Home

Overschrijdt waarde van een olympische medaille ook een mijlpaal?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Niet alleen in het schaatsenrijden worden historische barrières geslecht, ook op de financiële markten is een olympisch jaar begonnen.

De AEX ging al over de 1.000 punten, en nu zit de Dow Jones dicht bij de 50.000 punten. De prijs van zilver kwam deze maand voor het eerst boven de 100 dollar per troy ounce. En de goudprijs heeft de grens van 5.000 dollar per troy ounce (31,1 gram) overschreden. Dat betekent dat de in Milaan te winnen olympische medaille – 6 gram goud – sowieso 1.000 dollar waard is.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen beleggingscategorie – van bigtechaandelen tot crypto of vastgoed – kan op dit moment in waardestijging tegen edelmetalen op.

Sinds Trump president is geworden is een ongekende goldrush gaande. Reden is dat overheden en beleggers steeds minder vertrouwen hebben in de dollar die al sinds de Tweede Wereldoorlog de enige mondiale reservevaluta is. De dollar was heel lang een baken van zekerheid, want de VS konden niet failliet gaan. Maar Trump heeft er met zijn escapades, zoals het invoeren en intrekken van handelstarieven, de aanvallen op de onafhankelijkheid van de centrale bank en het geruzie met allerlei landen in de wereld bijna een chocolademunt van gemaakt.

Goud is historisch gezien een vluchthaven in tijden van politieke en economische instabiliteit. Dan schiet de prijs omhoog. Maar meestal daalt die weer als de onzekerheid wegebt zoals bij de krediet-, euro- en coronacrisis.

Nu lijkt er structureel iets te zijn veranderd. Landen als China, India en Japan ruilen Amerikaanse dollarreserves om in edelmetalen. Beleggers volgen. Dat wordt de-dollarisatie genoemd. Daarnaast neemt de vraag van particulieren naar goud toe. Dit gebeurt met name in Azië, waar het een statussymbool is.

Een kilo goud kost inmiddels 140 duizend euro. Tien jaar geleden was dat nog 33 duizend euro. Twintig jaar geleden 14 duizend euro. En in 1999 en 2000 toen Paars duizend ton – twee derde deel van de Nederlandse goudvoorraad – verkocht, slechts 9.000 euro. Goud had afgedaan als belegging, vond toenmalig minister Zalm. Het leverde geen rendement op – op goud wordt geen dividend of rente uitgekeerd – maar kostte alleen maar geld omdat het moest worden opgeslagen en bewaakt.

Maar toen dacht nog niemand dat westerse valuta ook naar de knoppen konden gaan. Inmiddels stapelen landen zoveel schulden op – en laten die opkopen door hun centrale banken – dat de geldpersen oververhit zijn geraakt. En in een tijdperk van populisme is het ondoenlijk financieel orde op zaken te stellen, want dat accepteert het electoraat niet.

Dat is voer voor speculanten die ook massaal goud zijn gaan kopen in ruil voor dollars. Goud is – in tegenstelling tot bitcoins – grijpbaar en kan nog niet zoals diamant kunstmatig gefabriceerd worden. Het is en blijft schaars.

In de hele geschiedenis is ruim 200 duizend ton goud gedolven. In een olympisch zwembad past 48.250 ton goud. De wereldwijde goudvoorraad past in vier olympische zwembaden.

Of in één schaatshal, waar winnende atleten hun 6 gram koesteren.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next