Home

‘Opeens realiseerde ik me dat een broertje of zusje veel voor hem had kunnen betekenen’

Nynke begreep nooit waarom mensen voor een tweede kind kozen. Totdat ze besefte dat elke eerste keer ook meteen de laatste keer zou zijn. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.

Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.

Nynke (56, beleidsmedewerker): ‘Ik ben spontaan zwanger geraakt, we waren er helemaal niet mee bezig. We hadden een huis gekocht, waren dat aan het opknappen, hadden beiden een leuke baan en gingen veel op vakantie. Hoewel ik geen intrinsieke, lang gekoesterde kinderwens had, was het kind heel welkom. Tijdens de echo, die werd gemaakt om vast te stellen hoe groot de baby was, ontdekten ze een cyste aan een van mijn eierstokken. Dat betekende dat ik de eerste maanden onder behandeling moest blijven bij een gynaecoloog in het ziekenhuis. Maar de zwangerschap verliep voorbeeldig, zodat ik gelukkig thuis mocht bevallen.

‘Het was een fijne en vlotte geboorte, een thuisbevalling op een woensdagmiddag tussen 4 en 6. Wat dat betreft had ik er wel tien kunnen krijgen. Toen mijn zoontje vijf weken was, begon die cyste op te spelen, waarschijnlijk door hormonale schommelingen. Ik werd met spoed opgenomen en tijdens de operatie werd anderhalve eierstok verwijderd. Het eerste wat de gynaecoloog zei: ‘Je moet nu wel een beetje opschieten met de tweede.’ Dat viel bij mij ontzettend verkeerd. Ik was net bevallen, geopereerd en intens gelukkig met mijn zoontje, de liefste baby van de hele wereld. Hoe kon die man nu beginnen over een tweede kind? Ik duwde die horkerige boodschap onmiddellijk weg.

‘Een jaar na de geboorte van ons zoontje raakte ik weer zwanger. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden was ik net mijn baan verloren en werd mijn man ook ontslagen. Ons huis was ook nog steeds niet af. Op dat moment voelde ik pure paniek, ik kon het er niet bij hebben. Ik kon toen maar één ding denken: dit moeten we niet doen, niet nú. Een abortus was op dat moment de beste beslissing. Van die abortus heb ik geen spijt gehad, dat vind ik nu nog steeds een verstandige keuze in die situatie.

Geen polonaise

‘Toen ik de leeftijd van 37 bereikte, ons zoontje was inmiddels 3, hadden we alles op de rit en begon de gedachte aan een tweede kind zich op te dringen. Ook omdat alle vrienden om ons heen inmiddels een tweede of derde kind kregen. Vanaf dat moment besloten we het te proberen, maar dat lukte niet meteen. Ik onderging onderzoeken in het ziekenhuis waaruit bleek dat ik weliswaar minder eitjes produceerde, maar dat er verder niks mis was. Tenslotte heb je maar één eitje nodig. Door die botte hork van een gynaecoloog had ik een grote aversie tegen gynaecologen opgelopen: ik wilde aan mijn lijf geen polonaise meer. Mijn man en ik waren het erover eens dat het spontaan moest gebeuren, en anders maar niet. We spraken ook af dat als ik 40 zou worden, we zouden stoppen.

‘Dat het niet lukte vond ik aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant dacht ik: de keuze wordt voor mij gemaakt. De wens om een tweede kind te krijgen was niet urgent. We hadden een superleuk, lief en makkelijk zoontje en een heel fijn leven. Wat ook meespeelde was dat de band tussen mijn twee broers en mij niet erg warm was, vroeger niet en nu nog steeds niet. Het argument dat het zo leuk is voor de kinderen, woog voor mij dus niet mee. Ik heb me destijds vaak afgevraagd hoe andere ouders overgaan tot het krijgen van meer kinderen. Vanuit welke behoefte, welke zekerheid en met welk gevoel? Dat gevoel kende ik niet. Ik vond mijn kind een lot uit de loterij en dat lot moest ik niet tarten. En opeens was ik 40, en ons zoontje 6.

‘De spijt openbaarde zich toen mijn zoon 12 werd. Op dat moment kwam het besef dat elke eerste keer ook meteen de laatste keer is. Bij zwemles is dat niet erg, dat hoef ik niet per se vaker mee te maken. Maar toen hij naar de middelbare school ging, vroeg ik me opeens af of ik wel een juiste keuze had gemaakt. Had ik alles wel overzien? Ik ben heel gestructureerd van aard en heb mijn keuzes altijd rationeel genomen. Ik heb me laten leiden door externe factoren: een vervelende gynaecoloog, een huis dat verbouwd moest worden, een onzekere werksituatie. Ik heb me er heel erg op gericht dat alles in orde moest zijn. Allemaal rationele argumenten, waarbij ik helemaal voorbijging aan mezelf. Dat ik niet in staat was om mijn moedergevoel een cruciale rol te laten spelen, daar heb ik heel veel spijt van.

Andere dynamiek

‘Toen we verhuisden vond mijn zoontje dat erg moeilijk. Mijn man en ik waren blij, jubelden hoe mooi het nieuwe huis was, maar hij had niemand om het vanuit zijn eigen perspectief mee te kunnen delen. Opeens realiseerde ik me dat een broertje of zusje veel voor hem had kunnen betekenen. Hij zat altijd alleen met zijn ouders aan tafel en ging altijd alleen met zijn ouders op vakantie. Hij had maar één meetlat, en dat was die van ons. Ik ben jaloers op vriendinnen met meer kinderen. Gezinnen die met z’n allen Sinterklaas vieren, het rumoer van volle tafels. Dat volume heeft een heel andere dynamiek dan als je altijd met z’n drieën bent.

‘Mijn zoon heeft toen hij een jaar of 14 was één keer gezegd dat hij het jammer vond dat hij enig kind is. Dat deed zeer. Hij bedoelde het niet kwaad, het was meer in de trant van: als ik een broertje of zusje had gehad, was ik niet de enige waar jullie het altijd op gemunt hebben. Hij had graag iemand naast zich gehad die ook de vaatwasser kon inruimen. Ik heb geantwoord dat ik hem graag een broertje of een zusje had gegund, maar ik wilde hem niet opzadelen met mijn eigen pijn of verdriet.

‘Mijn man heeft geen spijt dat we destijds niet hebben doorgezet. Hij zegt dat ik destijds heel stellig in mijn keuze was. Het was mijn lijf, en het waren mijn behoeftes, dus wie was hij om het daar niet mee eens te zijn? Hij kan zich erbij neerleggen dat we in die situatie keuzes hebben gemaakt waarvan we toen dachten dat het de juiste waren. Dat klinkt een beetje alsof het me is overkomen, maar dat is niet waar, ik had er wel degelijk zelf een rol in. Ik had heel veel liefde te geven en dat had niet beperkt hoeven worden tot één kind. Ik was er gewoon goed in.

Onomkeerbaarheid

‘De spijt wordt niet minder. Ik moet ervoor waken dat het niet meer wordt, want onze zoon is nu uit huis, en daardoor besef ik nog meer dat alle eerste keren ook de laatste waren. Mijn man en ik zijn eerder dan veel vrienden met z’n tweeën. Wat ook voordelen heeft natuurlijk – we zijn vrij om te gaan en te staan waar we willen – maar het is nu wat het is. Ik kan er niks meer aan veranderen, de spijt zit ’m ook in de onomkeerbaarheid. Ik moet oppassen dat ik niet mijn eigen falen in het moederschap toeschrijf aan het feit dat hij enig kind is. Ook kinderen die broertjes en zusjes hebben, hebben ruzies met hun ouders en zijn soms weinig communicatief.

‘Ik speel met de gedachte om iets concreets met mijn spijt te doen. Misschien kan ik iets betekenen voor kinderen die opgevangen moeten worden. Misschien kan ik kinderen voorlezen. Ik heb altijd keihard gewerkt en ik heb alles super op orde. Maar het gaat uiteindelijk niet om je carrière, je huis en je vakanties. Het gaat om wat je te geven hebt.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Nynke gefingeerd. Barbara van Beukering is speciaal op zoek naar mannen met diepe spijt. Stuur een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next