Migratie Nederland gaat asielzoekers straks al bij aankomst indelen in ‘kansrijk’ en ‘kansarm’. Advocaten en onderzoekers waarschuwen: wie eenmaal verkeerd wordt ingedeeld, komt in een fuik terecht. „In een versneld traject gaat de nuance verloren. Je krijgt minder tijd, minder waarborgen.”
In opvanglocatie Budel-Cranendonck verblijven asielzoekers met aanvragen die als kansarm worden gezien. Ze blijven 22 uur per dag binnen de hekken.
De 44-jarige moeder is doodsbang, zegt ze in 2024, bij aankomst in Ter Apel. Ze is gevlucht voor haar Albanese ex-man, die haar al jaren mishandelt, maar hij is haar achterna gereisd. Nu stuurt hij berichtjes dat hij haar iets komt aandoen.
De ex wordt door de politie in Nederland aangehouden en uitgezet. Maar de Albanese vrouw krijgt een paar maanden later te horen dat ze óók moet vertrekken: haar asielaanvraag is afgewezen. Niet omdat de IND haar niet gelooft – de immigratiedienst noemt haar verhaal over het geweld door haar partner „integraal” geloofwaardig: ze moet terug omwille waar ze vandaan komt.
Albanië is volgens Nederland een ‘veilig land van herkomst’. Hierdoor is haar asielverzoek beland op een stapel aanvragen die volgens de overheid nauwelijks kans maken. Wie daarop terechtkomt, moet zelf aantonen waarom voor hem of haar het land níét veilig is. „En dat is bijna ondoenlijk”, zegt Cliff Raafs, de advocaat van de Albanese. „Als iemand eenmaal als veiligelander is bestempeld, wordt alles daarna door die bril bekeken.”
Afgelopen voorjaar floot de rechtbank de IND terug. Dat in Albanië geen oorlog woedt of dictator heerst, betekent nog niet dat het land veilig is voor slachtoffers van huiselijk geweld. Er bestaan bovendien aanwijzingen dat vrouwen in Albanië onvoldoende worden beschermd tegen gewelddadige partners. De vrouw kreeg volgens de rechter dus onterecht het etiket ‘veiligelander’ opgeplakt.
De afwijzing van de Albanese werd nog getoetst binnen het huidige systeem. Deze zomer gaat in Europa een nieuwe logica gelden: asielzoekers die weinig kans zouden maken op asiel, komen dan automatisch terecht in een versneld traject. Dat bepaalt het Europese migratiepact dat juni ingaat: een verzameling regels waarmee de EU meer grip wil krijgen op migratie. Op basis van statistieken wordt dan ingeschat hoe waarschijnlijk het is dat iemand asiel krijgt. Wie eenmaal als ‘kansarm’ is aangemerkt, moet in korte tijd aantonen waarom die inschatting niet klopt.
Onderzoekers en belangenorganisaties maken zich zorgen over deze verandering. Niet alleen omdat de groep ‘kansarme’ asielzoekers veel groter wordt, maar ook omdat de eerste indeling het vervolg stuurt: het ministerie overweegt deze groep asielzoekers in ‘vrijheidsbeperkende’ locaties te plaatsen, die ze zelden mogen verlaten.
Europese landen worstelen al jaren met asielzoekers die weinig kans maken op asiel, maar wel recht op opvang hebben. Het gaat dan veelal om jonge mannen uit Noord-Afrikaanse landen die ‘asielshoppend’ door Europa trekken: worden ze in het ene land afgewezen, dan reizen ze door naar het volgende. Intussen veroorzaken ze relatief vaak overlast.
Om de opvang te ontlasten en overlast te verminderen, proberen lidstaten al jaren deze groep aanvragers eruit te filteren, zegt Emma Zürcher, die voor onderzoeksbureau RAND het Europese beleid onderzocht. Dat werkte tot nu toe door asielzoekers uit ‘veilige landen’ zo snel mogelijk af te wijzen en uit de opvang te zetten.
Het probleem: lidstaten worden het niet eens over welke landen als veilig gelden, zegt Zürcher. Nederland had tot voor kort de langste ‘veilige lijst’ van Europa, met bijvoorbeeld Jamaica en Brazilië, die elders niet op lijsten stonden. Maar Italië zag bijvoorbeeld Algerije als veilig, terwijl dat land niet op de Nederlandse lijst staat. „Waarom die verschillen bestaan, is moeilijk te achterhalen”, zegt Zürcher. De onderbouwing van de lijsten is weinig transparant.
In het migratiepact worden de verschillen opgelost door de definitie van een ‘kansarme’ aanvraag op te rekken. Naast de klassieke lijst met veilige landen, wordt straks gekeken naar eerdere asielbesluiten. Komt de aanvrager uit een land waarvan in Europa gemiddeld minder dan 20 procent asiel krijgt, dan wordt aangenomen dat nieuwe aanvragen weinig kans maken – en belandt deze automatisch in een versnelde procedure van maximaal drie maanden.
Deze ‘kansarme’ asielzoekers worden straks mogelijk in speciale opvanglocaties geplaatst. Het ministerie van Asiel en Migratie overweegt een ‘vrijheidsbeperkend’ regime voor asielzoekers in de versnelde procedure, laat een woordvoerder weten. Mogelijk worden een avondklok en dagelijkse meldplicht opgelegd. Over al deze eventuele maatregelen wordt nog gesproken door COA, IND en politie.
Zo bevestigt het COA dat wordt gesproken over het opleggen van „aanvullende vrijheidsbeperkende maatregelen” aan bepaalde groepen asielzoekers. „Voor ons staat voorop dat de maatregelen juridisch houdbaar en uitvoerbaar dienen te zijn en bijdragen aan goede en veilige opvang”, aldus de woordvoerder.
Het Europese pact biedt volgens migratierechtexpert Karen Geertsema van de Radboud Universiteit Nijmegen geen grondslag voor een dergelijk regime. „De mogelijkheden om de vrijheid te beperken van asielzoekers worden wel groter, maar alleen bij een risico dat de betreffende asielzoeker gaat ‘onderduiken’. Dat moet per geval beoordeeld worden.”
Hoe eerlijk is het om asielzoekers in te delen op basis van inwilligingspercentages? De cijfers komen van Eurostat, het statistiekbureau van de EU, dat de asielbesluiten van alle lidstaten verzamelt. Maar de percentages geven volgens Geertsema een vertekend beeld. „Lidstaten verschillen enorm. In sommige landen wordt vrijwel alles afgewezen, wat het gemiddelde fors naar beneden haalt.”
Landen als Hongarije en Polen erkennen bijvoorbeeld nauwelijks vluchtelingen, andere landen wel. „Als je die cijfers op één hoop gooit en daar beleid aan verbindt, trek je een hele groep mensen een versnelde procedure in die het lastiger maakt te bewijzen dat ze bescherming nodig hebben. Puur vanwege hun nationaliteit”, legt Geertsema uit.
Een blik op de cijfers van 2025 leert dat ook landen als Pakistan of Congo, waar sprake is van geweld en politieke repressie, op basis van de EU-gemiddelden tot landen met een geringe kans op asiel gaan gelden.
Daar komt bij dat situaties in landen snel kunnen veranderen. „Inwilligingspercentages lopen altijd achter de feiten aan”, zegt Anna Chatelion Counet, juridisch expert bij Vluchtelingenwerk. „Als morgen ergens een conflict uitbreekt, kan het maanden duren voordat dat zichtbaar wordt in Europese cijfers. In de tussentijd is het risico dat mensen nog steeds behandeld worden alsof hun land veilig is.”
Volgens Chatelion Counet zegt een laag EU-percentage weinig over de kansrijkheid van een individueel verzoek. „Een politiek activist uit Egypte kan wel degelijk bescherming nodig hebben, ook al ligt het erkenningspercentage voor Egypte onder de 20 procent. Er is een uitzonderingsregel op bedacht, maar tot nu toe is onduidelijk hoe groepen hier aanspraak op kunnen maken.”
Het gevaar is dat vluchtelingen die daadwerkelijk bescherming behoeven, worden teruggestuurd, omdat hun ‘kansarme’ aanvragen minder zorgvuldig worden bekeken, zegt Geertsema. De IND zegt dat ook aanvragen in de versnelde procedure ”zorgvuldig” en „inhoudelijk” zullen worden beoordeeld, met evenveel „waarborgen”.
Maar Geertsema wijst erop dat besluiten voor deze groep onder grote tijdsdruk – binnen drie maanden – moeten worden genomen. „Je kunt zeggen: een zorgvuldige beoordeling kan ook in drie maanden. Maar het uitgangspunt dat het een kansarme aanvraag betreft, bevat al een zeker wantrouwen. Hierdoor dreigt de asielprocedure te veranderen in een statistische exercitie.”
Behalve de erkenningspercentages definieert het migratiepact de categorieën voor een versnelde afhandeling nog breder: ook asielzoekers die de Europese autoriteiten ‘misleiden’ of ‘tegenstrijdige verklaringen’ afleggen, komen op de kansarme stapel terecht. „Terwijl die begrippen uiterst vaag zijn”, zegt Geertsema. „Veel asielzoekers moeten hun paspoort inleveren bij de mensensmokkelaar en komen daarom Europa binnen op een vals paspoort. We zien nu al dat lidstaten dit aanmerken als een vorm van misleiding, als reden om asielzoekers te kunnen weigeren.”
Ongeveer de helft van alle asielzoekers zal op basis van de nieuwe criteria in een versnelde procedure terechtkomen, berekende het Asielagentschap van de EU vorig jaar. Dat beeld staat haaks op inschattingen van het kabinet, dat in Kamerbrieven sprak over ongeveer een vijfde van de aanvragen.
Volgende week buigt de Tweede Kamer zich inhoudelijk over de Nederlandse wet die het pact moet uitvoeren. Er is nauwelijks ruimte voor aanpassingen, omdat de werkwijze uit het pact verplicht is voor alle lidstaten.
Het kabinet noemde de versnelde behandeling voor kansarme aanvragen vorig jaar een bijdrage „aan een efficiëntere procedure”. Juist in die beoogde efficiëntie schuilt het gevaar, zegt advocaat Bernadette Ficq, gespecialiseerd in vreemdelingenrecht. Ficq stond een Senegalese vrouw bij die versneld werd afgewezen als ‘veiligelander’. Onterecht, oordeelde de Europese rechter later – maar toen was de cliënt al uitgezet.
Zulke situaties zullen met de invoering van het nieuwe pact vaker voorkomen, voorspelt Ficq. „In een versneld traject gaat de nuance verloren. Je krijgt minder tijd, minder waarborgen en het uitgangspunt is dat je aanvraag eigenlijk geen kans maakt. Zie dan nog maar eens het tegendeel te bewijzen.”
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC