Genomineerd voor vier Oscars en vanaf vrijdag te zien op het International Film Festival Rotterdam: The Secret Agent. De Volkskrant spreekt regisseur Kleber Mendonça Filho over zijn onorthodoxe thriller.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Kon het International Film Festival Rotterdam (IFFR) een betere gast strikken dan Kleber Mendonça Filho? Waarschijnlijk niet. De Braziliaan landt deze week op Schiphol met vier Oscarnominaties op zak voor zijn onorthodoxe politieke thriller The Secret Agent, die zich afspeelt tijdens de militaire dictatuur van de jaren zeventig. Het is de vreemde eend in het rijtje van de dit jaar door de Academy genomineerde ‘beste films’, tussen titels als Sinners, One Battle After Another en F1. Al was het maar omdat er in deze film geen woord Engels wordt gesproken.
Mendonça Filho, zaterdag te gast bij een ‘big talk’ in het festivalcentrum De Doelen, is bij uitstek wat ze op het festival een ‘Rotterdamse filmer’ noemen. Hij is een oud-filmcriticus en cinefiel (fan van Paul Verhoeven), die hier in de havenstad ooit de wereldpremière beleefde van zijn debuutspeelfilm Neighbouring Sounds (2012). Dat is een dromerig en indringend misdaaddrama, dat zich afspeelt in Recife; vrijwel al zijn films centreren zich in en om zijn Braziliaanse woonplaats, waar de Hollandse kolonialen ooit de kanalen aanlegden.
Na dat debuut stootte Mendonça Filho meteen door naar de festivaltop in Cannes, met het sociale drama Aquarius (met steractrice Sonia Braga) en de sciencefictionwestern Bacurau, een grote hit in eigen land. En nu, een week geleden, bij de bekendmaking van de nominaties van de Academy, voegde hij zich bij ’s werelds bekendste filmmakers.
Het heeft iets van een mirakel. Sinds Brazilië in 2022 ternauwernood aan een militaire coup ontsnapte, waarvoor de rechts-populistische oud-president Jair Bolsonaro momenteel een celstraf uitzit, maakt het land furore met twee films over de vórige militaire dictatuur (1964-1985).
Gemaakt door dezelfde acteurs en filmmakers die eerder nog onder vuur lagen, toen Bolsonaro’s regime er alles aan deed om de ‘links’ geachte filmindustrie te torpederen, met verdachtmakingen (op sociale media) en absurde beschuldigingen van misbruik van publieke gelden.
Eerst was er het wereldwijde succes van I’m Still Here (Ainda estou aqui), het historische drama van Walter Salles over de ‘verdwijning’ van het oud-congreslid Rubens Paiva. In 2025 was Fernanda Torres de eerste Braziliaanse Oscarwinnaar in de landencategorie, naast de nominaties voor beste film en beste vrouwelijke hoofdrolspeler.
En nu is er dus Mendonça Filho’s The Secret Agent (O agente secreto), dat meedingt in de categorie voor beste film, beste internationale film, beste casting en beste mannelijke hoofdrolspeler. Wagner Moura, bekend van zijn rol als drugsbaas Pablo Escobar in de serie Narcos, is de eerste Braziliaan met een nominatie voor beste acteur.
Ver voor al het prijzengeweld laat Mendonça Filho zich interviewen in Cannes, een dag na de wereldpremière van zijn film. En ook Moura schuift aan voor een gesprek.
Toen hij een jaar of 8 oud was, zegt de regisseur, begon hij iets te merken van de militaire dictatuur. ‘Dan zat ik ergens te spelen waar ook volwassenen waren, en begon een van hen plots te fluisteren. Als er een naam werd genoemd, bijvoorbeeld. Het sloeg nergens op: er waren geen microfoons in de kamer, niemand luisterde mee. Toch veranderde de toon van het stemgeluid. En twee tellen later klonk iedereen weer gewoon normaal.’
Het zit ook in The Secret Agent: de door angst ingegeven omzichtigheid, die een tweede natuur wordt onder een repressief regime. Het oude vrouwtje Dona Sebastiana dempt in de film plots haar stem, als ze praat over haar keuze om onderduikers te huisvesten (‘het is goed om te helpen’), zelfs al bevindt ze zich in haar eigen huiskamer.
‘Dát is exact de atmosfeer van het leven onder een dictatuur’, zegt de 57-jarige filmmaker. ‘In films over een dictatuur zie je meestal de bekende situaties. Martelscènes bijvoorbeeld, of zo’n clubje jonge strijders dat een bank berooft om hun verzet te sponsoren. Maar dat is al zo vaak gedaan, dat wilde ik niet.’
Het tweeënhalf uur lange The Secret Agent, gefilmd met de in de jaren zeventig populaire Panavision-breedbeeldlens, kent een heel eigen, meanderende tred, waarbij Mendonça Filho veel aandacht heeft voor de menselijke interactie.
Over hoogleraar en weduwnaar Armando (Moura) gaat het, die noodgedwongen ‘ondergronds’ gaat: een nieuwe identiteit moet hem behoeden voor een ontspoord conflict met een representant van het corrupte regime. Aan het begin van de film arriveert hij met zijn gele Volkswagen Kever in de Braziliaanse stad Recife, tijdens het carnaval. Op de hielen gezeten door huurmoordenaars, al weet hij dat nog niet, trekt Armando tijdelijk in bij Dona Sebastiana. Hij hoopt het land te kunnen ontvluchten met zijn zoontje, dat bij zijn schoonouders in de stad woont; opa is filmoperateur in de lokale bioscoop.
‘Er zit iets in van een klassieke thriller’, zegt Mendonça Filho. ‘Zo’n race tegen de klok. Tik-tak, tik-tak. Zoiets wilde ik altijd al eens proberen. En al is mijn film dan geen conventionele thriller, zelfs in een ónconventionele thriller moet je toch wel wat wetten van het genre respecteren. Dat Armando zijn naam verandert, bijvoorbeeld. En zijn uiterlijk. Dan zit je als kijker al in een soort spionagesfeer.’
Jaws, in de Braziliaanse bioscopen uitgebracht als Tubarão, speelt een opvallende rol in The Secret Agent. Niet alleen is Armando’s zoontje idolaat van de blockbuster (en filmposter) uit de jaren zeventig, ook wordt een been aangetroffen in de maag van een dode haai, dat vervolgens een eigen leven gaat leiden.
‘Recife is een havenstad’, verklaart de regisseur. ‘En we hebben écht problemen met haaien. Er is een prachtig stadsstrand, waar je beter niet kunt gaan zwemmen: te gevaarlijk. Zo’n dertig doden, de afgelopen dertig jaar. Als kind raakte ik al gefascineerd door die hele haaieniconografie. Ik was dat kind dat de poster van Jaws natekende, zoals het jochie in de film. En als je het over het been hebt: dat komt uit een lokale mythe. Een broodjeaapverhaal, bedacht tijdens de dictatuur door een journalist die de censuur zat was. Om te kunnen berichten over alle misstanden in de stad introduceerde hij een krankzinnig woest been, dat van alles zou aanrichten.’
Moura, zijn hoofdrolspeler, is een van de grootste sterren in Brazilië, al sinds zijn rol als spijkerharde speciale politieofficier in Tropa de Elite (Gouden Beer, 2007). De 49-jarige acteur kijkt zacht en vriendelijk uit de ogen, als een labrador. Maar wie hem vaker heeft zien optreden, in films en series, weet dat hij ook zeer overtuigend is als kille moordenaar.
‘Mensen kunnen zich makkelijk in hem verplaatsen’, zegt Mendonça Filho. ‘Hij kan een gewone man spelen, terwijl hij ook die typische filmsterrenkwaliteit bezit. Wat dat is? Hmm. Zijn swagger. Branie, bravoure. Het zit in het gemak waarmee hij beweegt voor de camera, hoe hij praat, iets in de vorm van zijn gezicht ook.
‘Voor ik met Sonia Braga werkte, voor mijn tweede speelfilm, had ik daar nooit bij stilgestaan. Ik filmde de dingen gewoon hoe ze waren, zonder aandacht voor artdirection. Maar als je met een echte filmster werkt, moet je het spel meespelen. Je moet hem of haar er goed uit laten zien, bijvoorbeeld. Je kunt niet zeggen: o, het is realisme, dat doet er niet toe. Nee, met een filmster maak je echt een film.’
Het schiep een band, zegt de regisseur, dat hij en Moura beiden onder vuur kwamen te liggen onder de vorige Braziliaanse regering. ‘Een deprimerende tijd. Wagner is populair, hij wordt gerespecteerd. Maar uiteraard is er een deel van radicaal-rechts dat hem niet mag, zoals ze mij ook niet mogen. Omdat we communisten zouden zijn – dat ben ik niet, Wagner ook niet. Er is niks voor nodig om aangevallen te worden. Vind je dat een vrouw moet kunnen kiezen voor abortus? Dan ben je een communist – zo idioot is het.’
Moura: ‘De aanvallen van radicaal-rechts op kunstenaars, op culturele instellingen, universiteiten en journalisten, wetenschappers, al het nepnieuws, de leugens ook dat filmmakers geld zouden stelen van de overheid: het maakte dat het publiek in Brazilië anders ging denken over onze eigen cinema. Wat je zag met de film van Walter Salles en de Oscarnominatie voor Fernanda Torres, is dat Brazilianen zich weer massaal achter onze cinema schaarden. Het was iets om trots op te zijn.’
De acteur is even stil. ‘Weet je, ik zeg nu allerlei slechte dingen over Brazilië, maar ik moet toch ook iets goeds zeggen. Bij ons werden de instituties ook bestormd, net zoals het Capitool in de Verenigde Staten. Maar iedereen ging naar de gevangenis. Bolsonaro is zijn politieke macht kwijt, hij kan vele, vele jaren niet meer worden gekozen. En het is niet zo dat de Braziliaanse democratie verder ontwikkeld is. Integendeel: onze democratie is jong en kwetsbaar. Het verschil, denk ik, is dat Amerikanen hun democratie als vanzelfsprekend beschouwen. Brazilianen herinneren zich nog wat een dictatuur is.’
De Braziliaanse film The Secret Agent heeft een Nederlandse coproducent: Erik Glijnis van Lemming Film. Zowel de geluidsbewerking als de muziek kwam hier in de studio tot stand. De speciale effecten die benodigd waren voor de stop-motionscène van het op hol geslagen ‘harige been’ in de film, werden gedraaid in de Holy Motion studio in Arnhem, en zijn van de hand van regisseur Mascha Halberstad (Knor).
Na de vertoningen op het IFFR komt The Secret Agent op 12 februari uit in de landelijke bioscopen.
De 55ste editie van International Film Festival Rotterdam (onder leiding van artistiek directeur Vanja Kaludjercic) vindt plaats van donderdag 29 januari t/m 8 februari. De openingsfilm is Providence and the Guitar, van de Portugese filmmaker João Nicolau. Er worden in totaal meer dan 400 films vertoond. Ook zijn er installaties en audiovisuele werken te zien en vinden er gesprekken plaats (‘big talks’) met filmmakers.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant