Bij Sign Language Coffee Bar bestel je koffie in gebarentaal. Het concept, dat inmiddels bij meer dan vijftig Nederlandse bedrijven is uitgerold, moet doven en slechthorenden een kans bieden op de arbeidsmarkt.
is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Tom van Veen (32) lijkt in veel opzichten een standaard barista. Zijn repertoire bestrijkt alles van cappuccino tot cortado en hij schuimt dikke kragen van koe- tot kokosmelk. Toch is er iets wat hem onderscheidt van veel collega’s – en het is niet alleen de ontbrekende hipsterknot: Van Veen is doof. Hij kan de klanten die deze dinsdag aan zijn koffiebar staan niet horen.
De barista werkt dan ook niet voor een standaard koffiebar, maar voor Sign Language Coffee Bar. Een horecaconcept dat doven en slechthorenden een kans biedt op de arbeidsmarkt. De speciale koffiestands waarin de zogenaamde ‘gebaarista’s’ werken zijn uitgerust met videoschermen waarop de gebaren voor koffievariaties worden gedemonstreerd, zo kunnen klanten bestellen in gebarentaal.
Het idee werd in 2017 bedacht door sociaal ondernemer Bas de Ruiter. Hij is de man achter het Amsterdamse restaurant Ctaste, waar bezoekers dineren in het donker terwijl ze worden bediend door blinde obers. Van een van zijn klanten kreeg De Ruiter de vraag of hij dat concept niet kon uitrollen bij bedrijven, bijvoorbeeld met een door blinden bemande koffiebar.
Maar zo’n supersonisch koffiezetapparaat bedienen zonder zicht bleek toch iets te uitdagend. Dus werd de focus verlegd naar een andere groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt: de 1,5 miljoen doven en slechthorenden in ons land. Door een simpele ingreep – het plaatsen van videoschermen met gebarentaal – zouden zij de koffiebars kunnen bemensen.
Sinds drie jaar staat Kevin van Hooft aan het roer van de Sign Language Coffee Bar en probeert hij het concept bij zoveel mogelijk evenementen en bedrijven binnen te krijgen. Dat gaat niet onverdienstelijk: inmiddels zijn de gebaarista’s bij vijftig Nederlandse organisaties te vinden, waaronder overheidsorganisaties als de politie, maar ook bij KLM, consultant PwC, uitgever DPG, Rabobank en Nike.
Gebaarista Van Veen staat met zijn koffiebar in het restaurant van taleninstituut Regina Coeli, ook wel bekend als de nonnen van Vught. Daar verschijnt deze dinsdagmiddag iets na het pauzesignaal een cursist Duits voor zijn neus die na een blik op het videoscherm kordaat met twee vuisten ter hoogte van zijn oren schudt. De duim en wijsvinger houdt hij op elkaar – alsof hij zijn capuchon opzet. Van Veen knikt begrijpend: de beste man wil een capuccino.
Een cursist Engels krijgt het flink voor haar kiezen als ze op het scherm de optie ‘matcha’ aantikt. Geconcentreerd cirkelt ze met de gespreide vingers van haar linkerhand ter hoogte van haar elleboog. Ze maakt vervolgens een kommetje met haar beide handen, alsof ze een onzichtbare bal vast heeft, en schudt er driftig mee boven haar linkerschouder. Haar duimen besluiten met een melkend gebaar. Van Veen weet: in die matcha moet kokosmelk.
Het vervult de gebaarista met trots dat de mensen aan zijn bar zo hun best doen om zich bij hem verstaanbaar te maken. Normaal is hij het namelijk die zich continu moet aanpassen aan de horenden. ‘Ik leef in twee werelden’, stelt hij. ‘In de dovenwereld, waar ik mijn moedertaal kan spreken, en in de horende wereld, waar ik altijd mijn best moet doen en heel goed moet kijken welke informatie wordt uitgewisseld. Dat is enorm vermoeiend.’
Het is, naast alle vooroordelen, een belangrijke reden dat het voor dove mensen lastig is een baan te vinden op de ‘reguliere’ arbeidsmarkt. ‘Ik heb hiervoor dertien jaar bij een bakkerij gewerkt met horende collega’s en klanten’, gebaart Van Veen. ‘Zij deden ontzettend hun best, maar horenden wisselen heel veel terloopse informatie uit, dus ik moest me steeds heel goed concentreren. In het weekend was ik gesloopt.’
Heel anders is dat sinds hij bij de Sign Language Coffee Bar werkt. ‘Het begon al bij de sollicitatie’, aldus Van Veen. ‘Ik mailde degene met wie ik het gesprek zou hebben of het goed was als ik een tolk zou meenemen. Meestal schrok die vraag potentiële werkgevers af, maar zij mailde terug: dat is niet nodig, ik ben zelf ook doof. Dan maakt je hart echt een sprongetje.’
Ook voor bedrijven levert de Sign Language Coffee Bar wat op, zegt Van Hooft. ‘Veel bedrijven zijn wel bezig met diversiteit en inclusie, maar dat is vaak niet zo zichtbaar. Terwijl zo’n koffiebar echt een visitekaartje is: je komt binnen en je vertrekt met een kopje koffie.’ Het is bovendien een prima manier om het ijs te breken, merkt hij steeds weer. ‘Iedereen leert een heel nieuwe taal, dan heb je direct een gespreksonderwerp.’
Natuurlijk vraagt het ook een investering van de bedrijven die de bar binnenhalen. Alleen al om te zorgen dat de gebaarista’s goed worden ingewerkt en kunnen communiceren met hun horende collega’s. Zij krijgen daarvoor een workshop ‘inzicht in de dovencultuur’ aangeboden. ‘Daarmee proberen we de grootste drempels voor het samenwerken weg te nemen’, zegt Van Hooft. ‘Maar natuurlijk vraagt het echt wel wat van hen.’
Bij het taleninstituut Regina Coeli blijkt dat deze dinsdagmiddag geen enkel probleem. Aan de bar van Van Veen verschijnt aan het einde van de pauze een taaldocent die zichzelf zonder ook maar op het scherm te kijken koelte toewuift, twee vingers ter hoogte van haar slaap beweegt en geroutineerd dat melkende gebaar maakt met haar duimen. Ze wil warme chocolademelk. ‘Ik volg een cursus gebarentaal’, verklaart ze met een glimlach naar Van Veen. ‘Dan kunnen we het ook nog eens over iets anders hebben dan koffie.’
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Sign Language Coffee Bar
Waar: Amsterdam
Sinds: 2017
Aantal werknemers: 75
Omzet: 2,4 miljoen euro
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant