Home

De zorgverzekeraar hangt aan de lijn: wil je wat verder reizen? Dan kun je eerder in het ziekenhuis terecht

Zorgbemiddeling Patiënten die lang moeten wachten op een behandeling kunnen vanaf dit jaar een telefoontje verwachten van hun zorgverzekeraar, die helpt een alternatief te zoeken. Het moet bijdragen aan kortere wachtlijsten, al is niet iedereen daarvan overtuigd. „Straks is er een wachtlijst voor wachttijdbemiddeling.”

Zorgaanbieders hebben de plicht om bij lange wachttijden hun patiënten op bemiddeling te wijzen.

Floor, de negentienjarige dochter van Jan de Lange, doet de opleiding werktuigbouwkunde. „Ze is vreselijk goed in lassen”, zegt Jan. Totdat ze tijdens haar stage ineens vlekken in haar gezicht krijgt. Ook ziet ze opeens minder. Dat trekt weer bij, maar een tijd later vermindert haar zicht opnieuw, tijdens een autorit. Ze moet haar auto langs de kant zetten. Onduidelijk is wat er aan de hand is.

Haar vader Jan is bezorgd: „Het gaat om haar ogen; ze is jong en heeft nog een heel leven voor zich.” Floor moet een paar keer terugkomen bij de huisarts voordat een verwijzing volgt voor het ziekenhuis in Sneek. Daar blijkt de wachttijd vijftig dagen te zijn. Boos belt Jan zijn zorgverzekeraar Zilveren Kruis met de vraag waarom het allemaal zo lang moet duren. ‘Hoe ver wilt u ervoor rijden?’, vroegen ze. „Dat maakt mij natuurlijk niks uit. Voor je dochter heb je alles over.” Binnen tien minuten heeft de verzekeraar een afspraak gemaakt bij een oogkliniek in Hilversum. Daar is over twee dagen plek. De Lange: „Een uurtje rijden vanaf Marknesse, waar we wonen. Prima te doen.”

Waar De Lange hier voor zijn dochter gebruik van maakte, heet ‘wachttijdbemiddeling’. Iemand die lang moet wachten voor een behandeling, kan met de verzekeraar bellen om te kijken of er verder weg misschien eerder plek is. Elke verzekeraar heeft daar een speciale afdeling voor. Die afdelingen kunnen ook helpen bij het zoeken naar een huisarts of kraamhulp, die vaak schaars zijn.

De Lange was in 2025 een van de bijna 33.000 mensen die bij Zilveren Kruis om bemiddeling vroeg – van de 5,4 miljoen verzekerden. „Veel te weinig”, zegt directeur zorginkoop Peter Langenbach. „Wij weten dat veel meer van onze verzekerden op een wachtlijst staan.” Probleem is dat mensen zich zelf moeten melden, maar meestal niet weten dat bemiddeling bestaat. „Je denkt niet gelijk aan je zorgverzekeraar als je lang op een wachtlijst staat”, zegt Thomas Oremus, directeur zorg bij verzekeraar ASR. „Mensen denken vaak dat ze zelf bij ziekenhuizen moeten rondbellen, of iemand moeten kennen die bij een ziekenhuis werkt.”

Ook Jan de Lange kende het fenomeen wachttijdbemiddeling aanvankelijk niet. „Het was dat ik de zorgverzekeraar uit boosheid opbelde. Het is eigenlijk gek dat je er zelf zo achteraan moet, terwijl je je helemaal scheel betaalt aan je zorgverzekering.” Inmiddels is zijn dochter, na enkele tussenstappen, doorverwezen naar het AMC in Amsterdam. Daar start begin februari haar behandeling.

Aanvaardbare wachttijden

Om wachttijdbemiddeling te promoten, hebben het ministerie van VWS en zorginstellingen vorig jaar in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) afgesproken dat verzekeraars hun klanten voortaan actief mogen benaderen voor bemiddeling. Voorwaarde: patiënten moeten vooraf toestemming geven, iets dat ze kunnen aangeven als ze hun verwijzing krijgen. Ook moet hun wachttijd langer zijn dan de maximaal aanvaardbare (en afgesproken) wachttijden, de zogeheten Treeknormen. Die normen – vernoemd naar landgoed Den Treek in de provincie Utrecht – bestaan sinds 2005 en leggen per behandeling vast binnen welke tijd er een eerste consult moet zijn en binnen welke termijn de behandeling moet beginnen. Grofweg ligt dat tussen vier en veertien weken.

Verzekeraars mogen vanwege de privacy alleen vragen naar welk specialisme een patiënt is verwezen, of het om een consult of behandeling gaat, en wat de wachttijd nu is. Ze mogen bijvoorbeeld niet informeren naar de diagnose of de verwijzing zelf opvragen. Al helpt het de zoektocht naar een alternatief wel als de verzekerde uit zichzelf meer informatie geeft.

Zorgaanbieders hebben de plicht hun patiënten op bemiddeling te wijzen als er lange wachttijden zijn. „Maar dat gebeurt lang niet altijd”, zegt Martin Buijsen, hoogleraar recht en gezondheidszorg aan de Erasmus School of Law. „Het is ook niet in hun belang; mensen op de wachtlijst zijn voor zorgaanbieders ook een soort werkvoorraad.” Door marktwerking in de zorg redeneren veel zorginstellingen vanuit hun eigen organisatie, zegt ook Langenbach van Zilveren Kruis, zelf oud-ziekenhuisbestuurder. „Er is soms keiharde concurrentie tussen zorgaanbieders. Dan ben je vooral druk bezig elk jaar weer een beetje winst te maken.”

