Tennis Toptennissers op de Australian Open kampten de afgelopen dagen met extreme hitte – maar ineens koelt het weer flink af. En dat temperatuurverschil heeft invloed op het spel.
Novak Djokovic ging onderuit tijdens een punt in zijn wedstrijd tegen Botic van de Zandschulp. REUTERS/Tingshu Wang
Het was de heetste dag in zeventien jaar in Melbourne, deze woensdag, met temperaturen tot wel 45 graden Celsius. Op buitenbanen van de Australian Open werden trainingen afgelast, wedstrijden in de grotere stadions werden gespeeld met gesloten dak zodat de airconditioning kon worden gebruikt. De Amerikaanse Amanda Anisimova, nummer 4 van de wereld, plaatste een Instagram-story waarop ze op de baan te zien was met een zak ijs op haar hoofd.
Hoe anders zijn de voorspellingen voor de rest van de week. De maximumtemperatuur duikt van 45 naar 23 graden en komt de rest van de week niet meer boven de 30 uit. Op zondag, de dag van de mannenfinale in het enkelspel, wordt het naar verwachting zelfs niet warmer dan 18 graden, met bewolking en zelfs kans op regen.
Proftennissers weten: die temperatuurverschillen hebben grote invloed op het spel. Een warme tennisbal gedraagt zich anders dan een koude. Bij hoge temperaturen is het rubber van een bal flexibeler, en dus stuit hij hoger op en gaat hij sneller. Is een bal koud, dan is de stuit een stuk lager en gaat hij trager. Gaat de temperatuur van 10 naar 38 graden Celsius, dan kan dat drie tot vijf kilometer per uur schelen, berekende tennisblog Fogmountaintennis. Dat klinkt wellicht als weinig, maar op het allerhoogste niveau is dat verschil wel degelijk merkbaar.
Dunlop, dat onder andere tennisballen maakt, heeft het effect van verschillende temperaturen al eens helder uitgelegd.
De ene speler zal blijer zijn met het koelere weer dan de andere. Wie verdedigend speelt en vertrouwt op zijn of haar vermogen om veel ballen van de tegenstander terug te halen, vindt de kou doorgaans prettiger dan iemand die juist winners wil slaan, of voor wie de service het grootste wapen is. Als een bal bij de stuit meer vertraagt, zoals gebeurt bij lage temperaturen, is het moeilijker om een bal te slaan waar de ander niet meer bij kan.
Toch ligt het ook weer niet zó eenvoudig, nuanceert Raemon Sluiter, voormalig toptennisser en nu coach van Botic van de Zandschulp, die in Melbourne zijn derderondepartij van Novak Djokovic verloor. Hij neemt de Spanjaard Rafael Nadal als voorbeeld, die uitblonk op het relatief trage gravel. „Die verdedigde ontzettend goed”, zegt Sluiter, „dus men dacht al snel: daar wil je echt niet tegen spelen als het koud is.” Maar Nadal speelde ook met heel veel topspin. Daarbij krijgt de bal een voorwaartse draai mee, waardoor hij extra hoog opstuit. Zeker in warm weer kwamen zijn ballen dus extra hoog, wat het voor zijn tegenstanders heel moeilijk maakte om ze te controleren.
Een complicerende factor in Melbourne is het grote verschil in temperatuur gedurende de dag. Waar het op het heetst van de dag soms wel 45 graden kan zijn, kan het ’s avonds zomaar zijn afgekoeld tot 20 graden.
In de voorbereiding op de wedstrijd tegen Djokovic was dat voor Van de Zandschulp bijvoorbeeld ingewikkeld. De wedstrijd op het centre court zou pas om 19.00 uur beginnen. Twee uur van tevoren willen spelers doorgaans beginnen met inspelen, maar op dat moment was nog niet te voorspellen of het ’s avonds nog zo heet zou zijn dat het dak dicht moest blijven. „En tussen een open dak en een dicht dak met de airco aan zit een groot verschil, dat kan van 37 naar 21 graden gaan”, legt Sluiter uit. Uiteindelijk koos men voor het scenario dat op die hete dag het meest waarschijnlijk leek: inspelen op een binnenbaan. Het bleek de goede keuze te zijn.
Wat moet je als tennisser anders doen bij een temperatuuromslag? Een relatief simpele aanpassing is de racketbespanning. Omdat het moeilijker is om snelheid mee te geven aan de bal als het kouder is, spelen verreweg de meeste spelers dan met een lagere bespanning, zegt Raemon Sluiter. De snaren geven dan meer mee. „Je krijgt dan een trampoline-effect, waardoor de bal meer snelheid meekrijgt.” Is het warmer, dan wil je juist weer meer controle, en daarvoor kun je je bespanning beter wat verhogen, legt de coach uit.
Ook aanpassingen in tactiek kunnen van belang zijn. Sluiter haalt als voorbeeld Hubert Hurkacz aan. De Pool heeft een ijzersterke service met veel kick, wat betekent dat de bal extra hoog opstuit. Is het warm, dan is het raadzaam om bij het retourneren wat verder achter de baseline te gaan staan, zodat de bal op het raakpunt voldoende is gezakt. Maar is het avond en zijn de temperaturen wat gedaald, dan kun je agressiever spelen. Verder naar voren stappen, de return sneller na de stuit nemen en daarmee de Pool minder tijd geven voor zijn tweede bal. De service, het allergrootste wapen van de voormalige toptienspeler, is dan in feite minder effectief.
De spelers zijn na Australië nog niet van dit geschommel af: in maart spelen ze het Masters-toernooi in Indian Wells, in de woestijn van Californië. Ook daar is het verschil tussen dag en avond groot. Sluiter: „Je moet dan eigenlijk trainen voor twee verschillende toernooien.”
Source: NRC