Lezersbrieven U schreef ons over het interview met Flip Jan van Oenen en de column van Frits Abrahams.
In tegenstelling tot wat Flip Jan van Oenen afgelopen zaterdag in de wetenschapsbijlage beweerde, is al decennialang overtuigend aangetoond dat psychotherapie meestal juist wel werkzaam is. Uit honderden vergelijkende studies blijkt dat psychotherapie, mits goed uitgevoerd, substantiële verbeteringen oplevert. Dat is geen mening, maar een van de meest robuuste bevindingen binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Van Oenen suggereert bovendien dat er talloze therapieën bestaan. Dat is misleidend. De behandelingen waarvan de effectiviteit is aangetoond, zijn vooral varianten van een beperkt aantal modellen, met name de cognitief‑gedragsmatige en de psychodynamische benadering.
Juist bij complexe problematiek en bij mensen bij wie eerdere interventies onvoldoende hielpen, blijkt psychotherapie zeer effectief. Zo liet het vorige week verschenen proefschrift van Marit Kool zien dat circa twee derde van de patiënten met zowel een ernstige depressie als een persoonlijkheidsstoornis na behandeling niet langer aan de criteria voor beide aandoeningen voldeed. Een jaar later was dat nog steeds zo. Dat zijn geen marginale effecten, maar levens die weer op gang komen.
Natuurlijk is psychotherapie niet voor iedereen even werkzaam. We weten nog te weinig over langetermijneffecten, en restklachten kunnen mensen kwetsbaar maken voor terugval. In zulke gevallen kan het, zoals Van Oenen aangeeft, nodig zijn om te leren verdragen. Maar dat zal pas lukken wanneer iemand weet dat hij binnen de mogelijkheden adequaat behandeld is.
Wat in elk geval níét werkt, is het aanbieden van zeven gesprekken per twee jaar, zoals in het interview wordt voorgesteld. Voor zo’n interventie bestaat geen evidentie, en gezien de ernst en complexiteit van de problematiek in de ggz is het hoogst onwaarschijnlijk dat dit zin heeft.
Dat dergelijke voorstellen een podium krijgen in de wetenschapsbijlage is op zichzelf reden tot zorg. De ggz kampt met grote knelpunten en wachtlijsten. Vooruitgang komt van innovatie en zorgvuldig onderzoek. Dat is werk dat gelukkig dagelijks op vele plekken in Nederland gebeurt. Losse flodders onder het mom van wetenschap helpen niemand.
Rien Van psychiater bij Arkin en hoofdredacteur Tijdschrift voor Psychiatrie
Nel Draijer klinisch psycholoog-psychotherapeut, voormalig universitair hoofddocent van de Vakgroep Psychiatrie aan de VU
„Psychotherapie werkt vaker niet dan wel”, zegt Flip Jan van Oenen. Het is een uitspraak die schuurt, en juist daarom serieus genomen moet worden. Wie in de ggz werkt, weet: veel mensen knappen niet spectaculair op. Het therapeutisch optimisme van de afgelopen decennia is inderdaad overschat geweest.
Maar uit deze constatering volgt niet vanzelf dat therapie moet worden ingekort.
Meta-analyses van honderden gerandomiseerde studies laten zien dat slechts een deel van de cliënten klinisch betekenisvolle verbetering bereikt. Tegelijkertijd tonen diezelfde studies dat psychotherapie systematisch beter werkt dan geen behandeling of gebruikelijke zorg. Psychotherapie werkt dus niet altijd, maar ook niet zelden.
Van Oenen stelt dat veel mensen ook zonder therapie zouden herstellen. Dat klopt — maar hoeveel precies, weten we minder goed dan zijn cijfers suggereren. Het idee dat we precies kunnen berekenen hoeveel therapie toevoegt, is verleidelijk, maar methodologisch fragiel.
De vergissing is daarom niet dat Van Oenen wijst op de beperkte effectiviteit van psychotherapie. De vergissing is dat hij die beperking vertaalt naar één uniforme maatstaf en één uniforme oplossing.
Psychotherapie is geen homogene interventie. Bij complexe problematiek, zoals persoonlijkheidsproblematiek, is tijd vaak geen luxe, maar voorwaarde: vertrouwen, relationele patronen en duurzame verandering laten zich niet versnellen zonder dat de verandering oppervlakkig wordt.
De vraag is dus niet of therapie korter moet, maar of we beter willen kijken wanneer en voor wie zij werkt. Niet minder therapie voor iedereen, maar preciezere therapie voor ieder individu.
Ruben Schrameijer Amsterdam
In zijn column Een voorbarige petitie meent Frits Abrahams dat het te vroeg is om een petitie te tekenen die oproept tot het boycotten van het WK voetbal in de VS. De VS zouden niet vergeleken kunnen worden met Argentinië in de jaren 70 waar op grote schaal werd gemoord en gemarteld. Trump is volgens Abrahams „geen Videla en geen Hitler” maar een narcistische idioot die veel „onheil” veroorzaakt maar nog kan worden gecorrigeerd.
Ik vraag me af of Abrahams zijn eigen krant weleens leest. Met zijn „onheil” heeft Trump alleen al het afgelopen jaar honderdduizenden doden op zijn geweten. Met het afschaffen van het internationale hulpprogramma USAID ontnam hij van de een op de andere dag miljoenen mensen de toegang tot hiv-remmers, vaccinaties, klamboes, voedselhulp en schoon drinkwater. In een artikel in NRC rekenden wetenschappers voor dat dit in vijf jaar tijd aan 14 miljoen mensen het leven zal kosten.
Razzia’s en deportaties, het ontvoeren van een staatshoofd uit een ander land (waarbij ook zo’n honderd onschuldige burgers werden gedood), het claimen van een onderdeel van een soeverein land: voor Abrahams gaat het niet ver genoeg.
Inderdaad, Trump is Trump en als zodanig geen Hitler. Maar iedereen met een beetje historisch besef weet dat de grootste fout destijds was Hitler te onderschatten. Trump wegzetten als een „narcistische idioot” is een grove onderschatting van de ravage die hij aanricht. Een petitie tekenen is een mager weerwoord. Maar als onbeduidende Nederlandse burger heb ik weinig waarmee ik mijn afgrijzen kenbaar kan maken. Daarom maak ik daar graag gebruik van. Nu het nog kan.
Sabine Sluijters Rotterdam
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC