Europese verhoudingen Het Verenigd Koninkrijk beweegt weer richting de Europese Unie. Is opnieuw toetreden voor de Britten een serieuze optie, bijna tien jaar na het ontregelende Brexit-referendum? „De regering zou zich er niet populair mee maken.”
Medewerkers verwijderen de Britse vlag van het gebouw van de Europese Raad in Brussel op 31 januari 2020.
Deze week, komende zaterdag, is het zes jaar geleden dat het Verenigd Koninkrijk officieel uit de Europese Unie stapte. En in juni is het beruchte referendum waarin een kleine meerderheid van de Britten (51,9 procent) ervóór stemde om de EU te verlaten zelfs tien jaar geleden.
Sindsdien zagen de verhoudingen tussen de EU en het VK er geen jaar hetzelfde uit. Hun onderlinge relatie ontwikkelde zich van kwaaiig bitter naar professioneel kameraadschappelijk. Britse politici durven nu zelfs weer hardop te zeggen dat het Verenigd Koninkrijk moet terugkeren in de interne markt van de EU.
Vorig jaar spraken Londen en Brussel, met een eerste grote beweging naar toenadering, af dat de onderlinge handel in voedselproducten gemakkelijker wordt en dat het VK opnieuw deel gaat uitmaken van de gemeenschappelijke EU-markt voor stroom. En vanaf volgend jaar mogen studenten uit het VK wederom meedoen aan het Erasmusprogramma – EU-studenten op hun beurt kunnen dan goedkoper aan Britse universiteiten studeren.
De Britse premier Keir Starmer (Labour) wil nog wel dichter richting de EU opschuiven, zei hij begin dit jaar. Op meer terreinen weer meedoen aan de gemeenschappelijke interne markt is „in ons nationale belang”, zei hij. Ook de onvoorspelbare Amerikaanse president Donald Trump zorgt ervoor dat het VK en de EU elkaar meer opzoeken. Een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen.
Vrachtwagens in Dover wachten tot ze aan boord van een veer kunnen gaan, op 16 februari 2022.
Regeringspartij Labour is anderhalf jaar aan de macht en het schiet maar niet op met één van haar topprioriteiten: de groei van de Britse economie. De ene maand is er bescheiden groei, de volgende lichte afname. En niemand twijfelt meer aan de negatieve invloed van de Brexit hierop. De handelsbelemmeringen die door de uittreding ontstonden, kosten het Verenigd Koninkrijk in vijftien jaar tijd ongeveer 4 procent aan productiviteit en 15 procent aan handel. De ‘eigen’ handelsovereenkomsten die het VK onder andere met Australië sloot, compenseren dat bij lange na niet.
In haar verkiezingsprogramma (uit 2024) was Labour nog omfloerst en voorzichtig over toenadering tot de EU. Maar de afgelopen maanden werd het Starmer en zijn ministers steeds duidelijker hoe belangrijk de Europese markt is. „Ze realiseren zich al doende dat hun plannen voor groei niet echt werken en dat er meer nodig is”, zegt Joël Reland, onderzoeker bij denktank UK in a Changing Europe. „Zonder dat er duidelijke strategie achter zit, praten Labour-ministers ineens over de voordelen van toegang tot de interne markt of de douane-unie.”
Probleem is dat Brussel hierin zou moeten meegaan. EU-lidstaten zijn beducht voor cherry picking, voor het maken van afspraken die alleen de Britten goed uitkomen. Reland: „Brussel zal op een gegeven moment zeggen: jullie vragen om toegang die vergelijkbaar is met die van Zwitserland. Alleen, Zwitserland betaalt de EU voor toegang tot de goederenmarkt én accepteert het vrije verkeer van personen.” Vooral dat laatste lijkt voor Labour nog altijd een stap te ver. De open grenzen waren in 2016 voor veel Britten juist reden om voor de Brexit te stemmen en premier Starmer blijft erbij dat vrij verkeer van personen geen optie is.
Intussen hebben het VK en de EU hun principeafspraken van vorig jaar – over stroom, de handel in CO2-uitstoot en voedsel – nog niet officieel uitgewerkt. Vooral de Britse regering hoopt dat de onderhandelingen ergens dit voorjaar worden afgerond. Labour heeft het meeste belang bij het wegnemen van de handelsbelemmeringen voor vlees, vis en andere bederfelijke waar met controles op voedselkwaliteit. Minder gedoe bij de grens moet de Britten in de supermarkt geld gaan schelen. De EU wil in ruil graag afspraken maken over een laagdrempelig visumprogramma voor jongeren.
Voorstanders van Brexit demonstreren bij Westminster op Brexit Day on 2020.
