Home

Flinke tik voor FNV, vlag kan uit bij Uber: het taxibedrijf hoeft zzp-chauffeurs niet in dienst te nemen

Platformwerk Het gerechtshof heeft de vorderingen afgewezen van vakbond FNV, die stelt dat Uber-chauffeurs in feite werknemer zijn. De bond zegt de mogelijkheid van een cassatie te onderzoeken.

Nederlands taxichauffeurs van het Amerikaanse bedrijf Uber tijdens een protest.

Uber-chauffeurs die als zelfstandige werken kunnen niet per definitie als werknemers worden aangemerkt. Dat heeft het gerechtshof Amsterdam dinsdag in een langlopende zaak bepaald. Vakbond FNV, die de zaak in vijf jaar geleden had aangespannen, werd daarmee in hoger beroep in het ongelijk gesteld. De bond vindt dat chauffeurs die via de app werken wel werknemers zouden moeten zijn.

Zes chauffeurs die zich bij het hoger beroep van Uber hadden gevoegd, zijn terecht zelfstandige ondernemers, zo oordeelde het hof. De rechter kon ook niet voor groepen chauffeurs, vaststellen dat ze werknemer zouden moeten zijn. De FNV wilde bijvoorbeeld dat de groep chauffeurs die alleen voor Uber op de taxi zitten – en niet daarnaast ook een andere werkgever – wel als werknemer zou worden aangemerkt. Maar ook daar ging het hof in zijn arrest niet in mee.

De vraag of taxichauffeurs die werken via de Uber-app werknemers of zelfstandigen zijn, heeft consequenties voor hun rechten als werkende en Ubers plichten als werkgever. In 2021 oordeelde de kantonrechter dat Uber-chauffeurs werknemers moeten zijn en dus onder de cao Taxivervoer moeten vallen. Het Amerikaanse techbedrijf ging met de zes genoemde chauffeurs in hoger beroep tegen dat oordeel, naar dinsdag bleek met succes.

‘Holistische’ werknemerstoets

Een klein jaar geleden lichtte de Hoge Raad toe, op verzoek van het hof, dat ondernemerscriteria (zoals eigen investeringen, of het voeren van acquisitie) net zo belangrijk zijn als andere omstandigheden voor de vraag of iemand als zelfstandige of als verkapte werknemer moet worden gezien – bijvoorbeeld of de werkende een ondernemersrisico loopt of is ingebed in de organisatie.

Voor die verduidelijking moest de Hoge Raad het eigen Deliveroo-arrest uit 2023 interpreteren. In die invloedrijke zaak over de arbeidsrelaties van koeriers van het maaltijdbezorgbedrijf oordeelde de Hoge Raad dat de Deliveroo-fietskoeriers werknemers zijn en geen zzp’ers. Tien criteria, die in een zogenoemde ‘holistische toets’ moeten worden beoordeeld, bepalen of sprake is van een dienstverband of een opdracht voor een zelfstandige ondernemer. Voor de Uber-zaak benadrukte de Hoge Raad dat dat dus ook voor gedragingen als ondernemer in gelijke mate het geval is.

Bij Uber ging figuurlijk de vlag uit na de uitspraak van het hof. Maurits Schönefeld, directeur Noord-Europa van het bedrijf, jubelde in een persbericht over een „geweldige overwinning voor chauffeurs”. „ Hij hoopt met de „heldere uitspraak” achter de rug „samen met FNV dit hoofdstuk te sluiten”.

‘Platformisering’

Schönefeld benadrukt telefonisch dat het overgrote deel van de mensen die via Uber werken helemaal niet in loondienst wil en als dat wel zo is dat het ze vrijstaat om ergens anders aan de slag te gaan: „Als mensen in loondienst willen werken, kunnen ze dat ergens anders doen, bijvoorbeeld in het zorgvervoer waar heel veel vacatures zijn.”

FNV betwist dat, omdat in de Randstad de taximarkt is ‘geplatformiseerd’ – ofwel dat grote platforms als Uber of Bolt de markt domineren. Bij de bond heerst frustratie dat hij na een jarenlange juridische strijd aan het kortste eind trekt. Toch wil bestuurder van FNV Flex, Amrit Sewgobind niet zomaar opgeven. Hij noemt de uitspraak „een juridisch obstakel” en benadrukt dat het hof ook niet heeft gezegd dat alle chauffeurs zelfstandigen zijn. FNV liet maandag de mogelijkheid tot cassatie open, maar daarvoor moet het naar de Hoge Raad, wiens verduidelijking het hof juist op het spoor van het dinsdag gewezen arrest zette.

Deze zaak betrof een collectieve procedure, maar nu het hof niet tot een algemeen oordeel over alle chauffeurs of bepaalde groepen komt, is een andere mogelijkheid om per chauffeur individueel te procederen. Dat lijkt kansrijker, want in het arrest van het gerechtshof staat dat „bepaald niet is uitgesloten dat op grond van de specifieke omstandigheden van een individuele chauffeur, diens arbeidsrelatie met [Uber] wel een arbeidsovereenkomst blijkt te zijn”.

„We bekijken wat het meest kansrijk is”, zegt Sewgobind daarover na een beraad met chauffeurs die voor Uber rijden en wel in loondienst willen. „De uitspraak biedt wel aanknopingspunten dat chauffeurs toch in individuele gevallen als werknemer kunnen worden beoordeeld.”

Arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn is niet verbaasd over de uitspraak, gezien de eerdere verduidelijking van de Hoge Raad in de zaak. En ook vanwege het feit dat het heel moeilijk is om de arbeidsrelatie van hele groepen vast te stellen: „Het gaat bij uitstek over overeenkomsten tussen de werkende en een werkgever of opdrachtgever, en die moet je per overeenkomst beoordelen en op basis van context toetsten, hoe graag mensen ook homogene oordelen zien.”

Dat maakt volgens Van Ladesteijn duidelijkheid bij bepaalde beroepen vooraf heel moeilijk. „Ik dacht dat het hof misschien nog wel zou proberen tot bepaalde groepen te komen [die wel als werknemer gezien moeten worden]. Maar het hof kon niet tot algemene groepen komen, rekening houdend met het arrest van de Hoge Raad.”

Ondertussen moet de Belastingdienst handhaven op schijnzelfstandigheid. Op basis van de huidige wet- en regelgeving, maar vooral ook met jurisprudentie als het Deliveroo-arrest. De fiscus en andere betrokkenen hopen op duidelijkheid rond de verschillende wetgevingstrajecten die er lopen. De hoop is dat D66, CDA en VVD daar later deze week in het coalitieakkoord knopen over doorhakken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next