Mbo Veel mbo-studenten stoppen voortijdig met hun studie. Vaak gaat daar een periode van verzuim aan vooraf. Wat doet ROC Albeda in Rotterdam om dit te voorkomen? „Geen uitstel, ga leren.”
Opleidingsleider Gamze Karaca van de mbo-studie Finance & Control op ROC Albeda.
Gamze Karaca (47) was op vakantie aan de Middellandse Zee toen ze een telefoontje kreeg van een student die haar vanuit Turkije om hulp vroeg. Hij was op school „een echte deugniet”, zegt ze. Keer op keer kwam hij om uitstel van toetsen vragen. „Nee”, zei ze dan. „Geen uitstel, ga leren.” In de gangen van ROC Albeda aan het Weena in Rotterdam kauwde hij op zonnebloempitjes. Als zij kwam aanlopen, zei hij: „Ojee, Müdur komt eraan.” Ze moest er om lachen dat hij haar, onderwijsleider van de mbo 4-opleiding Finance & Control, ‘directeur’ noemde. Maar tegenover andere studenten en docenten vond ze het niet netjes als hij iets zei wat zij niet verstonden. „Geen Turks praten”, berispte ze hem dan.
Die keer in de zomervakantie van 2024 kwam ze hem te hulp. In Turkije was hij aangehouden op verdenking van het ontduiken van de dienstplicht. Als hij kon aantonen dat hij studeerde, lieten de autoriteiten hem gaan. Zo’n bewijs had hij niet bij zich. Kon mevrouw Karaca hem alsjeblieft helpen? Vanaf haar vakantieadres regelde Karaca het. In haar werkkamer aan het Weena staat een mok die hij haar gaf toen hij zijn diploma haalde. Naast een foto van hen tweeën staan er kreten op als „Müdür”, „Geen uitstel” en „Ga leren”.
Ze wil zichzelf niet op de borst kloppen en ze wil ook niet te veel nadruk leggen op haar Turkse achtergrond. „Ik ben ook gewoon een Rotterdammer”, zegt ze. Maar de anekdote zegt iets over de manier waarop Karaca studenten benadert. Met duidelijke regels en grenzen, maar ook met inlevingsvermogen en betrokkenheid. Als er een botsing is geweest in een klas, brengt ze alle betrokkenen het liefst direct na de les bijeen voor een herstelgesprek. „Ik wil dat conflicten snel worden uitgepraat, zodat er niets in de lucht blijft hangen.”
NRC volgt dit studiejaar een mbo-klas van de studie Finance & Control op de locatie Weena van ROC Albeda, en wil weten hoe de hulp en begeleiding voor studenten geregeld is. Want hoewel de uitval op het mbo is gedaald, stoppen nog steeds veel studenten voortijdig met hun studie. Vaak gaat daar een periode van verzuim aan vooraf. Wat doet Albeda om dit te voorkomen?
Onderwijsleider Gamze Karaca is een sleutelfiguur bij de begeleiding van de studenten van Finance & Control. Zij kent hen alle 250 persoonlijk en praat met warmte over hen, ook als het gaat om degenen die regelmatig botsen met docenten of weinig inzet tonen. Het is makkelijk om een student af te doen als lastig, zegt ze. Maar zij weet wat er speelt in hun levens, en waar hun gedrag vandaan komt.
Sommige studenten mantelzorgen voor een zieke ouder. Anderen komen te laat omdat ze eerst een jonger broertje of zusje naar school moeten brengen. Er zijn studenten die in armoede leven, die onzeker zijn over hun verblijfsstatus, die geen familie hebben op wie ze kunnen steunen. Karaca wil aan hen meer meegeven dan alleen vakinhoudelijke kennis, ze wil hen ook voorbereiden op de maatschappij en de beroepspraktijk. „In sommige culturen groet je geen mensen die je niet kent. In Nederland wel. Als je in de lift staat met iemand, zeg je gewoon even hallo.”
Als ze door de gangen van het groene gebouw aan het Weena loopt, maakt ze overal een praatje. Tegen een studente die haar nagels gelakt heeft, zegt ze: „Mooie kleur, die wil ik ook wel.” Tegen een student die moeite heeft de eindstreep van de studie te halen: „Kom op, even doorzetten nog, mijn dansschoenen staan klaar voor de diploma-uitreiking.” Studenten zoeken haar ook zelf op. „Er is een groep die voor FC Barcelona is”, vertelt ze. „Ik ben voor Real Madrid. Als mijn club verliest, komen ze me plagen.”
Karaca wil de studenten geven wat ze zelf op school heeft gemist: interesse in haar leefwereld. In haar herinnering werd er door docenten vooral ‘gezonden’. Ze groeide op in een dorp in de Krimpenerwaard, als dochter van een alleenstaande moeder met Turkse wortels. „Wij waren anders”, zegt ze. „Ik besefte al jong dat ik hard moest werken om aan te haken.” Nu is ze voor studenten een rolmodel.
Ooit kreeg ze zelf les in het gebouw waar ze nu werkt, toen het nog een MEAO was. Daarna werkte ze bij een verzekeringsbedrijf, maar op haar 32ste, met thuis drie kleine kinderen, begon ze aan de lerarenopleiding economie. Ze stond dertien jaar voor de klas op een andere mbo-school en zette daar de stap naar leidinggeven.
Toen ze twee jaar geleden bij ROC Albeda onderwijsleider werd, viel het haar op dat bij de opleiding vooral werd gefocust op kennisoverdracht. Sindsdien stimuleert ze docenten om problemen bij studenten te signaleren en extra begeleiding te bieden.
Gamze Karaca in gesprek met Safia el Bouchtoubi van het Ondersteuningsteam.
De mok van Karaca.
Op een woensdagochtend in januari bespreekt ze in haar werkkamer met docent Bilal Rabhi een groep studenten die niet binnen drie jaar is afgestudeerd. In juli hadden ze klaar moeten zijn. Vroeger stapten zulke studenten vaak over naar de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), waarbij je het vak vooral in de praktijk leert, of stroomden ze af naar niveau 3. „Of ze stopten met school”, zegt Karaca.
Voor deze groep hebben ze een speciale aanpak ontwikkeld, vertelt ze. „Deze studenten draaien niet meer mee in het gezamenlijke programma maar volgen individuele trajecten voor de examenonderdelen die ze nog missen. En als een student er klaar voor is, plannen we het examen in.”
Rabhi, acht jaar geleden zelf student bij de opleiding, is nu „een belangrijke schakel in het docententeam”, zegt Karaca. Om de twee à drie weken bespreken ze de ‘verlengers’. Karaca wil het liefst dat ze voor de voorjaarsvakantie allemaal klaar zijn. Rabhi bewaakt nauwgezet de vorderingen van de studenten en hun aanwezigheid bij de lessen die ze nog moeten volgen. Eén student heeft zijn loopbaandossier niet ingeleverd, een verplicht examenonderdeel. „Hem wil ik hier vanmiddag aan tafel hebben”, zegt Karaca tegen Rabhi. „Stuur jij hem straks?”
Van elke student bestaat een digitaal dossier. Karaca: „Als ik tegen een boom aanrijd, moet iemand anders het kunnen overnemen.” De dossieropbouw is bovendien belangrijk voor de bekostiging. „Als een student vaak verzuimd en we doen daar niks aan, moeten we hem of haar uitschrijven. Dan krijgen we geen geld meer voor die student.” De nieuwe maatwerkaanpak heeft effect, laat ze zien met een grafiek. Het percentage studenten dat het diploma haalt, steeg fors.
Sommige studenten hebben meer hulp nodig dan de opleiding zelf kan geven. Zij worden doorverwezen naar het Ondersteuningsteam, dat zich in hetzelfde gebouw bevindt. Er zitten trajectbegeleiders in, schoolmaatschappelijk werkers en begeleiders voor passend onderwijs. Die laatsten helpen met aanpassingen voor studenten met een fysieke of mentale beperking. In de klas die NRC volgt zit bijvoorbeeld een slechthorende student die een gebarentolk mag meenemen in de klas.
Karaca loopt vaak naar de benedenverdieping om met het Ondersteuningsteam te overleggen. Trajectbegeleider Safia el Bouchtoubi legt uit wanneer haar hulp wordt ingeroepen. „Als de opleiding zegt: we zien dat deze student veel afwezig is maar we krijgen er niet de vinger op wat er aan de hand is, dan komen ze bij ons.” Ook studenten die in het eerste jaar een negatief bindend studieadvies krijgen, worden aangemeld. El Bouchtoubi: „We stellen studenten altijd in de gelegenheid zichzelf te verbeteren. Het is oneerlijk als iemand om welke reden dan ook wegblijft en daarna opeens van de opleiding moet. Er moet eerst onderzocht worden wat de reden is van het verzuim is.”
Als voorbeeld noemt de trajectbegeleider passend onderwijs of het inzetten van externe hulp bij huisvestingsproblemen of geldzorgen. „Daarnaast hebben we studenten uit het Caraïbische deel van het Koninkrijk die hier geen netwerk hebben en eenzaam zijn”, vertelt ze. „We hebben een community opgezet om deze studenten met elkaar te verbinden.”
In de klas die NRC volgt, zat een student die al snel niet meer naar de lessen kwam. Zij was erachter gekomen dat Finance & Control niet bij haar paste. „Soms zijn studenten begonnen met een compleet verkeerd beeld van het beroep waarvoor ze leren”, zegt de El Bouchtoubi. Dan gaat ze met de student in gesprek over andere mogelijkheden. „Overstappen binnen het gebouw kan snel geregeld worden. Dan verliest een student geen tijd.”
Gamze Karaca in de gang van ROC Albeda.
Er zitten aan het Weena meerdere mbo 4-studies van Albeda. Karaca kent de andere opleidingsleiders goed. Ze organiseren samen studiedagen voor docenten en themadagen voor studenten, en wisselen ideeën uit om hun opleidingen te verbeteren. „Als een student bij een andere opleiding beter op z’n plek zit, is dat ook studiesucces”, zegt ze.
Sinds de coronaperiode is het verzuim onder jongeren toegenomen. „Sommige jongeren zijn nooit meer echt in het ritme gekomen”, zegt El Bouchtoubi. „Ze zeggen: ik kom mijn bed niet meer uit, het lukt me niet meer.” Als er ernstige problemen zijn in de persoonlijke situatie van de student schakelt ze schoolmaatschappelijk werk in.
Er zijn studenten die spijbelen vanwege geldproblemen. El Bouchtoubi: „Studenten die op zichzelf wonen, kiezen soms voor werken in plaats van naar school komen. Het leven is duur geworden.” Het Ondersteuningsteam probeert te voorkomen dat studenten om deze reden stoppen met de opleiding. „We hebben bij Albeda een fonds voor studenten die geen laptop, schoolboeken of licenties kunnen betalen”, vertelt de trajectbegeleider.
Om verzuim en voortijdig schoolverlaten te voorkomen, werkt de school nauw samen met de afdeling Leerplicht van de gemeente. Wekelijks zijn twee leerplichtambtenaren op de locatie aanwezig. Karaca let scherp op de aanwezigheid van studenten, die docenten bij elke les moeten registreren. „Ik controleer elke avond of docenten dat hebben gedaan. Als iemand het niet heeft ingevuld, stuur ik een plagerig appje. Soms met een foto van mijn bloeddrukmeter. Zo van: help, mijn bloeddruk gaat hier omhoog van.”
Haar aanpak werkt. Toen Karaca in 2023 begon, stopte bijna een kwart van de studenten binnen een jaar met de studie. Een jaar later was dat nog maar 6 procent. Ook de aanwezigheidspercentages vertonen een stijging.
Woensdagmiddag, bijna aan het einde van haar werkdag, wordt er op de deur van Karaca’s werkkamer geklopt. Rabhi staat voor de deur met de student die zijn loopbaandossier nog niet heeft ingeleverd. De student zegt dat hij op hoog niveau voetbalt bij een amateurclub en er daarom geen tijd voor heeft gehad.
„Mijn geduld is op”, zegt Karaca. „Ik wil dat je het overmorgen inlevert.” De student protesteert, dat redt hij niet. „Wat is voor jou wel haalbaar?”, vraagt ze. Hij denkt even na. „Zondagavond om twaalf uur.” Karaca gaat akkoord. „Ik houd je persoonlijk in de gaten. Als ik maandag van meneer Rabhi hoor dat het niet is ingeleverd, dan heb je wel echt een probleem, en dat wil jij niet.” Als hij de deur uit is, zegt ze: „Soms moet je even streng zijn. Als het aan mij ligt, gaat hier niemand zonder diploma de deur uit.”
Gamze Karaca speelt een spelletje met een student.
Dit is het tweede deel van een serie over een studiejaar in een mbo-niveau 4 klas van de opleiding Finance & Control, op ROC Albeda in Rotterdam.Op de arbeidsmarkt is veel behoefte aan mensen met een mbo-opleiding, maar er stromen niet genoeg studenten in om te voldoen aan deze vraag.
In de politiek wordt nagedacht over manieren om het mbo aantrekkelijker te maken voor scholieren. Toenmalig minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf (D66) wilde een eind maken aan het denken in ‘hoge’ en ‘lage’ onderwijstypes. Hij stuurde havo- en vwo-leerlingen een brief waarin hij hen wees op het mbo als volwaardige vervolgopleiding.
Ook zijn opvolgers pleitten voor een ‘herwaardering’ van het mbo in de samenleving.Is daar in de praktijk al iets van te merken? Hoe kijken mbo-studenten zelf naar hun opleiding? Worden zij hetzelfde behandeld als hbo- en wo-studenten, bijvoorbeeld bij stages? En welke begeleiding krijgen ze als het niet goed gaat op school en ze dreigen uit te vallen?
Met de school is afgesproken dat omwille van de privacy alleen hun voornamen worden gepubliceerd.
Source: NRC