Oud-correspondent Marije Vlaskamp vond het altijd het journalistiek onverantwoord om over vrienden te schrijven. Maar nu zit een van de Gao Brothers, een Chinees kunstenaarsduo met wie ze bevriend raakte, vast in een detentiecentrum vlak bij Beijing.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
Mijn eigen gezicht staart me aan vanaf de Facebookpagina van de Gao Brothers. Dat zijn Gao Zhen en Gao Qiang, twee Chinese broers die samen avant-gardistische kunst maken. De foto is een veertien jaar oude selfie van ons drieën op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Gespannen kijken we de lens in, er kan geen lachje vanaf.
Geef ik een hartje voor deze herinnering, of een huilgezichtje vanwege de actualiteit? Want die is om te janken: de oudste van de twee, de 69-jarige Gao Zhen, verpietert al anderhalf jaar in een detentiecentrum even buiten de Chinese hoofdstad Beijing.
Vanuit New York zet zijn jongere broer Gao Qiang (63) dagelijks een foto van zijn broer op Facebook, om de aandacht vast te houden. Na een voorarrest van ruim vijfhonderd dagen is een handjevol likes heel wat. En een hartje van mij, want meer kan ik niet doen.
Ga nou niet naar China, hadden vrienden tegen Gao Zhen gezegd.
De broers zijn jaren geleden vertrokken naar New York, waar meer artistieke vrijheid is dan in de steeds strengere Chinese hoofdstad Beijing. Gao Zhen ging toch met zijn vrouw en zoontje naar China. Daar werd hij een paar dagen voor zijn terugvlucht naar New York op 26 augustus 2024 gearresteerd op verdenking van het schenden van een wet die belediging van martelaren en nationale helden bestraft met maximaal 3 jaar cel.
De bewijslast zou bestaan uit kunstwerken die de Gao Brothers twee decennia geleden hebben gemaakt, dus deze martelarenwet lijkt nu voor het eerst met terugwerkende kracht te worden toegepast.
‘Dat is nieuws, maar ik kan er niets mee doen’, zei ik terwijl ik de informatie doorgaf aan een collega. Als journalist schrijf je niet over je vrienden, ook niet als ze nieuws worden. Persoonlijke emoties zitten journalistieke afwegingen in de weg: alles rond Gao Zhen voelt voor mij als wereldnieuws.
Ook niet journalistiek verantwoord: ik vul in wat ik niet weet, bijvoorbeeld hoe zijn slechte rug voelt op de betonvloer van een politiecel.
Het ethisch dilemma over vriendschap versus werk hanteerde ik als correspondent in China, waar ik van 2001 tot 2019 heb gewerkt, heel simpel door geen diepe verbintenissen aan te gaan met de mensen in mijn verhalen. Ik had liever een netwerk van professionele contacten in plaats van een Chinese vriendenkring waarover ik niet kon schrijven.
De Gao Brothers kwamen echter in mijn leven op het moment dat ik snakte naar vrienden. In het najaar van 2010 had ik net mijn echtscheiding in gang gezet toen een bevriende correspondent aankwam met een boek uit de dixia, de ondergrondse scene. In de alternatieve kunstenaarswijk 798 had ze een catalogus vol foto’s van naakte Chinezen opgedaan. ‘Piemels, schaamhaar en beelden met enorme tieten, wat wil een mens nog meer! We gaan naar de makers, de Gao Brothers, daar vrolijk je van op’, zei ze.
Op kantoor lag het internet plat, de zoveelste storing sinds de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan de kritische schrijver Liu Xiaobo. Die zat een celstraf van 11 jaar uit en kon zijn prijs niet in Oslo ophalen. Mensen die ik eerder over Liu had gesproken gaven niet meer thuis, dus toen ik hoorde dat de Gao Brothers Liu als geestverwant beschouwden, wist ik niet hoe snel ik mijn jas moest aantrekken om op atelierbezoek te gaan.
Chinese mannen zijn niet zo aanrakerig, maar de broers namen me al in hun armen nog voordat ik me had kunnen voorstellen. De Gao Brothers hadden omhelzingen tot hun handelsmerk gemaakt met hun project World Hug Day, waar willekeurige vreemden, al dan niet bloot, elkaar twintig minuten lang omarmen op een fotogenieke plek.
Na hun warme hug viel ik als een blok voor hun kunst. Sommige westerse kunstcritici zetten hun werk weg als ‘Chinese pop-art’ en vinden de Gao Brothers te zwaar op de hand, omdat ze van Chinese kunst een zekere subtiliteit verwachten. Er is echter niks subtiels aan het verhaal dat de Gao Brothers over de autoritaire eenpartijstaat vertellen. In hun atelier zag ik het verschil tussen hun weldoordachte, compromisloze werk en de gemakzuchtige pastiches op kunst met politieke motieven waarmee veel Chinese artistiekelingen goed verdienden. Destijds was de kunstenaarswijk vergeven van de galeries waar zeefdrukjes werden verkocht van Mao Zedong omringd door McDonald’s-logo’s en dollartekens. Dat tandeloze spul werd op elke hoek van 798 verkocht.
Het werk van de Gao Brothers kwam niet verder dan hun atelier, want bij hen kwam de Grote Roerganger er minder gemakkelijk van af. De Gao’s vervormden Mao tot de karikatuur die in hun nachtmerries ronddoolde. Mao deed zich tegenover het volk voor als de moeder van de Chinese natie, legde Gao Qiang uit, dus kreeg hij een forse boezem. En een Pinocchio-neus, wegens alle leugens die de broers hadden aangehoord over de prachtige nieuwe wereld die onder Mao werd opgebouwd.
In alle kleuren en verschijningsvormen domineerde deze Miss Mao rond 2007 hun werk: een gouden Miss Mao die masturberend een rode draak baart, een zilveren Miss Mao balancerend op een borstbeeld van de Russische revolutionair Lenin, een zwarte Miss Mao die op een dienblad een schedel presenteert. Zelfs als ze iets anders wilden maken, kwam er toch een Miss Mao uit, zo obsessief waren de broers bezig met hun jeugdtrauma.
In 1968 kwam hun vader niet thuis van zijn werk in een machinefabriek. Dat overkwam veel Chinezen tijdens de Culturele Revolutie, een chaotisch decennium van willekeurig politiek geweld. Gao Zhen was 12 en Gao Qiang 6 jaar oud toen ze hoorden dat hun vader in detentie de hand aan zichzelf had geslagen. De suïcide, destijds veroordeeld als ‘contrarevolutionaire misdaad’, tekende hun verdere leven.
Na al die Miss Mao’s waren de broers in 2009 toe aan de afrekening. Dat werd het bronzen beeld Schuld: Mao die berouwvol knielt voor het portret van de ouders van de Gao’s.
Dit beeld werd alleen vertoond tijdens de besloten privéfeestjes van de Gao’s, verder stond het gedemonteerd in een hoekje van hun werkplaats, het losse hoofd weggemoffeld in een oud dekbed.
De broers waren voorzichtig: ze wilden geen gedonder, hun kunst was al provocerend genoeg, ook nadat ze Mao als hoofdonderwerp rond 2008 achter zich hadden gelaten.
De staat was nooit ver weg, zeker niet nadat ze in 2007 een politiebureau als directe buurman kregen. Soms werd er opgetreden, bijvoorbeeld toen ze het proces tegen Liu Xiaobo wilden bijwonen. Toen kregen ze drie dagen huisarrest.
Nadat ik dissident Liu op een fotomontage uit hun serie The Forever Unfinished Building had ontdekt, was de rest van mijn atelierbezoek professioneel van aard. Natuurlijk zag ik de broers aarzelen toen ik vroeg om een interview over hun band met Liu, te publiceren rond de Nobelprijsuitreiking. ‘Er is een reden dat we hier zitten en dat we leven. Het gevoel van angst is groter dan het verlangen tot expressie’, zei Gao Qiang. Goed citaat voor het interview, moedigde ik hem aan.
Gezellige kerels, wars van de interessantdoenerij die ik bij hun vakgenoten vaak aantrof, en niet te beroerd om me uit te leggen hoe dat moet, vrije kunst maken in een onvrij systeem. Toch ging het uitwerken van het interview stroef door mijn gepieker over alle risico’s waaraan ik het duo zou kunnen blootstellen. De ene na de andere passage zwakte ik af.
Toen ik inzag dat ik de broers tegen hun eigen weloverwogen formuleringen in bescherming aan het nemen was, schreef ik het hele stuk opnieuw, maar ook in het eindresultaat sijpelde mijn sympathie tussen de regels door.
Al was het niet mijn gewoonte, ongemerkt was de vriendschap gesloten. Misschien bij de eerste omhelzing, wellicht op het moment dat ze me in vertrouwen hadden genomen en lieten zien waar ze hun gedemonteerde, huilende Mao hadden verstopt. Of daarna, bij de roerbakschotel met spek, toen we elkaar de loef afstaken met woordgrapjes.
Gao Zhen met zijn aanstekelijke branie en gulle schaterlach, de spitse opmerkingen van de veel stillere Gao Qiang: vrijuit besprak ik van alles met de broers, terwijl ik meestal in gezelschap van Chinezen het achterste van mijn tong niet laat zien. Deze vriendschap werd een lichtpuntje in mijn leven, al zou ik niet meer over de Gao Brothers kunnen schrijven, ook niet als de Chinese kunstscene wereldnieuws zou opleveren.
Brief van Gao Zhen aan Ai Weiwei, 16 augustus 2025:
‘Ik herinner me de journalisten die ons kwamen interviewen naar aanleiding van jouw arrestatie. Ze stelden allemaal dezelfde vraag: ‘Ai Weiwei en de Gao Brothers zijn internationaal bekende kunstenaars die veel aandacht in onze media krijgen. In onze ogen is het werk van de Gao Brothers gevaarlijker dan dat van Ai. Waarom arresteren ze hem wel en jullie niet?’’
Na maanden van steeds grimmigere confrontaties met de autoriteiten over de sloop van zijn studio, zijn bijtende commentaren op sociale media en provocerende naaktfoto’s wordt Ai Weiwei, de internationaal vermaarde ster van de moderne Chinese kunst, op 3 april 2011 op de luchthaven van Beijing gearresteerd. De klap komt hard aan bij de Gao Brothers.
De broers zijn schuwer in het openbaar dan Ai, een meester in het creëren van ophef. Als kind van een alom geliefde dichter is Ai Weiwei voortgekomen uit de kunstzinnige elite, een heel andere wereld dan de Gao’s met hun gewone arbeidersvader. Worden de Gao Brothers in het buitenland in een adem met Ai genoemd, in Beijing komen ze elkaar slechts sporadisch tegen.
Toch voelen de broers zich verplicht hun gearresteerde kunstbroeder te steunen. De vele interviews met buitenlandse journalisten zijn zwaar, vertellen ze op de eerste lentedag die warm genoeg is voor een biertje. ‘Het zijn zulke korte gesprekken, we zijn bang dat buitenlanders ons niet goed begrijpen’, zeggen ze.
Steeds opnieuw moeten mijn vrienden mijn collega’s uitleggen hoe het kan dat zij nog vrij rondlopen, en als de verslaggevers zijn vertrokken blijven ze daarover tobben. De angst sluipt steeds dieper hun harten binnen.
Bericht van de Gao Brothers op de Chinese twitterdienst Sina Weibo, april 2011:
‘Ben je bang?’
‘Ja.’
‘Waarom houd je je mond dan niet?’
‘Omdat ik banger word van mezelf als ik de waarheid niet meer durf te zeggen.’
De Gao Brothers zijn verslingerd aan de Chinese twitterdienst Sina Weibo. Hun dag staat in het teken van twitteren, ieder bericht wordt net zo zorgvuldig gepolijst als hun beeldhouwwerken. Bij blokkades van hun account, die regelmatig voorkomen, zijn ze onthand. Dan vullen ze de lege tijd met raden op welk woord de censor aanslaat. Nadat hun account minus het aanstootgevende bericht weer toegankelijk is, weten ze welke woorden ze voortaan het best vermijden.
Bericht van de Gao Brothers op Sina Weibo, begin mei 2011:
‘Nu vrienden me tegenwoordig begroeten met de woorden ‘is er niets aan de hand?’ is de uitdrukking ‘doe je voorzichtig’ extra hartverwarmend. Voorzichtig zijn met denken, met woorden, met twitteren, met kunst. Doe ook voorzichtig op straat, wees voorzichtig als je over het plein wandelt...’
Dat gaat over het Plein van de Hemelse Vrede, waar de Chinese democratiseringsbeweging in 1989 eindigde in een bloedbad. Elke lente werpt die datum, de 4de juni, zijn schaduw vooruit. Dan begint het grote nadenken bij de broers hoe ze tegen het officiële taboe in kunnen stilstaan bij de verwoesting van het democratische idealisme van hun generatie.
‘Kunnen jullie niet een jaartje overslaan?’, zeg ik als ze maar blijven piekeren over de combinatie van twee hypergevoelige onderwerpen, de detentie van Ai Weiwei en ‘1989’. Mijn suggestie valt totaal verkeerd: herdenken doen ze hoe dan ook, maar wat zou het handig uitkomen rond die beladen datum buiten China te zijn.
Laat een van mijn opdrachtgevers, de VPRO, eind mei Chinese sprekers nodig hebben voor de viering van het 85-jarige jubileum van de omroep in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Discreet regel ik de reis, inclusief een draaiboek voor noodgevallen en een film over hun werk. Als ze onverhoopt niet mogen uitreizen, dan vertoon ik op het festival die film en vertel waarom mijn vrienden afwezig zijn.
De nacht voor vertrek slaap ik in hun atelier, op een veldbedje tussen de roze Miss Mao en twee bossen prei. Die stinken zo dat ik moet overgeven. Mijn maag komt pas tot rust in het KLM-toestel.
Vlak voor het opstijgen melden de broers op Weibo dat hun volgende bericht vanaf een Nederlands vrijdenkersfestival zal komen.
Na aankomst op Schiphol is tot hun ontsteltenis hun account verdwenen. Niet geblokkeerd, maar gewist, met achtduizend volgers en al. ‘Zonder ons Weibo-account kan niemand in China het VPRO-festival meebeleven’, zeggen de broers. Ze blijven in mineur, hoeveel selfies we ook in Amsterdam maken.
Brief van Gao Zhen aan Ai Weiwei, 16 augustus 2025:
‘Ik wist al jaren dat ik op weg naar de gevangenis was. Gelukkig bereikte ik die bestemming pas op 26 augustus vorig jaar, maar dat ‘geluk’ heeft een onfortuinlijke kant: vergeleken met tien jaar geleden, ten tijde van jouw arrestatie, bevinden de wereld en China zich nu in ‘het donkerste uur’. Destijds spraken internationale politici zich graag over mensenrechten uit en stond moderne Chinese kunst wereldwijd in het brandpunt van belangstelling. Daardoor was de aandacht voor jouw 81 dagen durende beproeving spectaculair.
‘Die omstandigheden bestaan niet meer. Ik zit nu al een jaar vast: hoewel sommige buitenlandse media nog verslag doen, is dat een pantomime vergeleken met het rumoer rond jouw ervaring.’
Op 27 mei 2011 hebben we een voorbespreking met de VPRO. De broers hebben een performance ontworpen met een beschilderde glasplaat op billboardformaat, die ze te lijf gaan met bezems, water en een glashamer, dus maakt de VPRO zich zorgen over de veiligheid. Raken er geen toeschouwers geraakt door de scherven?
Op onze beurt zijn de broers en ik bezorgd over de interactie met het VPRO-publiek, dat ongetwijfeld geëngageerde en dus gevaarlijke vragen voor de broers in petto heeft. Het is wrang om juist op een festival dat het vrije woord viert te kiezen voor een zorgvuldige regie die net geen zelfcensuur is, maar het afpakken van een compleet Weibo-account is een duidelijk signaal om de Chinese realiteit niet te vergeten. We zullen nog voorzichtiger zijn, of het nu om glashamers of woorden gaat.
‘Bestaat er een kans dat jullie door dit optreden straks niet meer terug naar China kunnen?’ De eerste vraag uit het publiek is meteen raak. Ik vertaal, Gao Zhen houdt zich aan het script: ‘We doen mee aan een culturele activiteit, geen politieke manifestatie, dus ik wil geloven dat we veilig terug naar huis kunnen.’
Vragen over Liu Xiaobo en Ai Weiwei ontwijken ze door te vertellen over hun afgesloten Weibo-account, in de hoop dat de goede verstaander begrijpt hoe gevoelig hun eigen aanwezigheid op het festival ligt.
Hun performance is een daverend succes. Het glas valt netjes op het podium voor de onthulling van het eindresultaat, een foto van Gao Zhen op het Plein van de Hemelse Vrede, met de tekst ‘Big Brother is watching you’.
Na deze ondubbelzinnige herdenking van ‘1989’ hebben de broers geen zin in het VPRO-feest na afloop. Ze willen naar hun laptop voor hun oeverloze pogingen via een nieuw Weibo-account hun oude volgers te bereiken. Reïncarneren heet dat, en vrijwel hun gehele verdere verblijf in Amsterdam gaat eraan op. Met moeite krijg ik ze een uurtje op een rondvaartboot. De terugreis naar China verloopt probleemloos, dat wel.
Brief van Gao Zhen aan Ai Weiwei, 16 augustus 2025:
‘Mijn advocaten (...) bereiden een pleidooi voor vrijspraak voor. Zij adviseren dat enkele vooraanstaande kunstenaars en invloedrijke critici vanuit hun vakgebied verklaringen afleggen.
‘Omdat jij een van de invloedrijkste kunstenaars ter wereld bent, wend ik mij in deze brief tot jou. (...) Als het mogelijk is, hoop ik dat je jouw invloed gebruikt om ook enkele internationale grootmeesters te betrekken. (...) Ongeacht wat je besluit: op het moment dat ik deze brief aan jou schrijf, voel ik mij vrij en daarvoor ben ik je dankbaar.’
Na een pauze van sociale media hebben Facebookalgoritmen besloten dat ik geen behoefte aan de Gao Brothers heb. Daarom mis ik een brief die Gao Zhen in augustus in zijn cel zou hebben geschreven aan Ai Weiwei. Ik stuit pas op het schrijfsel na weken koppig klikken op alles over Chinese kunst, waardoor er een overdosis Gao Brothers op mijn tijdlijn komt.
Tijdens een check van het wie-wat-waar rond de brief laat ik tegenover ingewijden mijn droefenis merken over de inhoud. Over de herrie in de cel van een tetterende televisie en kwebbelende medegevangenen, en de nuchtere constatering dat de wereld zo veranderd is dat slechts een machteloze enkeling wakker ligt van een Chinese kunstenaar die wegkwijnt in detentie. De hoop tegen beter weten in, het eindeloze rekken tot het proces: alles in die vier handgeschreven velletjes papier doet me zeer.
Ai heeft de brief zonder commentaar op al zijn sociale media gezet, tussen zijn gestage stroom berichten over Gaza, Oekraïne, akkefietjes met Duitse media en lopende kunstprojecten. Zelfs op het X-account van de allerberoemdste Chinese kunstenaar gaat het bericht over Gao Zhen niet viral.
Ten tijde van Ai Weiweis detentie in 2011 was de Chinese staat de favoriete kop-van-jut van vrijheidslievende denkers, die China beschouwden als een onbeschreven blad dat met behulp van westerse beïnvloeding en kritiek meer op onze sociaaldemocratie zou moeten gaan lijken.
Niet alleen wordt die illusie tegenwoordig terecht als onnozel gezien, ook is China allang niet meer de autoritaire uitzondering die het democratisch gelijk bevestigt. In alle windstreken komen tirannie en wetteloosheid ongehinderd op, en de ellende waarmee dat gepaard gaat is zo afstompend dat mensenrechtenschendingen in China niet langer het ergste leed op de wereld lijken. Gao Zhen schrijft niet voor niets over het donkerste uur.
Daarvoor betaalt hij volgens The New York Times en de Spaanse krant El País de prijs. Mocht Gao Zhen aanvankelijk vanuit de cel met zijn vrouw corresponderen, en maakte hij daar fragiele kunstwerkjes van gescheurd briefpapier over zijn liefste momenten met zijn zoontje, nu komt er niets meer uit de gevangenis. De troost van een pen en een stukje papier is afgepakt.
Mij is altijd voorgehouden dat een correspondent in een ver en moeilijk land een eenzaam bestaan leidt. Daar geloofde ik niet in: als journalist was ik immers non-stop onder de mensen? Terwijl ik persoonlijk afstand probeerde te houden van vrijwel iedereen waarover ik schreef, kroop ik tegelijkertijd onder de huid van mijn hoofdpersonen om hun kennis, ervaringen en gevoelens te pakken te krijgen voor het grotere verhaal over China. En was dat verhaal klaar, dan verdwenen de geïnterviewden in de menselijke maalstroom van 1,4 miljard andere Chinezen met boeiende levens om over te schrijven.
Dat rusteloze leven was vast en zeker eenzaam geworden zonder vrienden als de Gao Brothers. Troostend en triest tegelijk schopt die ene zeldzame vriendschap die ik mezelf toestond het nu alsnog tot een verhaal dat een lichtje schijnt op Gao Zhens droeve lot.
Marije Vlaskamp werkte van 2001 tot 2019 als correspondent in China. Tegenwoordig schrijft ze over de wereldwijde invloed van China.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant