Kamerbrief Demissionair staatssecretaris Judith Tielen (VVD) kondigt in een brief aan de Tweede Kamer een reeks maatregelen aan die moeten leiden tot een minder groot beroep op de jeugdzorg. Zo moet hulp directer worden gericht op gezinnen. Het is de vraag of het nieuw te vormen kabinet de maatregelen overneemt.
Judith Tielen, demissionair staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport arriveert bij de ministerraad op het ministerie van Algemene Zaken.
Het aantal jongeren dat gebruikmaakt van jeugdzorg moet over twee jaar zijn gedaald van een op de zeven naar maximaal een op de tien. Dat is de ambitie van demissionair staatssecretaris Judith Tielen (Jeugd, Preventie en Sport, VVD). „We willen het tij keren en alles op alles zetten”, schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer.
Een pakket aan maatregelen moet tot een daling van specialistische, individuele jeugdzorg leiden. Gemeenten krijgen „stevige lokale” wijkteams die jongeren en hun ouders laagdrempelig hulp aanbieden, zoals ondersteuning van de opvoeding. Ook zijn jongeren gebaat bij groepsgesprekken op school of bij een vereniging, aangezien uit onderzoek blijkt dat „mentaal welzijn niet individueel hoeft te worden opgelost”. De wijkteams krijgen ook een „meer gezaghebbende positie” bij het bepalen of een, en zo ja welke, andere vorm van jeugdzorg bij jongeren nodig is. Overigens hadden vorig jaar twee inspecties kritiek op de macht van gemeenten; die zouden adviezen over benodigde jeugdzorg door wettelijk bevoegde instanties daarover te vaak om financiële redenen in de wind slaan.
Gemeenten moeten volgens Tielen de „schaarste van mensen en middelen” voortaan „nadrukkelijker betrekken” bij het „inkopen en organiseren” van jeugdzorg. De gemiddelde duur van de jeugdhulp aan jongeren die thuis wonen, meldt de staatssecretaris, is tussen 2015 en 2024 met 36 procent gestegen, van gemiddeld 297 dagen naar 403 dagen.
Hulp aan jongeren moet bovendien gepaard gaan met hulp aan het gezin waar zij verblijven, meent de staatssecretaris; veel kinderen die jeugdzorg krijgen, hebben ouders met mentale problemen. „Inzet op ouders is dan effectiever.” Bovendien hebben deze gezinnen dikwijls te maken met werkloosheid, geldzorgen, slechte huisvesting, opvoed- en gezondheidsproblemen, verslavingen en onveiligheid. Dit vergt niet zozeer jeugdzorg maar „direct op de ouders of situatie gerichte hulp”. Daartoe wil het Rijk samen met gemeenten een ‘sociale agenda van Nederland’ ontwikkelen.
Ook wil Tielen de kwaliteit van de jeugdzorg verbeteren, zoals door het „versterken van vakmanschap en grondhouding van professionals” en het inzetten van „informele steun” voor gezinnen. Ook spreekt ze over het gebruikmaken, alvorens maatregelen zoals een uithuisplaatsing te nemen, van een „gezamenlijke verklarende analyse” waarin ouders en hulpverleners samen vaststellen wat de belangrijkste problemen zijn.
Of het nieuw te vormen kabinet de voorstellen overneemt, is de vraag. Tielen wil hoe dan ook werken aan een „cultuuromslag”, laat ze weten: „minder problematiseren, hulp dichter bij gezinnen en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig en effectief is”.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC