Kabinetsformatie Al na 92 dagen formeren konden D66, VVD en CDA dinsdag een akkoord over een minderheidskabinet bekend maken. De formerende partijen gingen onverwachts snel, met een bijzondere aanpak, richting een vernieuwende kabinetsvorm.
De drie partijleiders Henri Bontenbal (CDA), Dilan Yesilgöz (VVD) en Rob Jetten (D66) dinsdagavond bij de aankondiging dat ze het eens zijn geworden over de vorming van een minderheidskabinet.
Breed lachend stond VVD-leider Dilan Yesilgöz dinsdagavond laat naast een trotse Rob Jetten (D66), die bekendmaakte dat D66, VVD en CDA al na 92 dagen formeren een akkoord hebben bereikt voor het vormen van een minderheidskabinet. Het was een groot contrast met de ronduit slechte sfeer in de vorige formatie, die na meerdere impasses, veel chagrijn, onderling wantrouwen en lekken na 223 dagen leidde tot de vorming van een kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB.
De puntjes moesten woensdag nog op de i en de fracties moeten het akkoord nog goedkeuren, maar dat lijkt allemaal een formaliteit. Als de nieuwe ploeg inderdaad 23 februari op het bordes staat, is dit de snelste formatie sinds Rutte II in 2012 (52 dagen).
De onderhandelaars van D66, VVD en CDA leken de afgelopen weken doordrongen van de noodzaak om in het landsbelang snel een kabinet te vormen, na drie uitzonderlijk lange formaties op rij. Illustratief was dat de onderhandelaars in het formatiegebied bij het in- en uitlopen op sommige dagen vooral vragen kregen over de grote crises in de wereld, van de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro door de Verenigde Staten tot de dreigementen van president Trump om Groenland militair binnen te vallen. Jetten, Bontenbal en Yesilgöz zeiden steeds in koor dat Nederland vanwege de ongekende geopolitieke situatie snel een nieuw kabinet nodig had.
In eerdere crisisjaren was dat nog geen vanzelfsprekendheid. Zo begon de formatie van het kabinet-Rutte IV middenin de coronacrisis na de verkiezingen van maart 2021 en zou deze bijna een jaar duren (299 dagen), de langste kabinetsformatie ooit. Terwijl Nederland nog van lockdowns naar versoepelingen ging en terug, hadden de partijen in de Tweede Kamer in 2021 een half jaar nodig om onderlinge blokkades op te heffen, waarna VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, die al het kabinet-Rutte III hadden gevormd, toch weer samen om tafel gingen.
Deze snelle formatie kan mogelijk een trendbreuk vormen met de afgelopen jaren, waarin Nederland zich steeds negatiever van andere Europese landen onderscheidde als het om de duur van kabinetsformaties gaat. En waar dit in politiek Den Haag soms bijna romantisch werd geduid als een noodzakelijk Nederlands fenomeen van ‘faseren’ en alle mogelijke opties ‘elimineren’, was dit in de praktijk steeds vaker een brevet van onvermogen voor politieke partijen om elkaar snel te vinden en constructief samen te werken.
Dat dit deze formatie anders gaat heeft ook te maken met de opmerkelijke stap-voor-stap-aanpak die verkenner Wouter Koolmees (D66) in het begin introduceerde. Zijn verkennende fase begon nog vertrouwd met de verlammende cultuur van blokkades: de VVD wilde per se niet met GroenLinks-PvdA om tafel, D66 hield ferm afstand van JA21. Waar partijen normaal gesproken eindeloos blijven zoeken naar een samenstelling die op een meerderheid kan rekenen, begon Koolmees inventief door twee partijen – D66 en het CDA – samen om tafel te zetten.
Deze ongewone stap leidde eerst tot verbazing en geschamper in politiek Den Haag. Zou een onderhandeling tussen deze twee partijen, de verkiezingswinnaar en de vijfde partij uit de Tweede Kamer die samen slechts 44 zetels hebben, niet een zinloze tussenstap zijn? Het liep anders, want D66 en CDA kwamen al binnen een aantal weken met een verrassend concrete inhoudelijke agenda die daarna ook genoeg aanknopingspunten bood voor de VVD om snel verdere stappen te zetten. En zo wist Koolmees via de inhoud de politieke blokkades handig te omzeilen en zaten al snel drie partijen om tafel.
Een laatste ongebruikelijke keuze was de vorming van een minderheidskabinet. Deze variant werd in Den Haag al vaker geopperd als de formatie in een impasse zat, maar werd niet eerder echt serieus onderzocht. Ook deze keer had het niet de voorkeur van D66, VVD en CDA, het was een keuze uit noodzaak omdat een stabiel meerderheidskabinet niet mogelijk bleek. En toch gingen de drie partijen, die in de Tweede Kamer samen 66 zetels hebben, er gaandeweg ook echt in geloven.
CDA-leider Henri Bontenbal schreef een stuk over hoe een minderheidskabinet kan werken en denkt dat „de huidige politieke cultuur langzaam kan veranderen door met een minderheidskabinet aan de slag te gaan”. Hij hoopt dat coalitiepartijen meer rekening houden met de wensen van de oppositie, en dat die op haar beurt constructief wil zijn in het landsbelang.
Het klinkt op papier allemaal prachtig, maar als vrijdag het regeerakkoord naar buiten komt, zal blijken hoe de plannen vallen bij de oppositie en in de maatschappij. De twee grootste oppositiepartijen die snel de sprong naar meerderheden kunnen leveren via links en rechts – GroenLinks-PvdA (twintig zetels) en JA21 (negen zetels) – stellen zich bij voorbaat constructief op. GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver muntte vrijdag in Den Bosch de term „verantwoordelijke oppositie”, JA21-leider Joost Eerdmans zei eerder „constructief” te willen zijn, met „een open mind”.
Die houding kan snel kritischer worden als het minderheidskabinet straks komt met bezuinigingen of maatregelen die de oppositie echt niet ziet zitten. En D66, VVD en CDA zullen partijen ook moeten teleurstellen: ze lijken vrijwel zeker te kiezen voor bezuinigingen op de zorg en sociale zekerheid, die GroenLinks-PvdA absoluut niet wil. Tegelijkertijd zal er mogelijk fors meer geld komen voor ambitieus stikstof- en klimaatbeleid, iets waar JA21 weer niets voor voelt. Het minderheidskabinet-Jetten zal ongetwijfeld een kans krijgen, maar zal al snel over iedere wet en begroting keihard moeten onderhandelen om iets voor elkaar te krijgen.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC