Home

István maakt in ‘Flesh’ heus weleens prettige dingen mee, maar het thema van het boek is toch wel ‘life is shit’

is columnist voor de Volkskrant

Toen ik het eind naderde van Flesh (in het Nederlands vertaald als Het vlees) van Booker Prize-winnaar David Szalay, moest ik denken aan wat een jonge Russische vrouw ooit tegen me zei.

Ik was rond mijn 30ste naar Moskou gevlucht met een gebroken hart – Moskou, niet per se de meest troostende plek op aarde, toen ook niet – en ik stortte dat hart uit bij mijn broer, die daar woonde, en zijn Russische vriendin. Zij luisterde onbewogen naar mijn huilerige verhaal, en zei toen één zin: ‘Life is shit.’

Ik moest er ontzettend om lachen. Ze vrolijkte me echt op.

David Szalay is half Hongaars, en zijn hoofdpersonage, István, is een Hongaar die arm opgroeit, met een lieve moeder. István heeft niet veel te kiezen in het leven en struikelt erdoorheen, zwijgzaam, vaak ook lijdzaam, soms ineens vol emotie, en al maakt hij heus weleens prettige dingen mee, het thema van het boek is toch wel ‘life is shit’.

Ik koop meestal geen boeken die een literaire prijs hebben gewonnen, want 1. die prijzen gaan vaak naar boeken die ik te pretentieus vind, of 2. naar boeken die alleen om politieke redenen gekozen zijn, en 3. een jury moet een compromis bereiken, dus dat boek is misschien niemands nummer één, en 4. het is onzin om een wedstrijd onder boeken te organiseren.

Toch werd ik naar Het vlees getrokken, omdat ik het in de winkel opensloeg op een bladzijde waar István zich in een chic hotel op een dakterras bevindt, waar een ‘plastic rieten stoel’ staat. In die paar woorden zit zoveel triestheid en vergaande kennis van de smakeloosheid van dure hotels, dat ik het boek wilde lezen.

Al vanaf een pagina of 20 valt er het nodige te spoileren, maar in een heel kleine notendop valt István in het boek voor vrouwen die hem begeren, en zijn leven een andere wending geven. Ik vermoed dat Het vlees slaat op het vlees van István, dat niet zozeer zwak is maar wel gewillig, zoals vlees dat wel vaker is, en hem op zijn levenspad leidt.

István zegt in het boek vaak ‘okay’, en dan verder niks. Zijn passie komt vooral naar boven drijven in de passage dat hij naar het BMW-museum gaat. Toch blijft deze man zonder al te veel tekst en eigenschappen je ruim driehonderd pagina’s boeien.

Mijn vader zei over te tragische boeken en films weleens dat ze ‘ramp op ramp op ramp’ stapelden, en daar was hij tegen: te makkelijk scoren.

Dat zou je over Het vlees ook kunnen zeggen. Maar dat zou op zich weer te makkelijk zijn. Het leven is soms ramp op ramp op ramp. Of in ieder geval shit. En als je dat zo mooi weet op te schrijven – nou, dan verdien je zelfs wel een prijs.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next