Home

Deze week oefenen gevechtsvliegtuigen op Schiphol: voor het geval dat een crisis of conflict uitbreekt

F-35’s Op Schiphol oefenen de komende dagen militairen en burgers samen. Luchtmachtplanner majoor Martijn Pijnenburg begon een jaar geleden de logistieke puzzel te leggen. „Je moet op Champions Leagueniveau met alles en iedereen afstemmen.”

Verkeerstoren op Schiphol; civiele verkeersleiders zijn niet gewend aan het werken met militaire vliegers.

Reizigers op Schiphol zullen zich deze week in de ogen wrijven als ze tussen de Boeings en Airbussen F-35’s zien taxiën. Die gevechtsvliegtuigen moeten aantonen dat de Koninklijke Luchtmacht in een crisis of zelfs een conflict ook kan opereren vanaf andere plaatsen dan vaste vliegbases als Volkel of Leeuwarden.

Lelystad Airport komt daar volgens de jongste regeringsplannen ook voor in aanmerking, maar dat beoogde vakantievliegveld moet eerst nog ingrijpend verbouwd worden. Daarom maken vier F-35’s en een A330 transport- en tankvliegtuig dinsdag en woensdag een aantal landingen en starts op Schiphol.

Ze zullen over de rolbanen manoeuvreren naar een eigen platform, waar onder meer wordt geoefend met het laden van (nep)munitie. Daarna stijgen ze op en landen later die dag nog eens. En woensdag opnieuw, dan in aanwezigheid van de koning.

Het reguliere vliegverkeer wordt niet stilgelegd; de militaire operatie wordt ertussen gevouwen om te zien of en hoe „vitale processen blijven functioneren als de omstandigheden veranderen”. Het vereist een complexe samenwerking tussen luchthaven, verkeersleiders, luchtmacht, marechaussee, ministeries en lokale overheden, civiele en militaire toezichthouders. Het vroeg ook om een lange voorbereiding, zegt lead planner majoor Martijn Pijnenburg op het luchtmachthoofdkwartier in Breda.

Pijnenburg begon ruim een jaar geleden. Al ging zijn aandacht eerst nog uit naar de NAVO-top in Den Haag, eind juni, waarvoor hij de luchtruimbeveiliging coördineerde. Vergeleken bij die operatie – met onder meer een AWACS-radarvliegtuig, gewapende Apache-helikopters, luchtdoelbatterijen, F-35’s stand-by en een marineschip voor de kust – is dit „van een andere orde”, zegt hij.

„Maar het mengen van civiele en militaire samenwerking in de dagelijkse bedrijfsvoering van de luchthaven betekent dat je op Champions Leagueniveau met alles en iedereen moet afstemmen.”

‘Droog’ oefenen

Neem de verkeersleiders van LVNL, het zelfstandig bestuursorgaan (sinds 1993) dat wettelijk verantwoordelijk is voor het beheer van het burgerluchtruim en, op termijn, ook het militaire luchtruim. Hoewel er al militaire verkeersleiders op Schiphol-Oost werken en verdere integratie met hun civiele collega’s is voorzien, zullen de F-35’s begeleid worden door civiele verkeersleiders.

Majoor Martijn Pijnenburg, lead planner van de luchtmacht.

De gevechtsvliegtuigen krijgen voor deze gelegenheid net als verkeersvliegtuigen een ‘slot’ toegewezen – een tijdsperiode voor start en voor landing – en de F-35’s zullen zich tijdens hun final approach ook als een verkeersvliegtuig gedragen.

Maar civiele verkeersleiders zijn niet gewend aan radiocontact met militaire vliegers en procedures. Daarom hebben LVNL-mensen al met defensie op vliegbasis Leeuwarden ‘droog’ geoefend, zegt Pijnenburg.

Voor de militaire vliegers is het ook nuttig, maar voor hen is maatwerk volgens hem min of meer routine. „Ze komen vaker op vreemde vliegvelden, moeten rekening houden met andere verkeersstromen en proberen om onvoorziene omstandigheden juist zo veel mogelijk wél te voorzien.” De rest komt neer op wat Pijnenburg „the art of aviation” noemt, een door ervaring ontwikkeld vliegeniers-fingerspitzengefühl.

Succes overigens niet verzekerd. Wat doe je bijvoorbeeld als de geplande landingsbaan opeens niet beschikbaar is door een technische hobbel, of, ook niet denkbeeldig, door „menselijke verstoring”? Of je bent geland, denkt naar het aangewezen platform te taxiën, maar je neemt een verkeerde afslag? F-35’s kunnen veel, maar niet achteruitrijden. „Dan heb je eh, vertraging”, zegt Pijnenburg. „En iets uit te leggen.”

Een F-35 van de Koninklijke Luchtmacht tijdens de landing op vliegbasis Leeuwarden tijdens de NAVO-oefening Ramstein Flag in april vorig jaar.

Crisissituatie

De datum voor deze oefening werd een optimum tussen minimale verstoring van het gewone luchtverkeer – vakantiepieken vielen af – en een maximale uitdaging voor defensie. „Geen ander vliegveld haalt het in dit opzicht bij Schiphol”, zegt Pijnenburg. Het precieze tijdstip waarop de eerste F-35’s dinsdag landen staat, anders dan in een crisissituatie, al lang vast, al willen luchtmacht en Schiphol het officieel niet noemen.

Op welke baan of banen ze zullen landen, is nog wel onzeker. Schiphol heeft er zes, die, anders dan bij veel andere grote Europese vliegvelden, in verschillende windrichtingen liggen en in twee richtingen bruikbaar zijn voor starten en landen. „Het helpt [militair] om niet voorspelbaar te zijn”, zegt Pijnenburg.

Gegeven de verwachte wind, kracht matig uit oost tot zuidoost, gegeven ook het daarbij horende baangebruik voor het reguliere verkeer plus het idee dat vliegtuigen liever niet met wind mee landen, kun je echter wel ongeveer bedenken uit welke richting je de F-35’s kunt verwachten.

Voor de NAVO-top in Den Haag lagen talloze scenario’s op tafel. Een daarvan was de ‘slow mover’; wat moet je doen met een sportvliegtuigje dat het World Forum nadert, waar de NAVO vergaderde. Misschien argeloos, misschien met kwade bedoelingen? En wat te doen met drones? Tijdens de top zijn 29 dronebestuurders bekeurd: voor zover bekend waren dat grotendeels naïeve amateurs, makelaars en bruidsreportagefotografen, geen kwaadwillenden.

Draaiboeken

Die laatste optie is nu wel degelijk opgenomen in het scenario en reëel, zegt Pijnenburg, zeker na de recente drone-incidenten bij F-35-basis Volkel en in België, die niet zomaar aan amateurs kunnen worden toegeschreven. Wat daartegen nu rond Schiphol in stelling is gebracht, wil hij niet zeggen.

Wanneer is deze oefening een succes? „Eigenlijk is het door de lange aanloop en het onderling afstemmen nu al geslaagd”, zegt Pijnenburg. Het belangrijkste is om te ontdekken hoe alle simulaties, tabletop-oefeningen, ‘doorleefsessies’ en draaiboeken – van minuut tot minuut – zich tot de praktijk blijken te verhouden. „Kunnen we dat in het echt reproduceren? En dat er misschien dingen iets anders lopen dan gepland, hoort erbij”, zegt hij. „Het gekke is: dit is een oefening, maar eigenlijk ook gewoon inzet.”

Een F-35 van de Nederlandse luchtmacht landt op vliegbasis Gilze Rijen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next