Op haar 81ste voert bioloog, wetenschapsfilosoof en activist Donna Haraway, winnaar van de Erasmusprijs 2025, nog dagelijks strijd. Vóór alternatieve gezinsvormen, vóór dierenwelzijn, tégen autoritarisme. En feministen mogen wel wat minder conflictmijdend worden. ‘Neem het niet zo persoonlijk.’
Donna Haraway vindt dat je altijd lol moet kunnen hebben. Zelfs, of juist, in de strijd tegen autoritarisme. Ze citeert de vooroorlogse anarchist en feminist Emma Goldman: ‘Als ik niet kan dansen, doe ik niet mee aan jouw revolutie. Ik ben het helemaal met haar eens. Ik vind: we moeten vreugdevolle passie in elkaar losmaken, ook in donkere tijden.’
En dus gaat ze tijdens een anti-Trumpdemonstratie verkleed als paddenstoel. Een blauwe melkzwam, om precies te zijn. Dat kostuum werd speciaal voor haar gemaakt toen ze onlangs in Rotterdam kwam spreken bij een expositie over schimmels. ‘Het pak is zowel humoristisch als elegant: de stof is zwierig en weldadig. Ik draag er een hoge blauwe hoed bij, het trekt bijhoorlijk de aandacht. Ik draag er een bord bij met de tekst: ICE-acties zijn binnenlands terrorisme. Want zo simpel is het.’
De inmiddels 81-jarige bioloog en wetenschapsfilsoof Donna Haraway verwierf wereldfaam met A Cyborg Manifesto (1985), de feministische culthit waarin ze pleit voor het loslaten van rigide scheidslijnen tussen mensen en dieren, tussen organismen en machines, tussen mannen en vrouwen.
Volgens haar zijn we cyborgs, hybride leefvormen van mens en dier, versmolten met technologie. Het boek sloeg in feministische kringen in als een bom, want Haraway daagde essentialistische en romantische ideeën over ‘vrouw-zijn’ uit, en bekritiseerde (witte) identiteitspolitiek binnen het feminisme. We zouden ons niet zo moeten bekommeren om de kern van ‘vrouw-zijn’, en allianties niet moeten sluiten op basis van een vaststaande identiteit (‘vrouw’), maar op affiniteit, op gedeelde doelen en ervaringen van onderdrukking.
In A Cyborg Manifesto zag Haraway technologie niet louter als bedreiging, maar ook als subversieve kracht en potentiële bom onder al dat hokjesdenken. De cyborg is bevrijd van het binaire denken, maakt nieuwe verbindingen aan tussen voorheen gemarginaliseerde posities en maakt ruimte voor een meer diverse kijk op de werkelijkheid.
Haraway studeerde zoölogie en filosofie aan het Colorado College en promoveerde aan Yale. Na aanstellingen aan verschillende prestigieuze instellingen werd Haraway hoogleraar feministische theorievorming en wetenschap aan de Universiteit van Californië in Santa Cruz.
Ze leerde als bioloog af om mensen te zien als unieke of superieure wezens. De dieren die ze tijdens haar onderzoek onder haar microscoop bekeek, brachten Haraway een gevoel van ontzag voor de veelzijdigheid en vindingrijkheid van al het aardse bestaan. Ze relativeert niet alleen de categorie ‘mens’; Haraway wijst er graag op dat slechts in 10 procent van al onze cellen menselijk genoom is te vinden, maar ook wetenschappelijke kennis. In haar invloedrijke artikel ‘Situated Knowlegdges’ (1988) betoogt ze dat kennis nooit neutraal of universeel is, maar altijd afhankelijk is van de context, de ervaring van de wetenschapper.
De laatste decennia richt Haraway zich op zogenoemde ‘gezelschapssoorten’, met name honden, daartoe geïnspireerd door haar jarenlange ervaring met hondensport – met haar hond Cayenne deed ze mee aan talloze competities.
