Gemeenten hielden in het jaar 2024 bijna 2 miljard euro over. Maar een nieuw rapport van accountants- en adviesbureau BDO waarschuwt dat er tekorten dreigen, en dat lastige keuzes te vaak vooruit worden geschoven.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
De kaart van Nederland waarop de financiële gezondheid van lokale overheden is weergegeven, kleurt groen. Circa 80 procent van de gemeenten hield in 2024 geld over. Op het rapport van accountants- en adviesbureau BDO, dat jaarlijks de jaarrekeningen en begrotingen doorlicht, steeg het gemiddelde cijfer van een 7,6 naar een 8,4.
Maar Schijn bedriegt is niet voor niets de titel van het rapport dat dinsdag verscheen. De mooie scores stoelen vooral op de flinke reserves van gemeenten, die slechts beperkt inzetbaar zijn. En gemeenten nemen te veel zaken niet of te weinig concreet op in hun begrotingen, waarschuwt partner Marc Steehouwer van BDO. ‘In bijvoorbeeld vastgoed en de energietransitie zijn grote investeringen nodig. Veel gemeenten hebben daar niet voor gespaard.’
Het is een paradox: de gezamenlijke buffers zijn opgelopen tot 43 miljard euro, en toch verwacht 70 procent van de gemeenten op langere termijn tekorten. ‘Je wilt zelf ook niet je spaargeld gebruiken om de boodschappen te betalen’, zegt Steehouwer.
Net zoals in eerdere edities blijkt weer hoe groot de verschillen zijn: sommige gemeenten staan er aanzienlijk beter voor dan anderen. Eenduidige verklaringen daarvoor zijn lastig te geven, zegt Steehouwer. In elk geval is het niet altijd een gevolg van slecht beleid.
Bij de grotere gemeenten staat bijvoorbeeld Dordrecht er het beste voor. De Zuid-Hollandse gemeente verdiende een smak geld met de verkoop van de aandelen in Eneco, en gaf daar nog weinig van uit. Hekkensluiter is Groningen. Die gemeente had geen aandelen in een energiebedrijf te verzilveren, maar investeerde al wel flink in groeiambities.
De inventarisatie van BDO is gebaseerd op gemeentelijke begrotingen: de verwachte inkomsten en uitgaven van gemeenten. De afgelopen jaren bleek vaak dat de eindafrekeningen positiever uitpakten. Door personeelstekorten en de problemen rond stikstof en het stroomnet konden projecten niet gerealiseerd worden, waardoor uitgaven lager uitvielen. Ook schoot het Rijk soms alsnog te hulp.
Zo zetten gemeenten zich de afgelopen jaren schrap voor het zogenoemde ‘ravijnjaar’. Met ingang van 2026 zou de Rijksoverheid een korting doorvoeren van ruim 2 miljard euro op het gemeentefonds. Dat is de financiële levensader voor gemeentelijke begrotingen: lokale overheden zijn voor driekwart van hun uitgaven afhankelijk van Den Haag.
Het leidde tot een hoogoplopend conflict, waarin gemeenten bij monde van de VNG meermaals dreigden met juridische stappen – een ongekende situatie in de Nederlandse bestuurlijke verhoudingen. De vete werd gesust toen het kabinet vorig voorjaar alsnog over de brug kwam met 3 miljard euro extra, voor de periode 2025-2027.
Daarmee moet ook de ergste pijn voor de jeugdzorg worden verzacht. De uitgaven daarvoor zijn al sinds de taak in 2015 door het rijk aan gemeenten werd overgedragen een aderlating. De structurele financiële tekorten van honderden miljoenen ontstonden omdat er sinds de decentralisatie niet, zoals verwacht, minder jongeren een beroep doen op hulp, maar juist aanzienlijk meer.
‘Eigenlijk is het ravijn vooruitgeschoven’, stelt Marco Pot van BDO. Op de jeugdzorg moet bovendien alsnog flink bezuinigd worden. Hij signaleert daarbij grote verschillen in de begrotingsdiscipline van gemeenten. Sommigen hebben al ingrijpende maatregelen genomen, terwijl anderen cruciale bezuinigingen vaag houden of voor zich uitschuiven. De aankomende gemeenteraadsverkiezingen spelen daarbij ook een rol. ‘Gemeenten willen de nieuwe colleges niet confronteren met grote uitgaven.’
Specifiek waarschuwt Pot voor de risico’s van maatschappelijk vastgoed, zoals zwembaden, sporthallen en scholen. Die zijn in het verleden vaak betaald met eenmalig geld. ‘Als ze vervangen of gerenoveerd moeten worden, is daar lang niet altijd rekening mee gehouden.’
Volgens de VNG laat de inventarisatie zien dan gemeenten nog steeds ‘onder aanzienlijke en toenemende financiële druk staan’. ‘Veel zaken blijven liggen door alle bezuinigingen, terwijl de opgaven heel groot zijn en er juist de komende jaren heel veel investeringen nodig zijn die vele miljarden kosten. Dat geld is er niet en dat gaat gemeenten en hun inwoners keihard raken.’
Het lot van gemeenten ligt in handen van de formerende partijen. In hun verkiezingsprogramma’s beloofden D66 en het CDA gemeenten meer geld, terwijl de VVD inzette op efficiënter werken en het sluitend maken van begrotingen. ‘Gemeenten hebben behoefte aan voorspelbaarheid en een eerlijk financieringssysteem’, aldus de VNG. Daarover wil de belangenorganisatie met het nieuwe kabinet afspraken maken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant