Home

De handelsdeal tussen de EU en India: een sprookje van twee reuzen met geopolitieke betekenis

Handelsakkoord Met een veelomvattende deal willen de Europese Unie en India hun positie versterken ten opzichte van de VS én van China. Voor Europa lonkt een enorme afzetmarkt.

Auto's staan ​​tentoongesteld in een BMW-showroom in de Indiase stad Mumbai.

Dit, zei Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen woensdag in de Indiase hoofdstad Delhi, is „het sprookje van twee reuzen”. De handelsdeal die de EU met de Indiase premier Narendra Modi had gesloten, betitelde ze als „de moeder aller handelsakkoorden”. Modi schuwde grote woorden evenmin. „Vandaag is een dag die altijd zal worden herinnerd, onuitwisbaar gemarkeerd in onze gedeelde geschiedenis”, schreef hij over het akkoord op X.

Toegegeven, dit is geen kleine deal. De tweede en de vierde economie ter wereld, samen goed voor een kwart van de wereldbevolking, tekenden een akkoord dat over nagenoeg de volle breedte van de handel tussen beide blokken de importheffingen fors zal verlagen of zelfs zal doen verdwijnen. En dat juist in een tijd waarin de Verenigde Staten, de grootste ‘reus’, de vrijhandel in noodtempo vaarwel zeggen, en waarin reus nummer drie, China, een steeds agressiever handelspolitiek voert, onder meer door leveringsketens van grondstoffen af te knijpen.

Wat staat er in het Europees-Indiase akkoord – en waarom kwam het er?

Lagere importheffingen

Voor een groot aantal Europese producten en sectoren gaan de huidige Indiase importheffingen (nu gemiddeld meer dan 16 procent, bedoeld om de binnenlandse industrie te beschermen) fors omlaag of ze verdwijnen geheel. Sectoren als chemie, cosmetica, alcoholische dranken, plastics en auto-onderdelen zullen daarvan profiteren, verwacht de Europese Commissie.

Vanuit Indiaas perspectief biedt het handelsakkoord vooral kansen voor arbeidsintensieve sectoren zoals textiel, kleding, leer, schoenen, edelstenen en sieraden en auto’s. Samen zijn zij goed voor een kleine 28 miljard euro aan Indiase export naar Europa en de huidige invoertarieven – op leer en schoenen was dat bijvoorbeeld 17 procent – worden verlaagd naar 10 procent of lager.

Door de deal zal de wederzijdse handel in goederen, nu ongeveer 120 miljard euro (71 miljard import uit India, 49 miljard EU-export naar India), naar verwachting van de Europese Commissie verdubbelen. Onderzoeksinstituut Kiel Institute gaat uit van 65 procent meer EU-export naar India en 45 procent meer import uit India.

De economie van India, het land met de grootste bevolking ter wereld (1,45 miljard mensen), laat een jaarlijkse bbp-groei zien van 6,5 à 7 procent. Daarmee is het de snelst groeiende economie onder de G20-landen, maar het is ook nog steeds de armste. De Indiase regering is vastbesloten de armoede te bestrijden door de economie hard te laten groeien – en Europa wil daarop maar al te graag meeliften.

In het akkoord is ruime aandacht voor handel in de dienstensector, nu 60 miljard euro (26 miljard import, 33,8 miljard export) in omvang. Dankzij het schrappen van barrières op het gebied van dienstverlening moet het voor hoogopgeleide Indiërs makkelijker worden om in de EU te gaan werken en voor Indiase bedrijven om diensten aan te bieden, in onder meer de IT-sector.

Weinig lasten voor boeren, wel baten

Anders dan de Mercosur-deal die Europa recent met vier Zuid-Amerikaanse landen sloot om de handel te liberaliseren, bevat het akkoord met India relatief weinig landbouwparagrafen. Europese boeren verzetten zich fel tegen ‘Mercosur’. Door tussenkomst van het Europees Parlement is dat akkoord nu ter beoordeling aan het Europese Hof voorgelegd. Boeren in Europa vrezen dat Braziliaans rundvlees en pluimvee hun inkomsten hard zullen treffen.

De verse EU-handelsdeal met India moet nog door het Europarlement (en door lidstaten) worden goedgekeurd, maar is niet zo omstreden, alleen al omdat het voor Europa politiek heikele landbouwdossier er minder belangrijk in is. India voert traditioneel een zeer protectionistisch beleid op landbouwgebied, om de eigen boeren te beschermen (ruim 16 procent van het Indiase bbp komt uit de landbouwsector). In het akkoord met de EU heeft de regering-Modi dat beleid maar een beetje opgegeven.

In de deal zijn gevoelige sectoren als rundvlees, suiker, rijst, kippenvlees en melkpoeder uitgesloten, en voor andere producten (zoals schapen- en geitenvlees, zoete mais, komkommers en gedroogde uien) gelden strikte quota. Europa houdt daarbij zijn strengere gezondheids- en voedselveiligheidsregels overeind en gaat daar ook strenger op controleren. India schermt onder meer zuivel, granen, pluimvee en sojameel af van Europese concurrentie.

wijst in een persbericht op voordelen voor Indiase boeren in de deal, vanwege Europese liberaliseringen bij de invoer van onder meer thee, koffie, specerijen en verse groenten en fruit.

Een heikel punt in de laatste dagen van onderhandelingen was de Indiase wens een uitzondering te krijgen op de Europese CO2-grensbelasting voor de industrie. Die heffing, al een tijdje steen des aanstoots van opkomende landen, is bedoeld om Europese bedrijven, die binnen de EU voor emissierechten betalen, te beschermen tegen wat Europa beschouwt als ‘oneerlijke’ concurrentie uit landen die uitstoot niet beprijzen. Een Indiase uitzondering op de CO2-grenstaks zou een groot concurrentienadeel voor Europese bedrijven opleveren. In plaats daarvan bleek Brussel wel bereid 500 miljoen euro op tafel te leggen voor steun aan emissiereductie in de Indiase industrie.

Geopolitieke onrust

De „moeder aller akkoorden” gaat over meer dan importheffingen, quota en technische handelsregels: in de kern gaat het om het zekerstellen van Europese en Indiase welvaart in een wereldeconomie die onzekerder en onveiliger wordt. Met Trump in het Witte Huis, en met een China dat de eigen markt afschermt maar wel zijn productieoverschotten overal kwijt wil, zoeken landen en handelsblokken die nog wél geloven in de zegeningen van handelsliberalisering elkaar op.

Zowel over de deal met India als die met het Mercosur-blok werd door Brussel al jaren onderhandeld, maar de afronding kwam pas onder druk van Trump-II tot stand. Het besef dringt door dat de grootste economie van de wereld, de VS, tegenwoordig een onbetrouwbare partner is, welke afspraken je er ook mee maakt.

Het Witte Huis strooide recent lukraak met importheffingen tegen de EU, maar ook tegen Canada, Brazilië, Mexico en India – en deze week nog tegen Zuid-Korea. Soms bleef het bij dreigementen, soms kwamen de heffingen er echt. India, onder president Biden nog bondgenoot van de VS, werd vorig jaar onder Trump getroffen door een dubbele tarievenklap. Eerst kreeg het land een algemene invoerheffing van 25 procent opgelegd, gevolgd door 25 procent daarbovenop, volgens het Witte Huis als straf voor de Indiase afname van Russische olie.

Net als de EU zitten de Indiërs klem tussen de geopolitieke grootmachten VS en China. Met China heeft India al decennia een gespannen verhouding, onder meer over de grens tussen beide landen in het Himalaya-gebergte. Gezamenlijk lidmaatschap van China en India in de BRICS-groep (onder meer Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) kon niet voorkomen dat er bij Chinees-Indiase gevechten in 2020 nog doden vielen. India is netto-importeur uit China, hoewel China het land ervan beschuldigt zijn markt af te schermen.

Europa kent zo zijn eigen problemen met Beijing: de Chinese staatssubsidies aan de eigen industrie dreigen de Europese industriële basis te ondermijnen – reden voor Brussel om de Chinezen recent een reeks importheffingen op te leggen, onder meer op elektrische auto’s. Ook schermt China volgens de EU zijn eigen markt af en knijpt het soms de levering van grondstoffen af om zijn macht te doen voelen.

En dus ontstaan er, buiten Trump en de Chinese leider Xi om, nieuwe combinaties. De Canadese premier Mark Carney trok vorige week veel aandacht bij het World Economic Forum in Davos, waarin hij pleitte voor meer van dit soort verbanden. Carney riep landen op niet langer te „leven in de leugen” van de oude wereldorde. Deze orde was, wat handel betreft, gebaseerd op de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die zo laag mogelijke wereldwijde importheffingen voorschrijven. De „grootmachten” – Carney noemde ze niet bij naam, maar had duidelijk de VS in het vizier en waarschijnlijk ook China – „verlaten nu zelfs de pretentie van deze regels”, zei hij. Overigens was Carney zelf juist een week daarvoor naar Beijing gereisd om een „nieuw strategisch partnerschap” te sluiten met China.

Carney suggereerde onder meer een „brug” tussen handelsblok CPTPP (met daarin onder meer Canada en Japan) en de EU. Begin maart reist hij, in de voetsporen van zijn Europese geestverwanten, naar verwachting naar India.

Zo ontstaan de contouren van een groep economieën die, tegen de trend van verbrokkeling van de wereldeconomie in, de onderlinge relatie willen laten bloeien, met de twee ‘reuzen’ EU en India als kern. Pragmatisme is daarin belangrijker dan idealen. In India staan onder Modi de democratie en de burgerlijke vrijheden steeds meer onder druk. Maar dat is anno 2026 even minder belangrijk. De verhoudingen in de wereld verschuiven razendsnel – en dwingen het vaak traag opererende Europa een machtspolitieker houding aan te nemen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next