Ze is ook een belangrijke stem in het debat over de klimaatcrisis. Haraway, die zelf geen kinderen kreeg, maar wel voor kinderen zorgde, vindt dat mensen zich minder zouden moeten voortplanten en meer zorg zouden moeten dragen voor alles wat leeft, zo blijkt uit de essaybundel Making Kin, Not Population (2018). Ze is een voorvechter van alternatieve gezinsvormen. Zelf woonde ze in een commune met haar man, haar ex-man en diens partner, totdat die laatsten stierven aan de gevolgen van aids.
2025 was zowel een annus horribilis als een topjaar. Als wetenschapper kreeg ze te maken met de radicaal-rechtse regering van Donald Trump, die de subsidiekraan wil dichtdraaien in de wetenschapsgebieden waarin juist haar onderzoek plaatsvindt.
Daar kwam deze zomer een stevige hersenschudding bovenop, toen ze tijdens het citroenen plukken op haar hoofd viel. ‘Ik was gedesoriënteerd, niet alleen in de wereld van Trump, maar ook in alle labyrinten van autoritarisme, genocide, oorlog en wereldwijde ecocide’, stelde ze in haar dankwoord bij de uitreiking van de Erasmusprijs.
2025 was ook een goed jaar, waarin Haraway grote erkenning en hernieuwde aandacht kreeg voor haar interdisciplinaire werk. Ze werd tijdens de Architectuur Biënnale van Venetië bekroond met een Gouden Leeuw voor haar hele levenswerk. In november nam ze in Amsterdam de Erasmusprijs in ontvangst, een van de belangrijkste wetenschappelijke onderscheidingen van Nederland. ‘Weinig wetenschappers hebben zo’n breed intellectueel bereik als Donna Haraway (…) Haar werk heeft generaties filosofen, wetenschappers en kunstenaars geïnspireerd in hun strijd tegen seksisme, racisme en speciësisme’, aldus de jury.
‘Die Erasmusprijs was zo’n verrassing’, zegt Haraway via een videoverbinding vanuit haar werkkamer in Santa Cruz. ‘En wat echt heerlijk was aan in Nederland zijn, was de hoeveelheid jonge mensen die ik ontmoette en die ongelooflijk intelligente vragen stelden. Het is bemoedigend dat mijn werk om de een of andere reden een snaar raakt bij de komende generaties.’
Waarom denkt u dat uw werk zo aanslaat bij jonge mensen?
(Lacht.) ‘Dat komt omdat er nogal wat volkomen perverse docenten zijn die hun studenten mijn werk voorschotelen. Ik krijg geregeld mailtjes van tieners die van hun docent A Cyborg Manifest moeten lezen, en me vragen of ik het ‘even wil uitleggen’. Ik focus me op onderwerpen waar ik diep om geef, of het nou gaat om landherstel, dierenwelzijn of de positie van vrouwen en meisjes. Ik denk dat mensen zich verwant voelen met die betrokkenheid en die interdisciplinaire manier van kijken.’
U noemde de regering Trump in uw dankwoord autoritair. Is het voor een Amerikaanse wetenschapper spannend om zulke woorden te gebruiken?
‘Nou, ik ben nog nooit in mijn leven zo bang geweest om terug te keren naar mijn thuisland. Ik had voor de zekerheid alle kopieën van die speech gewist. Uiteindelijk kon ik zo doorlopen, niemand stelde vragen. Maar zo werkt intimidatie; dit regime heeft noch de tijd, noch de middelen om zijn beleid gedetailleerd uit te voeren, maar weet wel hoe het mensen de stuipen op het lijf moet jagen. Ik weet dat ze me niet te lang kunnen vasthouden. Maar toch: als ze willen, kunnen ze mijn leven en dat van mijn echtgenoot heel moeilijk maken.’
A Cyborg Manifesto was een weerwoord tegen het puriteinse conservatisme onder Ronald Reagan. Hoe verhoudt dat tijdsgewricht zich tot deze periode?
