt sceptisch als het gaat om het vermogen van mensen om een zinvolle eenheid te vormen ten gunste van het algemeen welzijn en de solidariteit. Veel te zelden lukt dat. Op dit moment kun je echter niet anders dan hopen dat de Europeanen boven zichzelf uit zullen stijgen, om ondanks alle problemen en hybride tegenstrategieën het democratische samenlevingsmodel te behouden. En dat het hen lukt de vrede te bewaren.”

Of kunst daar een rol in kan spelen? Marthaler: „Ik ben ervan overtuigd dat het creëren en beleven van kuns het menselijk denken en voelen raakt en activeert. Het laat ons over de rand van de mainstream en het al te gebruikelijke kijken. Zo’n horizonverbreding is van levensbelang voor een samenleving, en alleen via kunst bereikbaar.”

Theaterfestival Brandhaarden 2026, met dit jaar aandacht voor Théâtre Vidy-Lausanne, Zwitserland. Voorstellingen: 30 januari t/m 7 februari. Info: ita.nl

Programma Brandhaarden

Naast The Summit (5 t/m 7 februari) en Le Lasagne della Nonna (4 en 5 februari) zijn tijdens Brandhaarden ook de volgende drie producties te zien:

The Garden of Delights, een retro-futuristische voorstelling, prachtig vormgegeven, waarin regisseur Philippe Quesne een groep mensen betekenis laat zoeken in een desolate wereld. Geïnspireerd op het gelijknamige schilderij van Jheronimus Bosch. 30 en 31 januari.

Wasted Land is een post-apocalyptische performance, waarin Ntando Cele en Wael Sami Elkholy de afvalberg van fast fashion blootleggen en hyperkapitalisme bekritiseren. 1 en 2 februari.

Tapajós van Gabriela Carneiro da Cunha, een zintuiglijke performance over de vervuiling van de Tapajós-rivier in Brazilië en de gevolgen daarvan voor de bewoners van dit gebied, waarin kwik wordt aangeklaagd én als medium wordt ingezet om de desastreuze gevolgen ervan zichtbaar te maken. 2 en 3 februari.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next