Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Of ze vannacht, de laatste nacht dat ze 10 is, bij mij op de kamer mag slapen. Gewoon, omdat ze dat het fijnst vindt. Dat mag. Als ik boven kom, heeft ze haar matras naar mijn kamer gesleept en naast mijn bed gelegd.
Ze leest een Penny, maar gaat het niet lang meer volhouden. Haar ogen zitten al half dicht. ‘Heb je zin in morgen?’ Dat heeft ze. Ik kus haar welterusten en ga in het bed naast haar liggen. Als ik na vier pagina’s in mijn boek even opkijk is ze vertrokken. Het licht van de lamp valt op haar gezicht, zacht, zuiver en onschuldig.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vanaf de overloop klinkt het geluid van de droger die aan zijn antikreukprogramma bezig is. Als ook mijn ogen zwaar worden, leg ik mijn boek weg en klik het licht uit. Door het zolderraam valt vaal licht van de straatlantaarns naar binnen. Het duurt lang voordat ik slaap. Genoeg tijd om over haar na te denken.
Aan de tijd dat haar zusje er nog niet was en we tijdens een grijze zomer aan een Bretons strand crêpes met suiker aten. Althans, zij had een crêpe met suiker en zat die woest te verorberen. Frons op haar voorhoofdje, strikje in haar dunne piekhaar. Ze kwam net boven de tafel uit. Haar moeder waagde het om te proberen een piepkleine hap te nemen van haar pannenkoek. ‘Nee’, schreeuwde ze, maakte een slaande beweging en wees naar haar moeders kop koffie, ‘deze eten!’.
De droger draait nog een paar slagen. Buiten rijdt een scooter met een kapotte uitlaat voorbij. Nu ze 11 wordt, kunnen we een voorzichtige tussenbalans opmaken. Wat voor mens het is, valt het best samen te vatten in het beeld van peuters en kleuters die na schooltijd naar haar toe rennen om haar te omhelzen terwijl ze uitgelaten haar naar roepen. Het zit wel goed.
Het grootste voordeel van je bijna-jarige dochter bij je op de kamer laten slapen, is dat je ’s ochtends de eerste bent die haar mag feliciteren. Nog voordat haar zusje de kamer binnen is gekomen om bij wijze van verjaarsoffer de kat op het bed te smijten, kus ik de zijkant van haar hoofd. ‘Kom je nog even bij mij in bed liggen?’, vraag ik haar. Over een tijdje, als ze 12 of 13 of 14 is, zal ze daar afwijzend en spottend op reageren. Op een gegeven moment lig je niet meer bij je vader in bed. Maar nu is ze 11 en sla ik mijn arm om haar heen en begraaf mijn neus in haar dikke, zachte haar en sluit nog even mijn ogen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns