Fabio Jakobsen schrok toen hem vorig jaar werd verteld dat zijn bekkenslagaders waren vernauwd. Ondanks een "rottijd" bleef hij optimistisch, want hij heeft zwaardere periodes gekend in zijn carrière. "Ik heb twee dagen op de ic voor mijn leven gevreesd."
De wereld van Jakobsen stortte afgelopen maart in toen zijn arts het scherm met de uitslag naar hem toe draaide. De 29-jarige renner deed de test eigenlijk om uit te sluiten dat zijn aderen waren vernauwd, maar de cijfers waren overduidelijk. De bloeddoorstroom naar zijn benen was met zo'n 40 procent verminderd.
Terwijl de art rustig de opties probeerde uit te leggen, zag Jakobsen zijn droom in rook opgaan. Hij had 5 juli in zijn agenda omcirkeld om in Lille het geel te pakken in de openingsrit van de Tour de France. Daar kon een streep doorheen. Het was zelfs de vraag óf hij zijn carrière nog wel kon voortzetten.
"Ik kreeg de keuze om direct te stoppen, over een paar jaar gedwongen te stoppen óf nu te opereren en dan proberen om er nog wat van te maken", zegt Jakobsen tegen NU.nl. "Toen heb ik wel over stoppen nagedacht, want ik was benieuwd naar de risico's van zo'n operatie. Je ziet met Eli Iserbyt dat het mis kan gaan."
Veldrijder Iserbyt moest eerder deze maand een punt achter zijn carrière zetten na vier operaties aan een vernauwde liesslagader. Omdat zijn linkerbeen zo is toegetakeld, kan hij waarschijnlijk zelfs nooit meer fietsen of hardlopen. "Het nieuws dat hij moet stoppen doet zeer", zegt Jakobsen. "Er is bij mij ook nog een kleine kans dat het hierop uitdraait, maar ik hoop dat het werkt."
De vernauwde bekkenslagader is een typische wielerblessure. Zo gingen onder anderen Marianne Vos, Steven Kruijswijk en Annemiek van Vleuten eerder onder het mes voor deze kwetsuur. Bij de blessure zit er een knik in de ader, waardoor minder bloed in de benen terechtkomt. Het is als een tuinslang die knikt, waardoor het water niet meer doorstroomt.
De blessure leidt tot krachtsverlies, pijn en verzuring. Het proces was bij Jakobsen al 1,5 tot 2,5 jaar aan de gang. Hij dacht dat zijn mindere vorm in eerste instantie kwam door de wisseling van ploeg. In 2023 stapte hij over van Soudal Quick-Step naar Team dsm-firmenich, nu Picnic-PostNL.
"Dan kun je nog als excuus gebruiken dat je aan elkaar en het materiaal moet wennen. Maar als je anderhalf jaar verder bent en je rijdt nog steeds geen fatsoenlijke sprint, moet je wel verder zoeken. Want iets wat erin zat, kan niet ineens weg zijn."
Ondanks de schrik is hij dan ook "dankbaar" voor de diagnose. "Anders was het einde carrière geweest. Het was een opluchting en heeft voorkomen dat ik al met pensioen moest gaan."
Bij de operatie keek Jakobsen zelf toe hoe via zijn buik zo'n 2 centimeter van zijn aderen werd weggehaald. Daarna begon een maandenlange revalidatie. In de eerste weken had hij moeite met dagelijkse bewegingen als traplopen, maar Jakobsen bleef positief.
"Ik beschouw mezelf als een rasoptimist. Ik hou van positiviteit. Dat komt denk ik doordat ik zo dicht bij het einde ben geweest." Daarmee doelt Jakobsen op zijn zware crash in de Ronde van Polen in 2020. Hij vloog voor de finish met zo'n 80 kilometer per uur in de hekken en raakte zwaargewond.
"Ik heb twee dagen op de ic voor mijn leven gevreesd. Alles wat me nu overkomt, is minder slecht dan dat. Zo voelt het in ieder geval. Dus ik probeer altijd de oplossing te zoeken. Ik kan niet ontkennen dat het een rottijd is geweest, met heel veel onzekerheid en vragen. Maar ik wilde nog niet stoppen."
Inmiddels heeft Jakobsen zijn eerste kilometers in het peloton erop zitten. Hij keerde afgelopen zomer terug, maar vlak daarna liep hij in de Tour of Holland een lelijke sleutelbeenbreuk op. Na een goede winter hoopt hij dit seizoen eindelijk zijn topniveau weer aan te tikken, te beginnen dinsdag in de AlUla Tour.
De concurrentie is in ieder geval gewaarschuwd. Als Jakobsen wordt gevraagd of hij topsprinters Olav Kooij en Paul Magnier kan verslaan, laat hij een stilte vallen en begint hij te grijnzen. "Dat is moeilijk, maar ze zijn niet onklopbaar."
Source: Nu.nl algemeen