Micha Klein (1964-2026) Computerkunstpionier en vj Micha Klein had een feilloos gevoel voor de tijdgeest. Rond 2000 brak hij wereldwijd door met gladde computerkunst: kleurrijke, droomachtige beelden vol prachtige mensen en hints naar nieuwe technologieën.
Micha Klein en Afke Reijenga houden thuis een feestje, in 2003.
Het jaar 2000 was het hoogtepunt in de carrière van Micha Klein (1964-2026), die afgelopen vrijdag in Nederland na een kort ziekbed overleed. Beroemd was hij al op dat moment: bekend als pionier op het gebied van computerkunst, als vj (videojockey) werkend op grote feesten en in clubs over de hele wereld, en in 1998 had hij al een ambitieuze tentoonstelling gehad in het Groninger Museum. Daar was Klein neergezet als een kunstenaar die de tijdgeest moeiteloos tussen zijn vingers hield: hij maakte kleurrijke, gladde, glimmende computerprints, vaak van supermodelachtig mooie vrouwen, geënsceneerde clubscènes, of van zijn dansende mascotte Pillman. Daarbij trok hij zich niks aan van de aloude scheiding tussen ‘hoge’ en ‘lage’ kunst: Kleins werk balanceerde perfect op de grens van mode, reclame, clubcultuur en museumkunst.
Nu, in september 2000, kwam zijn internationale doorbraak: een solo bij de prestigieuze Mary Boone Gallery in New York, in haar ruimte op Fifth Avenue. Klein toonde er onder andere werken uit zijn serie The Arrival of the Rainbow Children (2000): computercollages van mooie, hippe mensen die in een soort hyperdroomwereld verkeren. Veel zilver, regenbogen, en vooral veel perfect bodies met blauw of paars haar.
Op de opening verschijnt de hippe filosoof Douglas Rushkoff die Kleins werk voor de televisiecamera omschrijft als „a counterculture version of Disneyland”. „Hij schets een ideaalbeeld”, aldus Rushkoff, „dit is hoe je je een rave party wilt herinneren. Zo was het natuurlijk nooit, maar je zou willen dat het zo was.” Zelfs Kleins eigen galeriehouder Mary Boone noemt zijn werk „slick” – „but I think that makes it timeless.” Precies een jaar later knallen twee vliegtuigen de torens van het WTC binnen.
Micha Klein werd geboren in 1964, in Harderwijk, en ging in 1983 naar de schilderafdeling van Rietveld Academie in Amsterdam. Zijn schilderijen worden vooral beïnvloed door surrealistische kunstenaars als Dali, Max Ernst en Francis Picabia – maar als hij in het basisjaar blijft zitten, stapt hij over naar de afdeling audiovisuele kunst. De ommekeer komt in 1987 als hij in een kast op de Rietveld een Commodore Amiga ontdekt – de Academie heeft de computer aangeschaft om met de tijdgeest mee te gaan, maar niemand weet wat ze met het ding moeten. Klein weet dat wél: mede aangestoken door zijn broer Onno, die op de Academie in Utrecht al meer met computers heeft geëxperimenteerd, verdiept hij zich in de nieuwe techniek. Na zijn afstuderen aan de Rietveld (het Stedelijk Museum koopt meteen zijn afstudeervideo aan) gaat hij werken voor een bedrijf dat de eerste paintbox van Nederland bezit (een vroege computer voor digitale beeldbewerking die volgens overlevering maar liefst een miljoen gulden kostte). Klein leert de computer en de tekensoftware te beheersen door, onder andere, eindeloos Mercedessen te retoucheren voor reclamebureaus.
Vanaf 1991 maakt Klein steeds meer eigen werk, maar als dat niet meteen aanslaat meldt hij zich bij de Mazzo, een toenmalig hippe club in Amsterdam, om computerbeelden bij de muziek te gaan vertonen – het vj’en is geboren. Vanaf dat moment ontwikkelt Klein ook in de kunst een duidelijk eigen stijl: hyperrealistische, kleurrijke, droomachtige beelden, vol hypermooie mensen, die hij presenteert als afkomstig uit een nieuwe ‘Love Generation’ – een wereld die ongetwijfeld nog beter binnenkomt als je er de juiste drugs bij gebruikt, wat Klein zelf ook graag en veel doet. Hij werkt over de hele wereld, en krijgt een wekelijkse vj-avond op Ibiza, waar hij en zijn toenmalige vriendin, fotomodel Afke Reijenga, uitgroeien tot favorieten van de plaatselijke clubscene.
Hoogtepunt uit Kleins artistieke carrière is de serie Artificial Beauty (1997-1998). Waarvoor hij een foto van Reijenga morpht (op de computer samenvoegt) met foto’s van andere modellen, om, zoals hij zelf zegt, te laten zien dat „supermodellen niet meer geboren hoeven te worden, maar in de computer kunnen worden gemaakt”. Daarmee geeft hij een moderne draai aan het aloude idee van de Griekse schilder Zeuxis, die rond 500 voor Christus al een portret van Helena van Troje probeerde te maken door de mooiste elementen van vijf vrouwen te combineren. Dat dit werk tegelijk een belangrijke voorloper zou zijn van zowel de filter-, filler- en schoonheidscultuur als van kunstmatig gegenereerde AI-wezens kon hij niet weten.
Rond 2000 bereikt Kleins carrière haar climax: niet alleen heeft hij zijn solo bij Mary Boone, ook wordt zijn Pillman door rapper Eminem gebruikt als projectie tijdens zijn Anger Management-tour. Klein gaat reclames maken voor onder andere Coca Cola en ontwerpt een koffiezetapparaat voor Nescafé. Met de kunstwereld verliest hij langzaam het contact, vooral omdat hij nooit helemaal van het verwijt van gladheid en oppervlakkigheid afkomt – wat wordt versterkt als na 9/11 de sfeer omslaat en er voor Kleins pillen-hedonisme steeds minder belangstelling is.
Uiteindelijk vertrekt Micha Klein uit Nederland, verhuist eerst naar Bali, dan naar Thailand. Hij blijft belangstelling tonen voor nieuwe ontwikkelingen: zo lanceert hij in 2018 de streetwear-kledinglijn Drop the Pill en brengt hij in 2021 een serie NFT’s uit onder de naam Crypto Pills, die op het hoogtepunt van de NFT-golf zowaar in no time zijn uitverkocht. Klein en de kunstwereld mochten elkaar dan al een tijdje uit het oog zijn verloren, zijn gevoel voor tijdgeest raakte hij nooit meer kwijt.
Micha Klein en Afke Reijenga thuis op hun bed, in 2000.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC