Werk in de uitzendbranche wordt steeds vaker gedaan door werknemers die in het buitenland geboren zijn. Inmiddels doen buitenlandse werknemers de helft van al het uitzendwerk in Nederland. Dat zorgt ervoor dat de economie steeds afhankelijker wordt van arbeidsmigranten.
Dat blijkt woensdag uit nieuwe cijfers van statistiekbureau CBS. In 2024 waren er 407.000 uitzendbanen in Nederland. Daarvan werd 52,4 procent door uitzendkrachten gedaan die in het buitenland zijn geboren en korter dan acht jaar in Nederland wonen.
Een deel van die uitzendkrachten is arbeidsmigrant, maar niet allemaal. Daar zit een belangrijk nuanceverschil, zegt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. Het gaat hier allereerst alleen om mensen die als volwassene naar Nederland zijn gekomen, niet als kind.
Daarnaast is het motief belangrijk. Als mensen voor hun werk hierheen komen, zijn ze arbeidsmigranten. "Sommigen zijn hier gekomen om een vervolgopleiding te doen en blijven daarna hier wonen om te kunnen werken", legt Van Mulligen uit. "Of ze zijn hierheen gekomen voor een partner." In die gevallen gaat het dus niet om arbeidsmigranten.
De meeste buitenlandse werknemers komen uit Europa. Zo komen zo'n 82.000 van hen uit Polen. "Daarvan zal het leeuwendeel wel arbeidsmigrant zijn", zegt Van Mulligen. Daarna volgen Roemenië, Oekraïne en Bulgarije als grootste groepen. In het geval van Oekraïne gaat het voornamelijk om vluchtelingen.
De uitzendbranche maakt het meest van alle sectoren gebruik van in het buitenland geboren werknemers. Zoals je in de onderstaande afbeelding kunt zien, gaat het vooral om grotere uitzendbureaus die buitenlandse werknemers als uitzendkracht aanbieden. Bij de helft van de grote bureaus is de meerderheid van de werknemers in het buitenland geboren.
Bij een kwart van alle uitzendbureaus is meer dan de helft van de uitzendkrachten niet ingeschreven als inwoner van Nederland. Het gaat dan bijvoorbeeld om tijdelijke arbeidsmigranten.
En het aandeel arbeidsmigranten in de uitzendtak wordt steeds groter, zoals je in de afbeelding hieronder kunt zien. Zo werd in 2010 nog 27,2 procent van het uitzendwerk door in het buitenland geboren werknemers gedaan. Die toename komt door zowel een grotere vraag als een groter aanbod. "Voor heel veel van het werk kunnen werkgevers gewoon geen Nederlandse werknemers vinden", zegt Van Mulligen.
Het gaat vaak om laaggeschoold werk, zoals in slachthuizen of distributiecentra. "Veel mensen die hier geboren zijn, hebben vaak wel een hbo- of mbo-opleiding gevolgd", legt Van Mulligen uit. Die arbeidskrachten zoeken dan hoger geschoold werk. "Voor werkgevers is er vaak geen andere optie dan hun werknemers uit het buitenland halen."
Ook het lage loon dat de uitzendkrachten in die sectoren krijgen, speelt mee. "Voor mensen die hier geboren zijn is het loon vaak te laag, maar voor mensen uit het buitenland zijn het prima salarissen." Door de combinatie van de vraag van werkgevers naar die arbeiders en de groeiende groep buitenlandse werknemers die naar Nederland trekt, wordt hun aandeel op de arbeidsmarkt steeds groter.
Inmiddels wordt één op de zeven banen vervuld door iemand die in het buitenland geboren is, ziet Van Mulligen. "Als je puur naar de arbeidsmarkt kijkt, zie je dat de Nederlandse arbeidsmarkt steeds afhankelijker wordt van buitenlandse werknemers." Het is volgens de econoom onrealistisch om te stellen dat we zonder hen zouden kunnen.
De groeiende groep buitenlandse werknemers zorgt voor meer druk op allerlei gebieden, zoals huisvesting. Maar die ontwikkeling biedt ook kansen. "Bijvoorbeeld een grotere klantenkring voor winkels, waar Nederlanders ook weer van meeprofiteren."
Bovendien kan het zorgen voor een heropleving van gebieden die kampen met vergrijzing. Zoiets verschilt per gebied en per Nederlander. Van Mulligen: "De een heeft hier meer profijt van, en de ander meer last."
Source: Nu.nl economisch