‘Ik denk dat het Reagan-tijdperk het startschot was voor de radicalisering van rechts en de consolidatie van conservatieve macht. Ik schreef het manifest als reactie op de inzet van digitale technologieën in oorlogvoering: het elektronische slagveld, de training van soldaten. Oorlog draaide niet langer alleen om wapens, maar om machines – geboren in de buik van het monster.
‘Maar het huidige tijdsgewricht is veel angstaanjagender. Er is een extreem rijke en machtige techsector bij gekomen. Ik was eerlijk gezegd verrast door de snelheid waarmee Silicon Valley richting Trump opschoof. Ze bewogen mee met het grote geld.’
Wat merkt u van Trumps invloed in de academische wereld?
(Zucht.) ‘Elk woord dat ook maar hint naar diversiteit, gelijkheid of inclusiviteit kan een reden zijn om financiering te weigeren. Subsidies worden ingetrokken, curricula vernietigd, docenten geïntimideerd. Het hele Amerikaanse onderwijs ligt onder vuur.
‘Neem het subsidieprogramma Head Start, bedoeld voor jonge kinderen uit armere wijken, of met beperkingen. Onder Trump is het nu verboden om in aanvragen woorden te gebruiken als ‘minderheid’, ‘handicap’ of ‘achtergesteld’. Het gaat om een lijst van wel honderden woorden! ‘Dit fascistische regime valt niet alleen genderstudies aan, maar iedereen die gender bevraagt, de lhbti- gemeenschap voorop.’
U bent een belangrijke stem binnen genderstudies. Hoe gaat het met dat vakgebied onder Trump?
‘Het is een wanhopige situatie. Overal worden faculteiten opgedoekt. En er is ook interne strijd. Bij ons aan de universiteit heeft de faculteit zichzelf opgeblazen.’
Waarover ging die strijd?
O, over zeer specifieke discussies. Laat ik het zo zeggen, ik zie in meer linkse organisaties dat mensen hun eigen standpunten soms zo serieus nemen dat ze verharden en onenigheid als vijandig ervaren. We hebben nog niet geleerd wat Angela Davis noemt: ‘conflict en samenwerking door de tijd heen’. Feministen zijn niet zo goed in conflict, terwijl we discussie zouden moeten toejuichen. We moeten het minder persoonlijk maken.’
Hoe verzet u zich tegen de regering-Trump?
‘Ik maak deel uit van een groep wetenschappers die zich organiseert tegen bezuinigingen. We werken nauw samen met vakbonden en actiegroepen zoals Indivisible. Dankzij de vakbonden hebben we laatst een belangrijke rechtszaak over federale subsidies gewonnen. Het bestuur van mijn universiteit is niet zo laf als de besturen van sommige elite-universiteiten, maar ook hier zijn ze bang. We moeten het echt van de bonden hebben, niet van de besturen.
‘Daarnaast zijn ik, mijn man en veel vrienden en collega’s in Santa Cruz en Californië zeer betrokken bij de bescherming van immigranten. We leren van het verzet in Chicago, Seattle en Washington, grote steden die het hardst zijn aangevallen door federale misdadigers.’ (Dit interview vond plaats vóór de grootschalige protesten tegen ICE in Minneapolis, red.)
‘In het hele land zijn er robuuste netwerken van activisten die elkaars strategieën delen. We hebben enkele bescheiden overwinningen behaald, niet alleen in de rechtszaal. Ook door arrestaties te voorkomen en door voldoende tegenstand te organiseren zodat ICE en de grenspolitie zich uit een gebied terugtrekken.’
En u doet daar als 81-jarige vrouw ook aan mee?
‘Ja.’
Wat doet u concreet?