Het zorgakkoord AZWA heeft geholpen om „meer vanuit het gemeenschappelijk belang in plaats van het individueel belang van een zorginstelling te denken”, zegt Langenbach. De „steeds schrijnender wachtlijsten” spelen ook een rol, zegt Oremus. Wat verder meespeelt is de wettelijke zorgplicht van verzekeraars: hun verzekerden moeten binnen een redelijke tijd en reisafstand toegang hebben tot zorg uit het basispakket. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is daar de laatste jaren strenger op gaan toezien.

De wachtlijsten zijn vervuild

Maar achter de schermen moet er veel gebeuren voordat alle verzekeraars daadwerkelijk hun verzekerden actief kunnen benaderen. De streefdatum van 1 januari is dan ook verschoven naar 1 april. Niet alleen moeten de verzekeraars hun eigen ict-systemen op orde krijgen en extra mensen aannemen, ook moeten alle zorgaanbieders inzicht geven in hun wachtlijsten. Ruim negenduizend doen dat nu al, via het digitale platform Zorgdomein, maar dat zijn ze lang niet allemaal. Ook zijn hun wachtlijsten ‘vervuild’: mensen staan er dubbel op, zijn overleden, hersteld, of ze staan voor dezelfde klacht op verschillende wachtlijsten. Die lijsten worden nu opgeschoond.

Uiteindelijk moet het allemaal leiden tot kortere wachtlijsten, hopen de verzekeraars. „Het is geen wondermiddel, het regelt geen extra zorgaanbod, maar we kunnen wel efficiënter omgaan met het aanbod”, zegt Oremus. Ook hoogleraar Buijsen noemt het „geen panacee” voor de lange wachtlijsten. „Maar het helpt verzekeraars om een beter beeld van wachtlijsten in hun regio te krijgen. Niemand weet nu hoe lang die zijn.” Voor Langenbach is de grote vraag hoe snel het aantal bemiddelingsverzoeken zal stijgen. „We moeten niet hebben dat er straks weer een wachtlijst is voor wachttijdbemiddeling.”

Eigen vertrouwde ziekenhuis

Toch is niet iedereen enthousiast. Marcel Vrijhoeven (manager zorgverkoop en strategie) en Elsbeth Taminiau (strategisch adviseur Raad van Bestuur) van het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis vrezen „valse verwachtingen”. „Het lijkt nu of je hele groepen patiënten kan verplaatsen, maar dat is een utopie”, zegt Taminiau. „Er zijn op heel veel plaatsen wachtlijsten.” Het valt ook te bezien of verzekerden wel zo enthousiast zijn, zegt Vrijhoeven. „Wij zien toch heel veel patiënten die graag in het eigen vertrouwde ziekenhuis behandeld willen worden, waar ze eerder zijn geweest en waar hun ouders vroeger al heen gingen.”

Ook is het de vraag of iemand de gevolgen van een behandeling in een ziekenhuis verder weg kan overzien. Vrijhoeven: „Realiseert een patiënt zich dat hij voor nacontroles ook nog naar dat ziekenhuis moet? En als hij dat niet wil, dat er weer van alles geregeld moet worden om dat in zijn eigen ziekenhuis te kunnen doen?”

Taminiau wijst daarnaast op de ontwikkeling – die ook in het AZWA doorklinkt – dat de vraag naar zorg moet worden afgeremd vanwege de dubbele vergrijzing (steeds meer ouderen die ook steeds ouder worden) en toenemende personeelstekorten. „De zorg gaat echt veranderen. Het is niet meer: ‘u vraagt, wij draaien’. Wachtlijstbemiddeling kan dan een verkeerd signaal zijn.” Daarnaast, voegt ze toe, „lost wachten soms een klacht op, of wordt de klacht als minder erg ervaren. Wachten is niet altijd erg.”

De administratieve lasten zullen ook stijgen, zeggen de twee. Nu onderhandelen zorgaanbieders en verzekeraars één keer per jaar met elkaar over zorgcontracten, en dat gaat vaak moeizaam. Straks gaan die onderhandelingen – met eigen patiënten die elders worden behandeld en nieuwe patiënten die van buiten komen – mogelijk het hele jaar door.

Taminiau en Vrijhoeven zien voor bepaalde patiënten zeker mogelijkheden, maar noemen het huidige plan „ondoordacht”. Vrijhoeven: „Zijn we niet iets heel groots en generieks aan het optuigen voor een klein beetje potentie?”

Toch blijft Langenbach van Zilveren Kruis optimistisch. Sterker nog, hij noemt het meermaals „baanbrekend”. Vooral als er op termijn ook meer transparantie zou komen over de resultaten van behandelingen. „Je krijgt als verzekerde dan goed inzicht in een zorginstelling. Hoe lang sta ik daar op een wachtlijst? Hoe lang moet ik ervoor reizen? En hoe goed is de uitkomst? Pas dan kan je een objectieve afweging maken: ‘rij ik daarvoor wel of niet helemaal naar Groningen of Maastricht?’”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next