Rechtspraak Enkele opmerkingen van rechtbankvoorzitter Jacco Janssen zijn volgens de wrakingskamer ‘onhandig’, maar maken hem nog niet partijdig. De strafzaak tegen Sywert van Lienden, Bernd Damme en Camille van Gestel kan daardoor met dezelfde rechters worden voortgezet.
Bernd Damme (r) komt aan bij de Rotterdamse rechtbank voor een pro-formazitting van de strafzaak over de omstreden mondkapjesdeal.
De drie rechters die de strafzaak rond de mondkapjesaffaire behandelen mogen aanblijven. Dat heeft de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam woensdag beslist. Het Openbaar Ministerie had de rechters in december gewraakt wegens vermeende vooringenomenheid.
Aanleiding voor het wrakingsverzoek waren opmerkingen van rechtbankvoorzitter Jacco Janssen. Het OM had „geen vertrouwen meer dat de rechtbank onpartijdig recht zal doen”. Behalve Janssen werden ook rechters Christine Sikkel en Janneke van der Klashorst gewraakt, omdat zij hun collega niet hadden weersproken.
Het OM viel onder meer over een opmerking die Janssen maakte voorafgaand aan een schorsing van de zitting – waarbij de rechters zich terugtrokken voor beraad. „Ik weet het al”, had hij gezegd. Volgens de wrakingskamer stond het Janssen vrij om op te merken dat hij voor zichzelf reeds een mening had gevormd, zonder die als oordeel prijs te geven.
De wrakingskamer noemt sommige uitlatingen van Janssen weliswaar „onhandig”, maar stelt dat die „geen zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor een blijk van vooringenomenheid”. De strafzaak tegen Sywert van Lienden, Bernd Damme en Camille van Gestel, die eind 2024 begon, kan daardoor met dezelfde rechters worden voortgezet en hoeft niet te worden overgedaan.
Van Lienden en zijn zakenpartners worden onder meer vervolgd wegens oplichting van de Nederlandse staat. Volgens het OM hielden zij ten onrechte ruim 20 miljoen euro over aan een mondkapjesdeal die zij zogenaamd zonder winstoogmerk sloten.
Tot frustratie van het OM komt het strafproces tegen de drie maar niet van de grond. De zittingsdagen worden vooral gevuld met discussies over het verschoningsrecht – het recht van advocaten op vertrouwelijke communicatie met cliënten. Dit recht is volgens de verdediging mogelijk geschonden door het opsporingsteam dat toegang had tot twee computers van hoofdverdachte Van Lienden met vertrouwelijke bestanden.
Het wrakingsverzoek draaide om uitlatingen van Janssen in die discussies over het verschoningsrecht. Zo sprak hij van „veel geheimhoudersstukken” op de inbeslaggenomen computers. Volgens het OM toonde hij zich daarmee op de hand van Van Lienden omdat het ‘slechts’ om enkele duizenden bestanden gaat: ongeveer 1 procent van het totaal. Ook vroeg Janssen zich af of sprake was van „onhandigheid of bewust handelen” door FIOD-rechercheurs in de verschoningsrechtkwestie.
De wrakingskamer – samengesteld uit drie andere Rotterdamse rechters – vindt dat Janssen de grens opzocht en onhandige uitspraken deed in het licht van het evenwicht dat rechters tussen het OM en de verdachten moeten bewaren. Van (de schijn van) partijdigheid is echter geen sprake. Janssens opmerkingen moeten gezien worden in de context van de gehele zitting – waar hij zijn opmerkingen nuanceerde en in breder perspectief plaatste. Als rechtbankvoorzitter komt hem bovendien ruime vrijheid toe om op zijn manier de regie over een strafzaak te voeren.
Rechters worden in Nederland jaarlijks honderden keren gewraakt – in 2024 gebeurde dat 704 keer, waarvan zeventien met succes. Maar dat het OM zélf tot wraking overgaat, is hoogst uitzonderlijk. Als respectievelijk ‘staande magistratuur’ en ‘zittende magistratuur’ vormen OM en rechters samen de rechterlijke macht. Door een rechter te wraken trekt het OM de cruciale kernwaarde van de rechtspraak – onpartijdigheid – in twijfel. De afgelopen twintig jaar wraakte het OM de rechtbank in slechts een handvol zaken – voor zover NRC kon nagaan slechts een keer met succes.
Source: NRC