Home

‘Gemeenten blijven financieel kwetsbaar’, zegt het accountantskantoor dat elk jaar alle gemeenten doorlicht

Financiën Op het eerste gezicht lijkt het financieel goed te gaan met de 342 gemeenten: ze hebben reservekapitaal en een overschot. Maar „schijn bedriegt”, zegt het accountantskantoor BDO.

BDO stelt vast dat gemeenten voor „noodzakelijke investeringen" in onder meer infrastructuur vaak geen of te weinig middelen hebben opgenomen.

Het ‘ravijnjaar’, waarin gemeenten vreesden grote geldtekorten te hebben, lijkt afgewend. De 342 Nederlandse gemeenten hebben voldoende financiële buffers: in totaal 43 miljard euro aan reserves en een gezamenlijk overschot van 2 miljard euro over 2024.

Maar achter die cijfers schuilen „structurele uitdagingen”. „Schijn bedreigt” dus, zo waarschuwt accountantskantoor BDO in zijn jaarlijkse doorlichting van de gemeentefinanciën.

De accountant bekeek de jaarrekeningen van 2024 en de meerjarenbegrotingen van 2025 tot 2029 van alle gemeenten. BDO signaleert dat 70 procent komende vier jaar tekorten verwacht (oplopend tot 3,4 miljard euro) en 20 procent zo’n lage financiële gezondheid heeft dat ze in de categorie „meest risicovol” vallen.

BDO ziet onder meer dat het overschot van 2 miljard euro ontstond doordat gemeenten laat in het jaar geld van het Rijk kregen en dat daarom in 2024 niet meer konden uitgeven. Tevens kregen ze incidenteel geld, dat niet voor structurele lasten mag worden ingezet. Er was bovendien onvoldoende mankracht beschikbaar om plannen uit te voeren. En gemeenten hebben, met de verkiezingen van maart aanstaande, grote structurele beslissingen uitgesteld.

‘Spelregels’

De reserves kunnen „niet zomaar worden gebruikt om tekorten op te vangen, daar zijn spelregels aan verbonden”, zegt Marc Steehouwer, partner bij BDO Accountants & Adviseurs. Hij vergelijkt het met een spaarrekening. „Om daar de dagelijkse boodschappen van te betalen, zou geen gezonde situatie zijn.”

Een deel van de reserves is bedoeld om maatschappelijk vastgoed – dus scholen, zwembaden en buurthuizen – en bruggen, wegen en andere gemeentelijk infrastructuur af te kunnen schrijven. BDO ziet dat voor „noodzakelijke investeringen in veel gemeentebegrotingen geen of te weinig middelen werden opgenomen”.

In sommigen gemeenten staat het vastgoed of de infrastructuur ook niet op de balans, omdat ze ooit met eenmalig geld werden gebouwd. „Maar ze vragen wel groot onderhoud, vervanging en verduurzaming.”

Jeugdzorg blijft ‘een risico’

De financiële positie van gemeenten blijft daarmee wankel. Het ravijnjaar werd voorkomen doordat in de Voorjaarsnota afgelopen mei het kabinet geld vrijmaakte voor jeugdzorg. Het financiële gat is daardoor verkleind, signaleert BDO. „Maar we zien nog steeds een risico. In 2028 moeten gemeenten 500 miljoen euro besparen op jeugdzorg”, zegt Steehouwer. „Terwijl de kosten voor gemeenten moeilijk beheersbaar blijken.”

Vorig jaar lagen de landelijke overheid en gemeenten over de vergoeding voor onder meer jeugdzorg op ramkoers, en dreigde die laatste naar de rechter te stappen. Volgens gemeenten is het probleem nu een paar jaar vooruitgeschoven, maar niet opgelost. Ze menen dat ze nog steeds meer taken in opdracht van het Rijk moeten uitvoeren zonder ‘adequate’ financiële compensatie. Dat is wettelijk wel verplicht.

Maandagavond, op een bijeenkomst in Den Haag in het provinciehuis, zei vicepresident van de Raad van State Thom de Graaf, dat adequaat „onverkort en ruimhartig” betekent. Ook die hoogste adviseur van de regering waarschuwt al enkele jaren dat als lokale overheden iets in opdracht van het Rijk uitvoeren, daar „randvoorwaarden” voor gelden.

De Tweede en Eerste Kamer vroegen daarom vorig jaar een overzicht van de taken en het bijbehorende geld aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën, die gezamenlijk gaan over het Gemeentefonds. De Raad voor het Openbaar Bestuur, een onafhankelijk adviesorgaan van regering en parlement, adviseerde beide ministers ook zo’n overzicht te maken.

Kabinet wil niet

Dat advies legde het demissionaire kabinet begin januari naast zich neer. Minister Frank Rijkaart (Binnenlandse Zaken, BBB) erkent dat sprake is van een „disbalans” en dat „op sommige taken medeoverheden vandaag de dag zo weinig beleidsruimte hebben, dat zij het karakter krijgen van een uitvoeringsloket van het Rijk”.

Een overzicht van de taken en het bijbehorende geld gaat het kabinet echter niet maken: dat zou te veel administratie vergen. Bovendien vindt de demissionair minister dat gemeenten alleen „lokaal verantwoording” aan de gemeenteraad hoeven af te leggen over de besteding van geld, niet aan het Rijk. Een commissiedebat hierover in de Tweede Kamer, dat woensdag zou plaatsvinden met demissionair minister Rijkaart, is uitgesteld.

BDO maakte ook opnieuw een ranglijst van alle gemeenten. Financieel het minst gezond zijn Groningen, Kampen, Eijsden-Margraten en Urk. Het gezondst zijn Dordrecht, Hoeksche Waard, Epe en Staphorst. Het is de achtste keer dat het accountantskantoor alle gemeenten onderzocht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next