‘Daar kan ik niet te veel over zeggen, anders breng ik mensen mogelijk in de problemen. Ik ben aangesloten bij groepen die trainingen geven in juridische bijstand, observatie en de-escalatie. Ik sta op een rapid response-lijst van mensen die getraind zijn om, als ICE of de grenspolitie ergens is gesignaleerd, er naartoe te gaan. ICE-agenten veranderen voortdurend van strategie, maar we zijn erop getraind om hun auto’s en kleding te herkennen.’
In toespraken roept u vaak op: Stay with the trouble. Kijk niet weg, verzet je. Hoe blijf je ‘bij de problemen’ en voorkom je dat je moedeloos wordt?
‘Ten eerste hebben we geen keus. Ten tweede: wie de problemen erkent met een vol hart en open ogen, is in staat om iets goed te doen. Neem de afschuwelijke situatie in Gaza. Ik ken mensen die ondanks alles nog steeds serieuze energie steken in het bouwen aan Joods-Palestijnse coalities, mensen die nog steeds vechten voor een samenleven dat meer is dan slechts elkaar tolereren. Wat ik wil zeggen: al die dappere mensen tillen ons op, we moeten bij ze blijven. We kennen de toekomst niet. Het gaat om het vormgeven van het heden. Het gaat erom dit leefbaarder te maken.’
Over leefbaarheid gesproken. U maakt zich ook zorgen over bevolkingsgroei en de nadruk op menselijke voortplanting.
‘Ik denk dat de last van onze soort op deze planeet veel te zwaar is. Toen ik werd geboren, leefden er 2,5 miljard mensen op aarde. Nu zijn dat er meer dan 8 miljard. De kinderen van de rijken veroorzaken daarbij de meeste schade. We moeten het aantal mensen langzaam laten afnemen. En ja, dat gaat gepaard met pijn en gemis.’
Zouden mensen kinderloos moeten blijven?
‘Nee, dat zeg ik niet! Het staat iedereen vrij om kinderen te krijgen. Maar we zouden mensen die besluiten om dat niet te doen, meer moeten vieren, omdat ze laten zien hoe je een goed leven opbouwt dat niet draait om voortplanting en het zorgen voor een kerngezin.
‘Mijn lijfspreuk is: make kin, not babies: creëer verwantschap en gemeenschapszin, geen bevolkingsaanwas. Antropologen definiëren ‘kinship’ als niet-optioneel. Iemand is een nicht van jou, en jij bent dat voor haar, dat schept een een band en die is voor het leven. Waarom zouden we ons alleen verwant voelen met mensen die genetisch familie zijn? Waarom voelen we dat niet voor alle levende wezens? Ik denk dat de lhbti-gemeenschap er nog het beste in slaagt om netwerken van verwantschap en zorg om zich heen te creëren.’
U heeft ook kritiek op het kerngezin.
‘Ja, in mijn ogen heeft elk kind minstens drie ouders nodig. Dat hoeven geen minnaars van elkaar te zijn. Maar zonder die ouders maken kinderen gewoon geen kans. Je hebt drie volwassenen nodig die een leven lang gecommitteerd zijn aan dat kind, dat is het allerbelangrijkste.’
Wat is er mis met twee volwassenen als ouders?
‘Het probleem van twee ouders – en dat geldt ook voor gay mensen – is dat ze het risico lopen ten prooi te vallen aan de heteronormatieve, naar binnen gekeerde leefstijl waar we juist vanaf moeten: de maatschappelijke norm van het nucleaire gezin. Dat gezin zit zo vastgemetseld in institutionele en ideologische structuren.’
U bent zich de afgelopen decennia steeds meer gaan bezighouden met ‘gezelschapssoorten’. Wat verstaat u daaronder?
‘Daarmee bedoel ik alle organismen met wie we zogezegd brood breken, cum panis. Dieren waamee we werken, dieren in nationale parken en bossen, organismen met wie we een intieme relatie hebben vanwege natuurbehoud.’
In uw boek The Companion Species Manifesto onderzoekt u onder meer de relatie tussen mens en hond. Hoe bent u in uw schrijven beïnvloed door uw eigen hond Cayenne?
‘Och, het is allemaal ontstaan door mijn liefdesaffaire met haar! Cayenne was een Australische herder. Ze leeft niet meer, maar mocht 15 jaar worden. Met haar beoefende ik de hondensport dog agility, waarbij ik met haar samen een hindernissenparcours afrende en haar aanwijzingen gaf.
‘Het is een intensieve sport. Ik deed aerobics en dans om mijn conditie en coördinatie te verbeteren en haar bij te houden, want Cayenne was een veel betere atleet. We leerden optimaal met elkaar te communiceren. De intense relatie met Cayenne maakte mijn wereld groter. Dat gebeurt als je verliefd bent op iets of iemand: het opent je blik.’
Heeft uw liefde voor Cayenne van u een beter mens gemaakt?
‘Nou, ‘mens’ is ook maar een identiteit. Ik ben gefascineerd door de evolutionaire biologie van de menselijke lijn. Ik identificeer me met die afstammingen van mensachtigen, met de genealogische banden die ons hebben gemaakt tot wat we nu zijn. Ik ben verliefd op wetenschap. Maar dat is niet het hele verhaal. We zijn ook verbonden met wat ik ‘meer-dan-mensen’ noem: met alle wezens met wie we samenleven. Cayenne heeft van mij een betere aardbewoner gemaakt. Ik heb meer oog gekregen voor de overeenkomsten tussen mij en al het leven om me heen.’
In A Cyborg Manifesto was u, in tegenstelling tot sommige feministen, juist optimistisch over de mogelijkheden van technologie. Voelt u dat optimisme nog steeds?
‘We leven nu in een vorm van technofascisme. Tegelijkertijd hebben we de neiging om technologie te zien als één groot probleem. Dat is een totaliserende verhaallijn die verlamt. We gaan technologie bijna als een god beschouwen en worden volgzaam. Ik denk: laten we ons richten op wat we wél kunnen doen. Neem de energieslurpende AI-datacenters. Kunnen we rechtszaken aanspannen? Kan de bouw worden vertraagd op grond van milieueffecten?
‘Docenten zouden kunnen ingrijpen op scholen en leerlingen onderwijzen om deze technologieën zo te gebruiken dat ze daadwerkelijk levens verbeteren. We zouden dat onszelf ook moeten leren. Wat ik bedoel te zeggen: we moeten voortdurend zoeken naar de scheuren in het systeem en die groter maken. Vrijheid is een constante worsteling. Het is geen eindbestemming, maar een voortdurende strijd. Waarom zouden we daardoor depressief of ontmoedigd raken? Laten we elkaar moed inspreken.’
CV Donna Haraway
6 september 1944 Geboren in Denver, Colorado.
1962–1966 Studie biologie, filosofie en literatuur aan Colorado College (BA).
1967–1972 Promotieonderzoek aan Yale.
1974–1980 Docent en onderzoeker aan de University of Hawaï en de Johns Hopkins University.
1980–heden Verbonden aan de Universiteit van Californië, wordt hoogleraar feministische theorievorming. Thans emeritus hoogleraar.
1985 Publicatie van het invloedrijke essay A Cyborg Manifesto.
1988 Essay Situated Knowledges – The Science Question in Feminism and the Privilege of Partial Perspective.
1989 Primate Visions: Gender, Race, and Nature in the World of Modern Science.
1991 Simians, Cyborgs, and Women.
2000 Ontvangt de J. D. Bernal Award.
2003 The Companion Species Manifesto – Dogs, People, and Significant Otherness.
2008 When Species Meet.
2016 Staying with the Trouble – Making Kin in the Chthulucene.
2017 Ontvangt de Wilbur Cross Medal.
2018 Making Kin, Not Population – Reconceiving Generations.
2025 Ontvangt de Erasmusprijs en de Golden Lion for Lifetime Achievement.
Haraway woont met haar man Rusten, haar honden en kippen in Santa Cruz.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant