Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Tijdens dit schrijven kom ik erachter dat er een woord bestaat voor angstig zijn voor de dokter. Iatrofobie, de ziekelijke angst voor vrijwel alles dat medisch is. Het lijkt me een vreselijke fobie om te hebben, omdat de fobie zelf je belet hulp te zoeken voor de fobie. Gelukkig heb ik daar zelf geen last van. Mijn huisarts is heel aardig en als ik ergens mee zit, kijk ik er op een bepaalde manier ook naar uit om hem te zien.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als ik mijn hulpvraag-kwalen-drempel moet inschatten op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 terminale hypochondrie is en 10 terminale iatrofobie, zit ik ergens in het veilige midden. Ik kan me snel zorgen maken over kwaaltjes, maar ik googel nooit iets omdat je dan na vijf minuten liedjes voor je eigen uitvaart aan het uitzoeken bent. Daarentegen zijn er wel dingen waar ik simpelweg niet aan ga beginnen. Zo heb ik al van kinds af aan een zwart puntje in de muis van mijn hand. Geen idee wat het is. Het zit diep in de huid. Ik denk dat het een splinter is die zich ooit in de oppervlakte van mijn huid heeft genesteld en nu geen kant meer op kan.
Dat andere ding – en ik weet dat ik hier eigenlijk geen medische informatie moet prijsgeven, maar het werk gaat nou eenmaal voor – is dat als ik eenmaal begin met plassen, ik de hele dag doorga. Niet zoals in die ene sketch van Jiskefet,was het maar zo’n feest, maar in intervallen.
Nadat ik ’s ochtends achtereenvolgens een glas water, een kop groene thee en een kop koffie gedronken heb, is het alsof ik een biertap ben die doorgespoeld wordt. Soms, als ik ergens zit te werken, schaam ik me als ik meermaals naar het toilet moet. Eenmaal in het toilet hoor ik door de gesloten deur heen hoe iedereen, personeel en klanten, in lachen uitbarst en vervolgens, als ik terug kom, doet alsof er niets aan de hand is.
Dit zou ik eenvoudig kunnen oplossen door de rest van de dag geen water of andere vloeistoffen meer te drinken. Maar dat is ongezond. Dus moet ik kiezen tussen enerzijds voldoende gehydrateerd zijn en de hele tijd moeten plassen. Of anderzijds niet meer de hele dag hoeven plassen en levensgevaarlijk uitgedroogd raken. En voordat er nu mensen in de pen klimmen met advies als ‘eigenlijk zou je moeten stoppen met koffie’: neen. Dit is precies waarom ik niet naar de dokter stap met dit vraagstuk, dus fijn als het even tussen ons kan blijven. Het enige waar ik wel echt behoefte aan heb is een extra blaas. Maar dat is zeker weer te veel gevraagd.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant