Landbouw Maandenlang hield staatssecretaris Jean Rummenie (Landbouw, BBB) vast aan een rammelend wetenschappelijk rapport dat hij zelf had besteld. Het onderzoek had het stikstofbeleid om moeten gooien, maar bleek onvoldoende onderbouwd en stierf na ambtelijk verzet een stille politieke dood. Maar in de samenleving vond het wél weerslag.
Staatssecretaris Jean Rummenie (tweede van links) en diens minister Femke Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) voorafgaand aan een debat in de Tweede Kamer.
Staatssecretaris Jean Rummenie (Landbouw, BBB) zit „als BBB’er” in Op z’n Kop!, een podcast van PowNed – dat zegt hij er voor de zekerheid maar even bij. Want wat hij op deze 29 oktober – nota bene de dag van de Tweede Kamerverkiezingen – gaat zeggen in de podcast, ligt politiek uiterst gevoelig: „Ik ben erg blij met deze studie. Het toont aan dat je zo geen beleid kunt bouwen.”
Het rapport waar Rummenie aan refereert, heeft hij zelf een jaar geleden besteld. Het bevat verregaande aanbevelingen over het stikstofbeleid. Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, concludeert in De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid (2025) dat het hele beleid op de schop moet. De overheid zou niet langer rekenmodellen moeten gebruiken om stikstofbeleid te maken, adviseert hij.
De Telegraaf kopt als het rapport half oktober wordt gepubliceerd dat onder het stikstofbeleid „een bom” is gelegd. Rummenie drukt zich als staatssecretaris in die krant voorzichtiger uit. Het rapport bevat „interessante aanknopingspunten die zeker de moeite waard zijn om verder te verkennen”.
Onder ambtenaren en in het kabinet bestaan dan al lange tijd grote twijfels over de wetenschappelijke onderbouwing van het rapport, blijkt uit documenten die NRC verkreeg via een beroep op de Wet open overheid. Ambtenaren waarschuwen Rummenie al sinds juli dat belangrijke conclusies werden gebaseerd op „aantoonbaar foutieve informatie en inhoudelijke misvattingen”. Experts die NRC sprak, hebben ook inhoudelijke kritiek.
Het duurt tot januari voor een kabinetsreactie volgt. Rummenie hield intussen maandenlang vast aan het rapport, dat zonder oordeel van het kabinet een eigen leven ging leiden.
In november 2024 is Jean Rummenie een paar maanden staatssecretaris, wanneer hij zijn ambtenaren een afspraak laat maken met Ronald Meester. Rummenie vindt dat Nederland zich te veel richt op stikstof – voor meer dan de helft afkomstig van de landbouw – en dat voor andere factoren die de natuur onder druk zetten, te weinig oog is. Nederland wil van het stikstofslot en heeft nieuwe inzichten nodig, zegt Rummenie tegen NRC (zie kader). Ook onorthodoxe. Meester moet hem gaan helpen.
Meester geldt onbetwist als deskundige in de waarschijnlijkheidsleer en statistiek. Hij mengde zich afgelopen jaren in allerlei maatschappelijke debatten, met afwisselend succes. Zijn getuigenis als wiskundige in de zaak-Lucia de B. leidde tot herziening van haar veroordeling. Na de coronapandemie deed Meester onderzoek naar „de eventuele relatie” tussen vaccinaties en oversterfte. Het CBS concludeerde dat zijn berekeningen op „misvattingen” berustten.
Recenter richtte Meester zich op het stikstofdossier in een kritisch stuk over de „eco-statistiek van de stikstofdepositie”. Dat werd gepubliceerd op de site van Agrifacts, een door de landbouwbranche gefinancierde denktank.
Het is deze wiskundige die Rummenie aan het werk zet. „Ik dacht op een gegeven moment: ik moet hard wetenschappelijk bewijs hebben waarom dit gewoon niet kan”, zegt Rummenie in de PowNed-podcast.
Meester moet onderzoek doen naar de Ecologische Autoriteit, vindt Rummenie. Dat onafhankelijke instituut werd in 2022 juist opgericht om te kijken naar alle problemen waar de natuur mee te kampen heeft, gebaseerd op veldwerk én modelberekeningen. Critici van het stikstofbeleid, zoals BBB, hoopten dat uit die onderzoeken zou blijken dat het meevalt met het stikstofprobleem.
Maar dat valt tegen: de Ecologische Autoriteit concludeerde dat in ruim 90 procent van de natuurgebieden stikstof een probleem vormt. Rummenie wil Meester naar de rapporten van de Ecologische Autoriteit laten kijken voor een „second opinion”, schrijven ambtenaren in december in een document ter voorbereiding op een vervolggesprek met Meester. Het is het begin van een lang conflict met zijn ambtenaren, blijkt uit de opgevraagde documenten. Ze waarschuwen dat het onderzoek van Meester „het gezag van de Ecologische Autoriteit kan ondermijnen”.
De opdracht komt er toch: ambtenaren stellen voor Meester een bijdrage te laten schrijven voor een nieuwe versie van de instructie voor de natuurbeheerders. Maar Rummenie wil Meester zoveel mogelijk ruimte geven: „Ik kan me niet vinden in de limitering van het onderzoek. Moet eruit”, schrijft hij in de kantlijn van een concepttekst voor de opdracht.
Staatssecretaris Rummenie (links) windt zich op over de Ecologische Autoriteit tijdens een Kamerdebat. Het zou zich te veel richten op het stikstofprobleem.
Intussen is de hoogleraar zelf voortvarend te werk gegaan. Meester wil graag in gesprek met deskundigen. Nog voor hij de opdracht officieel heeft gekregen, stuurt hij uitnodigingen aan onder meer het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), stikstofprofessor Jan Willem Erisman, ecoloog Roland Bobbink en emissiedeskundige Gerard Velthof. Met een hoogleraar van de Vrije Universiteit die werkt in opdracht van de staatssecretaris willen ze allemaal wel praten, maar in de uitnodiging staat óók dat Meester iemand meeneemt met wie de experts liever niet spreken: Geesje Rotgers.
Rotgers is onderzoeksjournalist in dienst bij stichting Agrifacts, een denktank die werd gesubsidieerd door grote bedrijven uit de landbouwindustrie, zoals de VanDrie Group (kalfsvlees), Royal A-ware (zuivel) en De Heus (veevoer). Rotgers schreef eind 2024 dat „de Ecologische Autoriteit op de politiek toer” was. Ze is kritisch op het Nederlandse stikstofbeleid en de rol die modellen daarin spelen. Ze werkte ook als communicatiemedewerker bij POV, de brancheorganisatie voor varkenshouderijen.
De deskundigen willen niet met Meester spreken als Rotgers erbij is. „Met haar had ik al zoveel slechte ervaringen, daar ging ik niet aan beginnen”, zegt ecoloog Bobbink. Meester heeft Rummenie verteld dat de rol van Rotgers „niet inhoudelijk maar ondersteunend” is, mailt hij later aan ambtenaren. Ze zou aantekeningen maken, schrijft Meester in antwoord op vragen van NRC. „Ik wilde graag iemand die het dossier kende, die bekend was met het jargon.”
De ambtenaren verzetten zich tegen de rol van Rotgers. Die zou „afbreuk doen aan de kwaliteit, bruikbaarheid en geloofwaardigheid” van het onderzoek, schrijven ze aan de staatssecretaris. Eind maart zet het ministerie afspraken met Meester op schrift. Rotgers zal niet worden betrokken. Meester gaat akkoord, maar mailt het ministerie dat hij niet bereid is om „verdere ‘rode vlaggen’ te accepteren”. De ambtelijke kritiek is exemplarisch voor het hele stikstofdossier, schrijft hij de ambtenaren. „Er is geen sprake van een open debat, laat staan van een gezond wetenschappelijke discours.”
Meester kan aan de slag. De deskundigen die wel met Meester, maar niet met Rotgers wilden praten, werken mee. Rotgers wordt wél geïnterviewd als expert. Zij en Agrifacts reageren niet op vragen van NRC.
Het rapport dat Meester in mei aan het ministerie presenteert, is een aanklacht tegen rekenmodellen. „We zijn blind modeluitkomsten aan het volgen”, staat in het rapport. Hij adviseert de modellen helemaal niet meer te gebruiken.
Ambtenaren zijn geschrokken. „Het rapport van dhr. Meester lijkt op het eerste oog degelijk onderbouwd”, staat in een advies aan de staatssecretaris. „Een nadere lezing geeft echter een ander, zorgelijk beeld van het rapport.” Meester baseert conclusies op „fundamentele misvattingen” over de omgang met de modelberekeningen, stellen ambtenaren. Alsof zij „blind” op de modellen vertrouwen.
Zijn conclusies onderbouwt Meester met documenten van de Ecologische Autoriteit. Hij vraagt een taalmodel alle passages over onzekerheden in de modellering op te sommen. Op basis daarvan concludeert hij dat de Autoriteit „een simplistisch wereldbeeld” heeft „met weinig of geen realiteitswaarde”, waarin onzekerheidsmarges er niet toe doen.
Die conclusie kun je niet zomaar trekken, stellen de ambtenaren. „Er lijkt selectief gezocht naar tekstpassages die een vooraf opgestelde hypothese onderbouwen, zonder oog te hebben voor teksten die juist niet aansluiten bij de gestelde hypothese.”
Meester schrijft aan NRC dat er „ook veel gelezen is” in de documenten van de Ecologische Autoriteit. Dat in die documenten níét alleen naar de uitkomsten van het rekenmodel wordt gekeken, negeert Meester. „Dat viel buiten mijn opdracht voor zover ik deze had begrepen.”
Meester concludeert in zijn onderzoek ook dat het ministerie „gretig” meegaat in het „simplistische wereldbeeld”. Als bewijs voert hij een citaat aan dat volgens hem afkomstig is uit een Kamerbrief, waarin staat dat het reduceren van de stikstofneerslag „heilig” zou zijn. Ambtenaren kunnen het citaat nergens terugvinden. Het blijkt een tekst uit een artikel van RTL Nieuws. Dat wordt in het uiteindelijke rapport gecorrigeerd.
De ambtenaren adviseren de minister het rapport niet te publiceren. Er ligt „reputatieschade” op de loer: voor de staatssecretaris, het ministerie én Meester zelf. Ook wordt Rummenie aangeraden „dit rapport geen rol te laten spelen in toekomstige besluitvorming of beleidsontwikkeling”.
Als Rummenie toch iets met het rapport wil, moet hij het laten beoordelen door andere wetenschappers, stellen ambtenaren. In september benaderen ze hoogleraar Arthur Petersen (University College London), die van Rummenie alleen commentaar mag leveren op de delen waar hij expertise over heeft: de omgang met onzekerheden van modellen. Passages over ecologie zijn expliciet uitgesloten, blijkt uit de opdracht. „Daar ligt immers niet de expertise van dhr. Petersen.”
De review is daarom „totaal onvolledig”, zegt Petersen tegen NRC. Het advies om geen rekenmodellen meer te gebruiken in het stikstofdossier, wijst hij af. „De onzekerheden zijn groot, schrijft Meester, en daar ben ik het mee eens”, zegt Petersen. „Maar dat wil niet zeggen dat het model onbruikbaar is.”
Met zijn commentaar gebeurt te weinig, vindt Petersen. „In een reactie schrijft Meester dat ik hem helemaal verkeerd heb begrepen. Maar door zijn extra uitleg ben ik niet van gedachten veranderd.”
Rummenie werd aangeraden „om dit rapport [van Meester] geen rol te laten spelen in toekomstige besluitvorming of beleidsontwikkeling”.
Ook na de peerreview van Petersen adviseren ambtenaren Rummenie niets met het rapport te doen. Eind oktober wordt het al wel naar de Tweede Kamer gezonden, op verzoek van Lidewij de Vos, fractievoorzitter van Forum voor Democratie.
De Vos speelt daarmee een dubbelrol. Meester sprak haar voor het onderzoek: in een conceptversie wordt ze bedankt voor haar bijdrage. In de definitieve versie van het rapport is De Vos uit het dankwoord geschrapt. Meester deed dit op verzoek van de staatssecretaris, zegt hij tegen NRC. „Het is beter als politiek en wetenschap van elkaar gescheiden blijven”, verklaart de woordvoerder van Rummenie.
Het rapport maakt geen indruk op andere betrokkenen. Hoogleraar Jan Willem Erisman las het rapport slechts snel door. Emissiedeskundige Velthof bekeek de passages die over zijn werk gingen: daar stond niets geks in. Ecoloog Bobbink las het op verzoek van NRC, maar kwam niet ver. „Ik dacht al vrij snel: ik heb er geen zin meer in.” Volgens Bobbink is het rapport onsamenhangend en heeft Meester selectief uit de wetenschappelijke literatuur geciteerd.
Ambtenaren willen per se in de kabinetsreactie opnemen dat het rapport rammelt. Vanaf half november beginnen ze aan te dringen bij Rummenie, maar die weigert dat op te nemen in de Kamerbrief. Ook als topambtenaren van andere ministeries hem erop wijzen dat het rapport grote tekortkomingen heeft.
