Home

Het politiseren van cultuur maakt ons kwetsbaarder

is bestuurskundige en filosoof.

In de voetbalwereld houdt men politiek en sport graag uit elkaar, maar in de culturele wereld doet men juist het tegendeel. Zo werd het grootste literaire festival van Australië twee weken geleden afgelast. Er ontstond commotie omdat een Palestijnse schrijfster zich kritisch over de oorlog in Gaza uitgelaten had. Dat was na de aanslag op de Chanoekaviering van Biondi Beach niet te verantwoorden, vond het bestuur. Een festival als dit zou immers de maatschappelijke cohesie moeten bevorderen.

Dit incident staat niet op zich. December vorig jaar werd geprobeerd om het optreden van een Joodse voorzanger in het Concertgebouw te cancelen. Na de aanval op Oekraïne gebeurde dat ook met Russische dirigenten en musici. In 2022 censureerde de Documenta kunstwerken die aanstootgevend zouden zijn en het jaar daarop werd in Londen om een soortgelijke reden een expositie van Ai Weiwei geannuleerd.

In Engeland kreeg J.K. Rowling problemen omdat ze trans personen niet omarmde en maakte de ‘kwetsende taal’ van Roald Dahl commotie los. Om maar te zwijgen van de vele universiteiten die werden bekritiseerd omdat ze politiek onwelgevallige demonstraties toelieten.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Gemeenschappelijk aan al die incidenten, is dat men domeinen als wetenschap, literatuur, muziek of beeldende kunst met een sociale blik beziet. Men gelooft kennelijk dat normen die bij het samenleven terecht worden gehanteerd – veiligheid, gelijkwaardigheid en onderling respect – op eenzelfde wijze voor het culturele leven te gebruiken zijn. Dat lijkt mij een fundamentele misvatting omdat cultuur en maatschappij niet dezelfde geschiedenis en dynamiek kennen. Ik stip drie verschillen aan.

Om te beginnen gaat het bij kunst, cultuur en wetenschap niet zozeer om functionaliteit of praktisch nut, maar om datgene wat de historicus Johan Huizinga als spel of vrije beweging aanduidde. We willen onze nieuwsgierigheid bevredigen, een menselijke ervaring uitdrukken, bepaalde gedachten uittesten, onze gevoelens vormgeven, onderzoeken hoe klanken, kleuren of zinnen werken, een ingrijpende gebeurtenis vieren of ons een andere wereld voorstellen. Het komt daarbij niet op maatschappelijke effecten maar op betekenissen aan.

Ook mogen we de strekking van wetenschappelijke, kunstzinnige of religieuze werken niet met hun makers vereenzelvigen. We weten dat Picasso zijn vrouwen slecht behandelde, dat Richard Wagner antisemitisch dacht, dat Thomas Mann op jonge jongens viel en dat Einstein foute uitspraken over Aziaten deed – maar ze droegen wel het nodige bij aan ons culturele leven. Persoon en werk door elkaar halen, is een simplificatie die politieke en sociale doelen dient. Cultureel competente burgers doen dat niet.

Ten slotte zijn wetenschappelijke, religieuze of artistieke praktijken meer op het bereiken van een hoge kwaliteit dan op kwantiteit gericht. Terwijl ‘horizontale relaties’ in het sociale leven heel gezond en gangbaar zijn, is het culturele leven onmiskenbaar ‘verticaal’. Met spelen in de plaatselijke harmonie is niks mis, maar het Concertgebouworkest is andere koek. Niet elke leerkracht op de middelbare school krijgt een Nobelprijs voor natuurkunde. Hiërarchie roept veel weerstand op, zeker in egalitaire samenlevingen zoals Nederland, maar zonder kwaliteitsverschillen kun je het culturele leven net zo goed opdoeken.

Een en ander impliceert dat we moeten vasthouden aan het onderscheid tussen cultuur en maatschappij. Dat ligt ook wel voor de hand want waarom zouden we gezangen, rituelen, schilderijen of mythologie hebben als die slechts de sociale realiteit weerspiegelen? Volgens mij is de toegevoegde waarde van de symbolische orde nu juist dat ze ons boven die realiteit verheft.

De etnoloog Claude Lévi-Strauss beweerde dan ook dat die orde vooral haar werk doet als sociale problemen niet oplosbaar zijn. Muziek kan verbroederen waar mensen een conflict hebben. Verhalen maken het mogelijk iets te begrijpen van je vijanden. Films mobiliseren onze empathie. Religieuze rituelen bieden troost bij verdriet en tegenslag.

Anders gezegd: het veld van culturele artefacten en praktijken zorgt er niet zelden voor dat we de misverstanden en tekorten van het sociale leven uithouden. Het politiseren van dit veld maakt ons kwetsbaarder. Bij oplopende spanningen zou je culturele activiteiten veeleer moeten vermeerderen. Luister vooral naar elkaars verhalen, zing elkaars liederen, woon elkaars religieuze diensten bij en kijk met ‘vreemde’ ogen naar jezelf. Ga de culturele confrontatie aan, in plaats van uit de weg. Probeer het cancelen te cancelen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next