Geopolitiek gezien is het Verenigd Koninkrijk binnen Europa terug van weggeweest. Premier Starmer geniet internationaal meer aanzien dan thuis, al was het maar omdat hij een – relatief – goede verstandshouding heeft met president Trump. Keir Starmer „heeft geen opgeblazen ego en geen aandrang om te pronken. Dat helpt in de omgang met leiders als Macron en Trump, die graag in de aandacht staan”, stelde zondagskrant The Observer vorig jaar vast. Die technocratische, weinig charismatische houding wordt hem door zijn partijleden juist verweten als het om binnenlandse politiek gaat.
Rond de oorlog in Oekraïne speelt het VK een belangrijke rol. De coalition of the willing, een club van vooral Europese landen die zich opwerpen als belangrijkste bondgenoten van Oekraïne, begon vorig jaar als gezamenlijk initiatief van de Franse president Macron en Starmer. Samen met Frankrijk heeft het VK als enige al gezegd dat het bereid is militairen naar Oekraïne te sturen om een eventueel vredesbestand met Rusland te bewaken.
In retoriek treden de EU en het VK dus graag weer op als één Europa. In praktijk loopt het soms anders. Onderhandelingen over Britse toegang tot een EU-fonds voor defensie, dat bestaat uit 150 miljard euro aan leningen, liepen eind vorig jaar stuk. Labour vond de prijs die Brussel vroeg – aanvankelijk 6,7 miljard euro – te hoog. Tot frustratie van sommige lidstaten, omdat dit „een signaal van achteruitgang” aan Rusland zou geven, zoals de Financial Times schreef nadat de deal van tafel was. Maar zure of cynische commentaren van betrokken politici en onderhandelaars, die oh zo gangbaar waren tijdens de Brexit-onderhandelingen, bleven uit. Een teken dat het beide partijen menens is hun onderlinge relatie goed te houden.
John Major, in de jaren negentig premier namens de Conservatieve Partij, noemde de Brexit vorig jaar „een moment van collectieve dwaasheid”. Brexit is een flop gebleken, zei hij, en meer dan de helft van de Britten vindt inmiddels dat het een verkeerd besluit is geweest. Precies daarom vond hij het zo teleurstellend dat zowel Labour als de Conservatieven, nu in de oppositie, „zo jammerlijk timide zijn in hun ambities” om meer met de EU samen te werken. „Allebei zijn ze doodsbang voor het restant van de Brexit-stemmen.” De kiezer achteraf ongelijk geven, dat doen politici niet graag.
Europarlementariër Nigel Farage zwaait in het Europees Parlement met de Britse vlag, kort voor het officiële vertrek van het VK uit de EU.
Een meerderheid van de Britten, 56 procent, ziet de Brexit inmiddels inderdaad als fout, maar tegelijk vindt een merendeel van de bevolking een Breturn of Brejoining geen prioriteit. „De regering zou zich niet populair maken als ze het ineens tot doel zou verklaren om opnieuw EU-lid te worden”, zegt onderzoeker Joël Reland. Gebeurd is gebeurd en de jaren na het referendum zijn voor veel Britten een pijnlijke herinnering aan politiek gekonkel. „Daarom is de technische aanpak van Labour nu wel logisch. Ze kiezen voor onderhandelen op sectorniveau met als argument dat de kosten zullen dalen. Daar hebben de meeste Britten weinig op tegen.”
Aan één politicus kleeft het mislukken van de Brexit bijzonder weinig, terwijl hij toch een van de grootste pleitbezorgers was: Nigel Farage. Zijn partij Reform UK doet het goed in de opiniepeilingen, maar politici van zowel Labour als de Conservatieven durven hem niet hard aan te spreken op de gevolgen van het verlaten van de EU voor de Britse samenleving. Farage heeft zelf de Brexit lang als onderwerp vermeden en maakt vooral een punt van immigratie en de migranten die met bootjes het Kanaal oversteken. Als hij toch vragen krijgt over de Brexit, antwoordt hij meestal dat de Conservatieve Partij – aan de macht tijdens de onderhandelingen met de EU – het idee belabberd heeft uitgevoerd. Dat vinden de meeste Britten trouwens ook: volgens peilingbureau YouGov denkt een meerderheid al jarenlang dat de regering de Brexit verkeerd aanpakt.
Nigel Farage en Reform UK zijn nu zo populair dat zelfs sprake was van een ‘Farage-clausule’ bij de lopende onderhandelingen tussen het VK en de EU over voedingswaren, schreef de Financial Times eerder deze maand. Als een volgende regering, bijvoorbeeld onder leiding van Farage, die afspraken terugdraait, zou het VK een boete moeten betalen. Het is niet ongewoon om een bepaling over beëindiging in zo’n akkoord op te nemen. Maar zoiets een Farage-clausule noemen, is alleen maar in zíjn voordeel, zegt Joël Reland: „Farage krijgt zo de kans terug te grijpen op de karikatuur van het Brexit-debat van tien jaar geleden, over soevereiniteit en geld. Zo van, kijk, de EU probeert ons er weer bij te lappen en dwingt ons te betalen als we hun regels niet willen volgen.”
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC