Of een Uber-chauffeur een ondernemer is of een werknemer ligt aan de individuele omstandigheden van die chauffeur. Dat heeft het gerechtshof Amsterdam besloten in een langlopende zaak. Het gerechtshof zegt niet voor hele groepen chauffeurs te kunnen vaststellen dat ze eigenlijk werknemer zijn.
Met deze uitspraak verliest vakbond FNV de rechtszaak die de bond in 2020 aanspande tegen Uber. Volgens de bond zijn Uber-chauffeurs werknemers en zou Uber ze moeten betalen volgens de taxi-cao.
Het gerechtshof gaat niet mee in die redenering. Zes chauffeurs deden met Uber mee in deze zaak en het hof zegt dat zij alle zes zelfstandig ondernemer zijn, onder meer vanwege de investeringen die ze zelf deden in hun auto. Ook kiezen ze zelf wanneer ze werken en of ze een rit wel of niet accepteren.
"Deze uitspraak is een geweldige overwinning voor chauffeurs en de bevestiging dat zij ondernemer zijn", zegt Maurits Schönfeld, directeur Noord-Europa bij Uber. "Het Gerechtshof is glashelder: je mag niet alle chauffeurs over een kam scheren, zoals de FNV probeerde."
De vakbond is teleurgesteld over de uitspraak: "Het hof sluit zeker niet uit dat er wel sprake kan zijn van werknemerschap, maar stelt dat dit individueel moet worden vastgesteld."
In 2021 stelde de rechtbank de FNV nog in het gelijk, maar daar ging Uber tegen in beroep. Die hogere rechter is het nu dus met Uber eens.
De FNV bekijkt nog of ze door willen met deze rechtszaak. Die kan nog naar de Hoge Raad, de allerhoogste rechter in Nederland. Ook bekijkt de FNV nog of het mogelijk is om individuele chauffeurs rechtszaken te laten beginnen.
Economie
Source: NOS nieuws