Pas op 13 januari geeft staatssecretaris Rummenie toe. Dan wordt het rapport besproken in een onderraad van wie demissionair premier Dick Schoof en zeventien andere bewindspersonen lid zijn. Zij fluiten Rummenie terug. In de brief die naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, staat dat de conclusies van Meester „niet allemaal berusten op voldoende wetenschappelijke onderbouwing”. Dat lijkt de politieke dood van het rapport: met de aanbevelingen van Meester wordt nauwelijks iets gedaan.
Maar in de samenleving vindt het rapport wel weerslag. Het stuk wordt naar lokale overheden gestuurd door burgers en belangenorganisaties („Bijgaand stuur ik u een belangrijk wetenschappelijk rapport over stikstof”), wordt regelmatig aangehaald op discussies over stikstof op sociale media („staatswetenschapper Ronald Meester toont aan dat stikstof stikstofbedrog is”) en adviesbureaus voor landbouwers wijzen hun cliënten op het rapport („Meester waarschuwt voor blind vertrouwen in wiskundige modellen”). Provincies vragen het RIVM hoe ze moeten omgaan met de conclusies van het rapport.
Voor het RIVM en de Ecologische Autoriteit is het een dilemma: wanneer besluit je twijfelachtige rapporten publiekelijk te weerleggen? „Als je ergens op reageert, geef je het ook een bepaalde legitimiteit”, zegt Thomas van Goethem, afdelingshoofd Stikstofonderzoek bij het RIVM. Desgevraagd noemt hij het rapport „eenzijdig” en „onnauwkeurig”, maar het RIVM plaatste deze keer niet zelf een reactie op zijn site. Dat deed het eerder wel bij soortgelijke rapporten. „Dit rapport biedt geen nieuwe inzichten en we willen voorkomen dat we zelf de discussie aanwakkeren”, zegt Van Goethem. „Je zit anders voortdurend in het defensief.”
De Ecologische Autoriteit – het hoofdonderwerp van het rapport – sprak zich ook niet publiekelijk uit. „We blijven liever gericht op ons werk, in plaats van dat we betrokken worden in allerlei ingewikkelde discussies”, zegt voorzitter Hans Mommaas. Over de inhoud van het rapport wil hij alleen kwijt dat het „geen nieuwe of bruikbare informatie opleverde om onze werkwijze aan te passen”.
Het ministerie van Landbouw maakt in een reactie niet duidelijk waarom staatssecretaris Jean Rummenie per se Ronald Meester het onderzoek wilde laten doen. Zijn woordvoerder schrijft in een reactie dat het „belangrijk is om oog te hebben voor nieuwe inzichten”. De woordvoerder bevestigt dat een „verschil van inzicht” bestaat tussen de staatssecretaris en diens ambtenaren.Rummenie wist niet dat Meester taalmodellen zou gebruiken in het onderzoek. „Het is aan de onderzoeker zelf om een inschatting te maken welke middelen hij of zij nodig heeft.”
Rummenie stelt ook niet op de hoogte te zijn geweest van de rol van Geesje Rotgers, onderzoeksjournalist bij Agrifacts. „Op het moment dat de staatssecretaris erachter kwam, heeft hij de heer Meester gebeld en aangegeven dat het niet verstandig zou zijn omdat het rapport onafhankelijk moet zijn.”
Hoogleraar Ronald Meester wilde wel in gesprek met NRC, maar niet over de totstandkoming van zijn rapport. NRC mocht in dat gesprek alleen vragen over de inhoud van het rapport stellen. Schriftelijk wilde Meester wel alle vragen beantwoorden. Meester is het niet eens met de conclusie van het kabinet dat zijn onderzoek „niet altijd berust op voldoende wetenschappelijke onderbouwing”. „Ik heb alles wat ik beweer uitgebreid onderbouwd in mijn rapport”, schrijft hij. Hij interviewde onderzoeksjournalist Geesje Rotgers als deskundige omdat Meester „het dossier van alle kanten” wilde bekijken.Verder stelt de hoogleraar dat het taalmodel waarmee hij de teksten van de Ecologische Autoriteit analyseerde een „bibliografisch hulpmiddel” was. „Alles is daarna geverifieerd.” Meester stelt dat zijn rapport ook door meer dan één expert beoordeeld had mogen worden, ook met andere expertises. Hij stelt dat hij „uitgebreid” heeft gereageerd op de review van Petersen.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC