Nederland heeft er in de weerstatistieken zeven hittegolven bij gekregen. Daarmee komt een voorlopig eind aan een van de opmerkelijkste schermutselingen tussen het KNMI en zijn critici van de afgelopen tien jaar.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
‘Deze zomer dringt snel naar voren in de rij van de warmste zomers’, noteerde de Volkskrant in augustus 1947. ‘De temperaturen zijn de laatste dagen weer dermate hoog geweest, dat opnieuw van een hittegolf kan worden gesproken. De vierde dus deze zomer.’
Eén probleem: in de officiële weerstatistieken van het land was van die hitte tot voor kort weinig terug te vinden. Tot vandaag. Het KNMI erkent alsnog dat de zomer van 1947 een van de heetste was die ons land ooit heeft gekend – na 2018, 2003, 2022 en 2006. Ook verdubbelt het aantal geregistreerde hittegolven vóór 1950, van zeven naar veertien.
Het KNMI komt daarmee tegemoet aan critici van de stichting Clintel, een denktank die het nut van klimaatbeleid betwist. De klimaatcritici wijzen er al acht jaar op dat het KNMI een aantal hittegolven ten onrechte uit de boeken heeft geschrapt. ‘Het is goed dat het KNMI ons nu bij deze herziening heeft betrokken en dit rechtzet’, zegt Clintel-directeur Marcel Crok. ‘Maar het was wel een heel lange battle.’
Ruim zes jaar geleden verklaarde het KNMI nog aan de Volkskrant ‘dat we geen enkele behoefte voelen inhoudelijk te reageren’ op de kwestie. De critici zouden zich te veel ‘in de hoek van achterdocht en ontkenning positioneren’, zei een woordvoerder destijds. Daarop komt het instituut nu terug. ‘Deze criticus had gewoon een punt’, zegt KNMI-klimaatwetenschapper Peter Siegmund over de belangrijkste criticus, de gepensioneerde mycoloog Frans Dijkstra.
Aan het grotere geheel veranderen de correcties overigens weinig. In de vorige eeuw waren er in ons land 23 hittegolven, deze eeuw zijn het er al 16. ‘Voorheen zeiden we: de kans op een hittegolf is vandaag de dag ruwweg vier keer zo groot als vorige eeuw. Dat wordt nu: ruwweg drie keer zo groot’, zegt Siegmund. Ook voor de oplopende temperatuur in Nederland maakt de kwestie geen verschil.
Maar Crok vindt de zaak vooral een principekwestie, en symptomatisch voor de neiging van het KNMI om ‘alarm over het klimaat aan te jagen’, zoals hij zegt. ‘Jarenlang zagen we deze verkeerde cijfers langskomen. Afgelopen zomer waren ze nog gewoon te zien bij het weerbericht op het Achtuurjournaal. Om echt schoon schip te maken, zou je eigenlijk alle eerdere berichten moeten herzien.’
De kwestie zelf draait om een technische bijstelling van de cijfers. Begin jaren vijftig nam het KNMI in De Bilt een ander type weerstation in gebruik, en verplaatste vervolgens het station een paar honderd meter om plaats te maken voor het nieuwe hoofdkantoor. Daardoor ontstond er een knik in de meetreeksen.
Om die recht te trekken, besloot het KNMI de meetreeks te ijken aan de metingen van weerstation Eelde, in Groningen. Het gevolg was echter dat de zomers iets ‘koeler’ uitpakten en er hittegolven wegvielen uit de statistieken; meetstation De Bilt is voor veel cijfers immers maatgevend. ‘We hebben altijd gezegd: een kleine correctie is op haar plaats. Maar het KNMI is te ver doorgeschoten’, zegt Crok.
In een ruim honderd pagina’s dik rapport zet het KNMI dat nu recht, door de cijfers uit De Bilt te koppelen aan veel meer metingen, van ook andere stations. Dat geeft een ‘meer coherent en consistent beeld’, schrijven de onderzoekers, met zomers die 0,14 graad warmer waren tussen 1901 en 1951. De vier hittegolven van 1947 waren ‘een unicum’, geeft het instituut achteraf toe.
Lezers van de Volkskrant was dat destijds al duidelijk. Dag na dag was de zomerhitte voorpaginanieuws, met klagende boeren, branden en kapotte bruggen. ‘Een geestige vacantieganger stuurde zelfs aan het KNMI een ansicht met de woorden ‘hartelijk dank’ erop’, meldde de krant, begin september.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant