Home

‘Het is een illusie om te denken dat je de Europese buitengrenzen volledig kunt afsluiten’

Hans Leijtens | directeur Frontex Het EU-agentschap voor bewaking van de Europese buitengrenzen heeft een Nederlandse baas. De opmars van radicaal-rechts in Europa heeft geen invloed op zijn werk, zegt Hans Leijtens. „Het heersende politieke klimaat is voor mij geen trigger om dingen te doen of te laten.”

Hans Leijtens, directeur van Frontex, in zijn kantoor in Warschau.

Half januari oogt Warschau wit op de grond en grijs in de lucht. De werkplek van Hans Leijtens, hoog in een van de glazen kantoortorens van Warsaw Spire aan het Europese Plein, biedt op deze sombere dag nauwelijks zicht op de stad in de diepte. 

Bijna drie jaar is Leijtens de hoogste baas van Frontex, het agentschap van de Europese Unie dat samen met de lidstaten de buitengrenzen van de EU bewaakt. Zijn benoeming volgde op een lange carrière bij de Koninklijke Marechaussee, waar hij met een uitstapje naar de Belastingdienst sinds 2012 commandant was. Frontex controleert grenzen, ondersteunt landen bij de terugkeer van migranten, bestrijdt grensoverschrijdende criminaliteit en verzamelt informatie over migratie. Elders in de kantoortoren volgen werknemers live schepen op grote schermen. De organisatie is bezig met een groeispurt, van circa vierduizend werknemers nu naar tienduizend in 2027 en dertigduizend op nog onbekende termijn.

Onlangs maakte Frontex de cijfers over 2025 bekend: het aantal „irreguliere grensoverschrijdingen” (mensen die zonder geldige papieren de EU-grens oversteken) is vorig jaar met 26 procent gedaald, naar 178.000, het laagste niveau sinds 2021. Van de zeven migratieroutes aan de randen van Europa was er maar één stijger, de route aan de westkant van het Middellandse Zeegebied. De grootste daler is de Westelijk Afrika-route via de Canarische Eilanden, met een afname van 63 procent ten opzichte van 2024. Ook de routes aan de oost- en zuidgrenzen daalden fors: bij Polen en de Baltische staten -37 procent, bij de westelijke Balkan -42 procent, bij de oostkant van de Middellandse Zee -27 procent.

Onder Leijtens’ voorganger Fabrice Leggeri kreeg Frontex een slechte naam. Media en ngo’s beschuldigden het agentschap van het meewerken aan pushbacks, het illegaal en gewelddadig terugsturen van migranten aan de grens zonder dat ze een beroep op asiel kunnen doen. De EU-fraudebestrijdingsdienst OLAF deed onderzoek naar pushbacks, maar ook naar wangedrag en fraude binnen Frontex. Leggeri moest opstappen en is inmiddels Europarlementariër voor de Franse radicaal-rechtse partij Rassemblement National.

Hoe heeft u geprobeerd om de reputatie van Frontex binnen de EU en de rust binnen de organisatie te herstellen?

„Toen ik aantrad merkte ik dat er onder mijn voorganger een gesloten cultuur was ontstaan. Dat zie je vaker bij uniformberoepen. Je ziet het ook bij politie, brandweer, marechaussee. Wij tegen de rest van de wereld, een sfeer van dingen binnen de eigen organisatie houden. Er was bij Frontex ook sprake van nepotisme bij benoemingen, dat zorgde voor onvrede. Ik heb de boel open gegooid. We hebben townhall meetings, twee keer per jaar een leiderschapsseminar. Ik investeer veel in interne communicatie; mijn agenda staat op intranet, ik schrijf een blog. Ik heb veel taken gedelegeerd, ik vind dat je mensen verantwoordelijk moet maken voor waar ze voor staan. We moesten het onderlinge vertrouwen herstellen en dat kan door transparantie.”

Kunt u garanderen dat Frontex niet meer meewerkt aan pushbacks, bijvoorbeeld in Griekenland, Bulgarije of Kroatië?

„Het klinkt een beetje als een jij-bak, maar kan de hoofdredactie van NRC garanderen dat er nooit iets mis gaat? We hebben bijna vierduizend mensen rondlopen in Europa, die met de beste voorbereiding worden geacht om op de juiste wijze op te treden. Er is altijd een kans dat mensen verkeerde dingen doen, dat kan ik niet uitsluiten. Waar het mij om gaat, en dat kan ik wel uitsluiten, is dat verkeerde dingen onder het tapijt verdwijnen. Ik denk dat we daar de laatste drie jaar echt stappen hebben gezet.”

Frontex beschikt over 56 fundamental right monitors om de rechten van migranten te bewaken. Kunnen zij wel onafhankelijk rapporteren over misstanden?

„Ja. Ik ben hun baas, maar ik stuur ze niet aan. Dat doet de Fundamental Rights Officer, en hij rapporteert niet aan mij maar aan het bestuur. Met die constructie is onafhankelijk toezicht gegarandeerd. Zij doen onderzoek naar meldingen of klachten van misstanden. Overigens ging dat de laatste jaren niet over mishandeling van migranten, maar over met een borrel op in de auto stappen, dat soort zaken. Bedenk wel dat wij alleen verantwoordelijk zijn voor onze eigen werknemers, niet voor de grenswacht van het gastland waar we mee samenwerken.”

In een zaak van een Syrisch gezin dat door Griekenland werd uitgezet oordeelde het Europees Hof van Justitie in december dat Frontex daar ook verantwoordelijk voor was, niet alleen Griekenland.

„Ten eerste, in de publiciteit rond die uitspraak van het Hof zie je hoe makkelijk de term pushback wordt gebruikt. Overal, ook in NRC, stond dat wij verantwoordelijk zijn voor pushbacks, maar dit ging om een terugkeeroperatie, dat is iets anders. Wat onze rol betreft: wat wij doen is altijd onder aansturing van het gastland, de host nation. Bij laakbaar gedrag door werknemers van het gastland kan ik alleen hopen dat zij onze meldingen serieus nemen en er zelf een vervolg aan geven. Als er sprake is van structurele misdragingen van lidstaten kan ik de samenwerking opschorten. Dat is tot nu alleen gebeurd met Hongarije in 2021, omdat ze migranten toegang tot de asielprocedure weigeren.”

Vinden landen het lastig om steun van Frontex te vragen? Ze geven daarmee aan dat ze hun eigen grensbewaking niet op orde hebben.

„Zeker niet. Het land moet de noodzaak zien om onze hulp te vragen. Dat kan een operationele noodzaak zijn, maar ook een politieke noodzaak. Soms willen ze graag de Europese vlag erbij hebben, mensen in een herkenbaar Europees uniform. Laat ik een voorbeeld geven. Toen Rusland migranten de Finse grens over stuurde, sommigen op de fiets, sprongen wij bij. De Finnen hebben Champions League grensbewaking, echt top of the bill, maar Finland wilde op dat moment laten zien dat het ook om een buitengrens van de EU gaat.”

In diverse lidstaten en in het Europees Parlement is sprake van een opmars van radicaal-rechtse partijen, sterk gekant tegen migratie naar de EU. In hoeverre beïnvloedt dat uw werk?

„Het heersende politieke klimaat is voor mij geen trigger om dingen te doen of te laten. Ik maak de debatten en de besluitvorming in Brussel van nabij mee, maar dat heeft geen gevolgen voor hoe ik mijn werk inricht. Wat voor mij zwaarder weegt is onze business intelligence: waar zijn de problemen, hoe kunnen we onze mensen het beste inzetten? Dat is op basis van feiten, niet op basis van gevoel. Er zijn wel ontwikkelingen die door de politiek worden bepaald: terugkeeroperaties worden bijvoorbeeld steeds belangrijker. In de Europese Raad bestaat consensus: als je de terugkeer niet beter aanpakt zet je de geloofwaardigheid van het hele migratiebeleid op het spel. Als je mensen die hier niet mogen blijven niet terugbrengt, ondergraaf je wat je aan de voorkant doet.”

De EU probeert migratie aan de voorkant te voorkomen door deals te sluiten met andere landen. Na Turkije kregen Tunesië en Libië geld om migratie af te remmen. Bent u voorstander van zulke deals?

„Je moet met andere landen samenwerken. Tegelijk moet je niet bereid zijn om je principes te verkwanselen, want dat vind ik echt wel een belangrijke baseline. Ik vind dat je ook als je zaken doet met de wereld buiten Europa de Europese normen hoog moet houden.”

Dat is juist de kritiek, als je samenwerkt met Tunesië en Libië. Mensenrechten zijn ondergeschikt.

„Dat snap ik. Tegelijk zijn er veel agentschappen van de VN aan het werk in Libië. Als je een goede relatie hebt met een ander land kun je afspreken wat de regels zijn. En je ziet dat het effect heeft. Ik ben altijd voorzichtig met effecten claimen, omdat migratie een complex fenomeen is met veel push- en pull-factoren. Maar neem Tunesië. Daar zag je twee varianten: smokkel met grote en kleine boten, die laatste werden letterlijk op het strand in elkaar gezet. Tunesië ging handhaven en de kleine bootjes zijn weg, dat middel is niet meer beschikbaar voor de smokkelaars. Die bootjes van Tunesië naar Lampedusa leidden tot veel slachtoffers. Het is heel belangrijk dat we het verdienmodel van de mensensmokkelaars verstoren.”

Beschouwt u deze deals als een noodzakelijk kwaad?

„Ik zou niet kiezen voor die term, dat klinkt alsof je toch je principes verkwanselt. Dat doet ook geen recht aan de gelijkwaardigheid in de relatie die je moet nastreven. Dat land wil ook positieve effecten van zo’n samenwerking. Ga niet pas praten als je ze nodig hebt, maar als je denkt: kunnen wij jou helpen? Zo zagen we dat Kaapverdië op zoek is naar nieuwe partners voor surveillance richting de Canarische Eilanden. Wij willen helpen, en dan ook surveilleren in het gebied naar de Afrikaanse kust. De overeenkomst met Kaapverdië wordt nu afgerond door de Europese Commissie. Dat is win-win.”

Het EU-migratiepact dat in juni van start gaat voorziet in nieuwe maatregelen aan de voorkant, bijvoorbeeld snelle screening aan de buitengrenzen. Waarom zou dat nu wel gaan lukken terwijl het eerder niet kon?

„Ik ben optimistisch. Om te beginnen omdat we nu een pact hebben. Dat geeft ons de kans om dingen te synchroniseren op Europees niveau. Ik denk dat het pact veel gaat doen aan het proces nadat mensen zijn gearriveerd, nadat ze zijn gescreend en de procedure in zijn gegaan. Daar zit denk ik de winst van het pact. Dat is niet de fase waar wij bij betrokken zijn. Wij zijn actief aan de voorkant en achterkant, de binnenkomst en het vertrek als de procedure is afgerond en er een besluit ligt over terugkeer. Het zou voor iedereen goed zijn als dat middenstuk veel korter duurt. Mensen moeten in een rechtvaardig proces de kans krijgen om de bescherming te verwerven die ze nodig hebben. Maar als mensen die bescherming niet nodig hebben moet je als EU ook snel kunnen zeggen: dan houdt het hier op.”

Het aantal hekken in en rondom Europa neemt toe. Wat vindt u daarvan?

„Dat snap ik wel. Als er geen natuurlijk obstakel is, is het moeilijk om een grens te beheersen. Als je geen rivier als grens hebt maar een korenveld, dan snap ik dat je daar iets neerzet, al dan niet met camera’s, waardoor je de tijd krijgt om te reageren. Oversteken wordt dan moeilijker. Niet onmogelijk want het is nooit onmogelijk. Het is een illusie om te denken dat je de Europese buitengrenzen volledig kunt afsluiten.”

Als het over Frontex gaat, is de term ‘Fort Europa’ nooit ver weg. Wat vindt u van die term?

„Ik vind het niet zo’n charmant beeld en ik gebruik het zelf nooit omdat het een negatieve connotatie heeft. Maar het beeld heeft ook voordelen. Elk fort heeft toegangspoorten. Wij controleren die poorten en dat is prima. Grensmanagement is interactie tussen mensen: iemand meldt zich bij jou en die wil iets van jou, bescherming of een betere toekomst. Als je het zo ziet is een fort niet alleen een fysieke barrière.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next