De Tweede Kamer stemt dinsdag over versoepeling van de bonusregels voor de financiële sector, een voorstel van de aanstaande regeringscoalitie D66, VVD en CDA. De sector zou anders geen goed personeel kunnen aantrekken. Maar klopt dit wel?
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Waarom willen D66, VVD en CDA meer en hogere bonussen toestaan?
Banken en fintechbedrijven klagen al sinds de invoering van het Nederlandse bonusplafond in 2014 dat die regels hun internationale concurrentiepositie aantasten. Ze zouden op de internationale arbeidsmarkt voor financiële topfuncties constant aan het kortste eind trekken, omdat bedrijven in andere landen hogere bonussen mogen uitdelen dan de Nederlandse financiële sector. Banken en fintechstart-ups zouden hierdoor moeite hebben voldoende ICT’ers te rekruteren, want die zijn in heel Europa schaars. Dat gebrek aan ICT’ers tast volgens de sector de innovatiekracht aan, en daarmee het groeivermogen van de Nederlandse economie.
Heeft de sector daar gelijk in?
Dat hoog gekwalificeerde ICT’ers schaars zijn, staat buiten kijf. Die schaarste manifesteert zich op meer fronten; ook de overheid heeft ermee te maken. Maar de recentste evaluatie van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) levert weinig bewijs dat hogere bonussen dit probleem zullen verhelpen. Vrijwel het enige ‘bewijs’ daarvoor bestaat uit interviews met managers van financiële bedrijven. Dat zijn dezelfde mensen die het bonusplafond van tafel willen krijgen en daarvoor met succes lobbyen in de Tweede Kamer. Het voorstel krijgt waarschijnlijk een meerderheid in beide Kamers dankzij steun van JA21, BBB en FvD.
Maar dat bewijst toch niet dat de sector ongelijk heeft?
Seo economisch onderzoek, het bureau dat het bonusplafond in 2024 evalueerde, keek ook naar feitelijke personeelswisselingen aan de top van financiële instellingen. De onderzoekers zagen geen significant verschil tussen de jaren vóór de invoering van het Nederlandse bonusplafond en de jaren erna. Als hoge bonussen veel verschil maken bij het aantrekken en vasthouden van toptalent, dan zou dat uit de cijfers moeten blijken. Het mantra dat toptalent ‘voor het buitenland kiest’ als Nederlandse banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen karig zijn met bonussen, lijkt ook niet op te gaan. Een Rotterdams promotieonderzoek naar de bezoldiging van topmanagers van beursgenoteerde bedrijven leidde in 2018 tot de volgende conclusie: ‘Het merendeel van de bestuurders wordt intern opgeleid, de internationale mobiliteit is laag en het wegkopen van bestuurders komt maar weinig voor’.
Dat zegt iets over het effect van bonussen op bestuurders. Maar zegt dat dan wel ook iets over ICT’ers?
Het is frappant dat de lobbybrief die de financiële sector in december naar de Tweede Kamer stuurde uitsluitend het tekort aan ICT’ers benoemt. Ook het D66-VVD-CDA-amendement en een Kamerbrief van VVD-minister van Financiën Eelco Heinen noemen alleen de ICT’ers. Maar tegenover Seo beschreven de geïnterviewde topmensen nog een groep waaraan ze hogere bonussen willen uitdelen: mensen in ‘sterk commerciële functies’ en ‘commercieel talent’. Maar een lobbyverhaal over ICT’ers (een vak dat geassocieerd wordt met het politiek populaire buzzwoord ‘innovatie’) heeft natuurlijk meer kans van slagen dan een jammerklacht over een tekort aan verkopers van beleggingsproducten.
Maar klopt het dat de Nederlandse bonusregels strikter zijn dan die in andere EU-landen?
Ja, dat klopt. In Nederland mogen financiële instellingen maximaal 20 procent bonus geven bovenop het vaste salaris en dat plafond geldt voor alle werknemers. De EU-richtlijn kent een bonusplafond van 100 procent, en alleen voor medewerkers die een functie met een hoog risicoprofiel bekleden. Als beide Kamers het amendement aannemen, geldt het bonusplafond van 20 procent straks ook hier alleen voor de bedrijfstop en een aantal hoogbetaalde medewerkers die veel financieel risico nemen.
Dan is Nederland dus nog steeds strenger dan de EU-richtlijn?
Ja, maar VVD-Kamerlid Wendy van Eijk noemde deze versoepeling tijdens een Kamerdebat een ‘eerste stap’. De VVD maakt er geen geheim van de regels voor banken verder te willen verruimen. Zo klagen de banken in hun lobbybrief aan de Kamer ook over de hoge buffereisen die in Nederland gelden voor hypotheken. Nederlandse banken moeten meer financiële reserves aanhouden als risicoafdekking van hun hypotheekportefeuille dan banken in het buitenland. Maar dat is niet zonder reden. In andere landen verstrekken banken namelijk geen (riskante) aflossingsvrije hypotheken, terwijl die in Nederland vóór 2013 min of meer de norm waren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant