The voice of Hind Rajab Met haar film over het vijfjarige meisje Hind Rajab, dat in Gaza omkwam terwijl een ambulance die vlakbij was haar niet kon bereiken, wil regisseur Kaouther Ben Hania „geheugenverlies tegengaan”. The voice of Hind Rajab is genomineerd voor een Oscar.
Regisseur Kaouther Ben Hania
Na de première van The Voice of Hind Rajab op het filmfestival van Venetië begin september stonden buiten de bioscoopzaal groepjes bezoekers te huilen en elkaar te troosten. Er zijn weinig films die meer door merg en been gaan dan Kaouther Ben Hania’s nieuwe docufictie.
Begin 2024 had de vijfjarige Hind Rajab enkele uren telefonisch contact met hulpverleners van de Palestijnse Rode Halve Maan (PRCS). Ze zat in een auto in Gaza-Stad die onder vuur werd genomen door het Israëlische leger – al haar familieleden in de auto waren gedood en lagen levenloos naast haar. Ben Hania’s film is opgebouwd rond de geluidsopnames van die dag. De film won in Venetië de Grand Jury Prize, ofwel de tweede prijs, en werd donderdag genomineerd voor een Oscar voor Beste Internationale Speelfilm.
De Tunesische regisseur, die in haar vorige film Four Daughters ook echte en nagespeelde scènes vermengde, toont in haar film hoe hulpverleners (gespeeld door acteurs) in het PRCS-callcenter de (echte) stem van Hind horen en er alles aan doen om een ambulance bij haar te krijgen. Doordat bij eerdere hulpacties medewerkers werden gedood, moeten ze nu talloze kafkaësk aandoende protocollen volgen. Ondertussen proberen ze Hind telefonisch te kalmeren en informatie te verzamelen.
„Je hoort een kind smeken om gered te worden, er is een ambulance op acht minuten afstand van haar. Op iedere plek ter wereld zou die onmiddellijk gestuurd worden. Als je ziet welke procedures er gevolgd moeten worden om de ambulance naar dat meisje te krijgen, begrijp je wat bezetting is”, zegt Ben Hania een dag na de première. Het gesprek vindt begin september plaats, dus voor het fragiele en niet altijd nageleefde staakt-het-vuren in Gaza.
Een ambulance kwam vlakbij, maar bereikte het meisje nooit omdat hij werd beschoten. Hind werd twaalf dagen na het telefonisch contact dood teruggevonden, net als twee ambulancemedewerkers die haar probeerden te helpen. Fragmenten van Hinds telefoongesprek werden online gezet, dat is ook hoe Ben Hania ervan hoorde. De dood van het meisje was een wereldwijd schandaal, inspireerde muzieknummers en werd een symbool bij veel protestacties. Op de vraag wat een film kan toevoegen aan bijvoorbeeld televisiereportages erover, stelt Ben Hania dat cinema een manier is om „geheugenverlies tegen te gaan” en „empathie kan vergroten voor het Palestijnse perspectief”, dat volgens haar vaak de mond wordt gesnoerd.
De regisseur, wier eerdere films als The Man Who Sold His Skin (2020) en Four Daughters (2023) ook Oscarnominaties kregen, wist meteen dat de geluidsfragmenten het hart van haar film zouden vormen, vertelt ze in Venetië. Ze kreeg van de PRCS beschikking over de volledige opnames van die dag en zocht vervolgens naar beelden die een meerwaarde zouden hebben. Ben Hania: „Omdat je via het geluid al hoort wat er met Hind gebeurt, zou een auto omringd door tanks als een pleonasme voelen.” Ze besliste uiteindelijk – mede geïnspireerd door haar eigen gevoel van hulpeloosheid bij het luisteren – om het call center van PRCS op de Westelijke Jordaanoever te tonen. Daar worden de noodoproepen uit Gaza beantwoord. Het is een schijnbaar banale kantoortuin, maar wel een waar de medewerkers stickers hebben geplakt voor alle anonieme bellers die tijdens een oproep omkwamen en een muur met foto’s van collega’s die stierven tijdens bombardementen.
Ben Hania noemt de positie van de medewerkers tijdens de oproep „een intense vertaling van wat veel mensen voelen bij de situatie Gaza”. Ze krijgen hulpverzoeken, maar zijn machteloos door „de gigantische bezettingsmachine, wetten die zaken tegenhouden, en militaire technologie.”
De moeder van Hind, die niet in de auto zat, is ook te zien in de film. Hoe was het contact met haar, en was zij niet bang om door de film deze gruwelijke gebeurtenissen te herbeleven? Ben Hania: „Haar familie denkt niet zo. Zij hebben het gevoel dat dit allemaal is gebeurd omdat de westerse wereld hen niet als mensen ziet. Voor hen is het enorm belangrijk hun verhaal te vertellen. Toen ik haar moeder contacteerde, zei ze: doe vooral. Ze was in de rouw, maar ze wilde gerechtigheid voor haar kind. En ze wilde niet dat haar dochter vergeten zou worden, dat Hind bedolven zou worden in de nieuwsstroom.”
Een foto van de vijfjarige Hind Rajab
In een groot deel van de film spelen de acteurs, die allemaal Palestijns zijn, woord voor woord na wat de echte hulpverleners tegen het meisje zeiden. Ben Hania: „In de scènes waarin ze met Hind bellen hoorden ze ook daadwerkelijk haar stem in hun headsets. Hun acteren was eigenlijk reageren.”
Tussen de telefoongesprekken door zie je hoe in het callcenter de emoties hoog oplopen en conflicten ontstaan. Onder meer tussen Omar (gespeeld door Motaz Malhees), die meteen iemand naar haar toe wil sturen en coördinator Mahdi (Amer Hlehel) die zichzelf heeft beloofd dat hij alleen nog een ambulance zendt als hij kan garanderen dat deze niet wordt aangevallen. Ben Hania: „Er waren een paar botsingen, maar die momenten zijn gedramatiseerd. Ik heb veel met de PRCS-medewerkers gesproken. Omar is inderdaad heel gedreven en heeft veel temperament en Mahdi gaat meer volwassen om met de regels. Maar wat er precies gebeurd is die dag wisten zij ook niet meer toen we het er zeven maanden later over hadden.”
Op een zeker moment filmt een medewerker die de sociale media verzorgt de aanwezigen in het callcenter met een smartphone. Op het scherm van dat apparaat ziet de kijker plots de echte Omar, Mahdi en andere personages in de film. Ben Hania voegde dat toe zodat kijkers haar film niet als een soort thriller konden consumeren. „Omdat wat gebeurt het menselijke voorstellingsvermogen bijna te boven gaat.” Dat is geen vreemde gedachte: de film heeft wel wat weg heeft van single-location thrillers als The Guilty en hoewel je de afloop kent, gebeurt er iets vreemds in je brein tijdens het kijken, schreef ook filmwebsite Indiewire. Je denkt: misschien wordt ze toch gered?
Ben Hania mixt vaker echte en nagespeelde scènes, feiten en fictie. Dat levert films op die overdonderen en prijzen winnen. In Venetië wilde de regisseur niet speculeren over complexe gevoelens die het oproept als je met een gruwelijk verhaal als dit in de prijzen te valt. „Dit is als, als, als…”
In recensies klonk behalve lof ook soms ongemak: grenst het gebruik van Hinds stem aan exploitatie, vroegen sommigen zich af. Welke ethische regels volgt Ben Hania zelf bij het vermengen van realiteit en fictie en het maken van haar hybride films? „Één van de belangrijkste zaken voor mij was dat ik niet alleen de goedkeuring, maar ook de zegen had van de moeder. Als zij had gezegd: ik wil niet dat je deze film maakt, had ik haar gehoorzaamd. Ik begrijp dat sommige mensen het ongemakkelijk vinden dat er geen strikte scheiding is tussen documentaire en fictie, maar ik ben gewoon nooit een liefhebber geweest van een strikte tweedeling tussen genres.”
Ben Hania ziet dat als een grens tussen landen: iets kunstmatigs en onzichtbaars. Ze verwijst naar de Iraanse filmmaker Abbas Kiarostami en zijn films als Close-Up (1990), waarin de acteurs zichzelf spelen. „Kiarostami zei volgens mij zoiets als dat documentaire niet per se de kortste weg naar de waarheid is. Soms kun je door ensceneringen dichter bij die waarheid komen.”
Filmstill uit The Voice of Hind Rajab
The Voice of Hind Rajab. Regie: Kaouther Ben Hania. Met: Amer Hlehel, Saja Kilani, Clara Khoury. Lengte: 90 minuten.
The Voice of Hind Rajab volgt de laatste uren van een vijfjarig Gazaans meisje dat in een auto, omringd door doodgeschoten familieleden, wacht op een ambulance die nooit komt.
Dit is, na Nederlandse en Tunesische korte films, de derde film die gemaakt is over de moord op Hind Rajab en hij speelt zich geheel af in de meldkamer van de Palestijnse Rode Halve Maan. De telefoon gaat: een Palestijns gezin probeerde een Israëlisch offensief in Tal Al-Hawa te ontvluchten, maar wordt beschoten. Hulpverlener Omar staat een ingezetene te woord, maar tijdens het gesprek wordt zij doodgeschoten. Er blijkt nog maar één overlevende in de auto: Hind Rajab. Een ambulance is slechts acht minuten van haar verwijderd – maar dan moet de route eerst goedgekeurd worden door het Israëlische leger.
Hind Rajab wordt niet nagespeeld, je beleeft alles door de ogen van de hulpverleners. Daardoor wordt The Voice of Hind Rajab niet alleen een film over Hind, maar ook over ons: de volstrekt onmachtige toeschouwers van het menselijk falen in Gaza. Hulpverleners vertegenwoordigen elk een verschillende reactie daarop. Omar wordt woedend en wanhopig. Rana probeert Hind te troosten. De supervisor houdt aan zijn protocol vast als reddingsboei. En de psycholoog keert haar dokterstas om op zoek naar iets toereikends om te zeggen. Ze kunnen nog zoveel telefoonnummers proberen, schreeuwen in telefoons en gooien met computers – de ambulance blijft altijd op acht minuten afstand.
Die focus maakt de film ook ongemakkelijk. Het herhaaldelijk bekvechten van de hulpverleners voelt soms als gekunsteld drama, iets uit een tv-soap met knappe dokters. En omdat je naar hun belevenissen kijkt, merk je een enkele keer dat je meer sympathiseert met de hulpverleners dan de slachtoffers.
Maar dan trekt de stem van Hind Rajab je weer terug. Ze zegt wel honderd keer „ze schieten”, „kom me alsjeblieft helpen”, „ik ben bang”. Het wordt ondraaglijk. Want je kunt niet, zoals gewoonlijk bij een fictiefilm, ontsnappen in de werkelijkheid. Wat je hoort is echt – net als de video’s van de hulpverleners, slachtoffers, vernietiging en de moeder van Hind die door de film heen gesneden worden.
Expliciet politiek wordt de film nooit. Je mag je eigen conclusies trekken. In de meldkamer is een prikbord waarop hulpverleners foto’s aan een prikbord plakken van gedode hulpverleners, en mensen die ze niet konden redden. Dat is een herinnering: Hind Rajab is slechts één van de tienduizenden vermoorde Palestijnen.
Tristan Theirlynck
Source: NRC