DEN HAAG - Na een intense jeugd met een vader die geregeld door het lint ging en het overlijden van haar moeder, verbreekt Iris Bruins (57) uit Den Haag op haar 23ste het contact met haar familie. Maar vijftien jaar later wordt ze gebeld door haar broer en krijgt ze te horen dat haar vader op zijn sterfbed heeft verteld wat hij in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, een verhaal dat hij zijn hele leven geheim heeft gehouden. 'Daar heeft hij PTSS aan overgehouden. Maar dat heeft niet alleen zijn hele leven getekend, maar ook dat van mij.'
Dit is een verhaal uit onze serie Hoe gaat het?, waarin wij gesprekken aan gaan met patiënten, bezoekers en medewerkers in het ziekenhuis.
'Sinds april ben ik schoon verklaard van kanker. Mijn hele buik, alles is schoon', zegt Iris als presentator Fred Zuiderwijk vraagt waarom ze zo vrolijk door de hal van het HagaZiekenhuis loopt. 'Ik had een tumor van drie centimeter in mijn longen.'
Wanneer het gesprek verder gaat over haar behandeling vertelt ze liefdevol over haar steun en toeverlaat tijdens deze periode. 'Ik heb een hond, hij heeft mij door de chemo getrokken', begint ze. 'Het is de meest fantastische hond die er is.'
'Hij komt uit Roemenië en toen ik hem voor het eerst zag, vond ik hem een beetje een apengezichtje hebben. Dus ik heb hem @ (apenstaartje, red.), dat spreek je uit als 'Ed', genoemd', grinnikt de vrouw.
'Hij heeft daar twee jaar op straat geleefd en vier jaar in een soort asiel met 450 andere honden', gaat Iris verder. '@ is daardoor best getraumatiseerd geraakt, maar daar herken ik mij wel veel in. Misschien dat we daardoor ook zo'n eenheid zijn samen.'
Wanneer Fred daarna vraagt waarom Iris het 'getraumatiseerde' herkent, blijkt dat haar jeugd niet heel rooskleurig is geweest. 'Het was gewoon een onveilige situatie door mijn vader. Hij was heel onvoorspelbaar, hij schoot af en toe compleet uit zijn slof en alles moest gaan zoals hij het wilde', begint de vrouw.
'Als hij thuis kwam van werk, moesten we bijvoorbeeld vragen of hij wat wílde drinken en niet of hij wat móést drinken', geeft ze als voorbeeld. 'Als we dat niet deden, explodeerde hij gewoon en schreeuwde: 'Ik móét helemaal niets!''
'Soms zat ik ook een beetje te lachen en ginnegappen met mijn moeder aan de keukentafel en dan ontplofte hij uit het niets', gaat Iris verder. 'Dan hadden we gewoon weer een huis vol herrie om iets heel kleins.'
'Daarnaast werden mijn broer en ik compleet anders behandeld vroeger. Ik stelde niets voor en mijn broer was alles', gaat de vrouw verder. 'Mijn broer mocht alles en ik bleef thuis. Hij ging op stap en ik moest afwassen. Ik was een soort Assepoester', concludeert ze.
'Ik heb mijn moeder ook weleens gevraagd waarom ze altijd bij mijn vader is gebleven. Toen zei ze: 'Anders had ik jou en je broer niet meer gezien'', voegt Iris toe.
Op haar 23ste neemt Iris een drastisch besluit: ze breekt met haar familie. 'Mijn moeder kreeg toen kanker en na een half jaar overleed ze. Dat was het moment dat ik ook klapte', vertelt de vrouw.
'Ik kon niet langer verder leven met mijn vader en ik kon het niet meer aan wat hij mij en mijn moeder heeft aangedaan', gaat ze verder. 'Toen ben ik weggegaan.'
Na vijftien jaar radiostilte krijgt Iris weer contact met haar broer en hoort ze dat haar vader ziek is en zou overlijden. Ook vertelt haar broer een verhaal dat hun vader altijd heeft verzwegen en pas op zijn sterfbed durfde te vertellen.
Die openbaring verklaarde een hoop voor Iris. 'Hij bleek PTSS te hebben overgehouden aan wat hij allemaal heeft meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog', verzucht de vrouw.
'Hij heeft altijd verzwegen voor ons dat hij in 1944 voor de Arbeidseinsatz in concentratiekamp Westerbork heeft gezeten', begint Iris. 'Ik wist wel dat hij daarna naar Nederlands-Indië is gegaan, maar Westerbork heeft hij pas op zijn sterfbed verteld.'
'Tot die tijd wisten we niet beter dan dat hij in de oorlog ondergedoken had gezeten bij familie in Blokzijl (Overijssel, red.). Maar dat bleek zijn broer te zijn en mijn vader was dus meegenomen naar Westerbork', voegt Iris toe.
Arbeidseinsatz
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden honderdduizenden Nederlandse mannen tussen de 18 en 35 jaar verplicht om te gaan werken voor de Duitse bezetter, ter vervanging van Duitse mannen die als soldaten moesten vechten. Op weigering stonden straffen of volgden represailles. Veel Nederlandse mannen doken daarom onder of probeerden een vrijstelling te regelen.
Tegen het einde van de oorlog werd de minimumleeftijd verlaagd door de Duitse bezetter, omdat er te weinig mannen waren om al het werk uit te voeren.
Wat haar vader precies in Westerbork heeft gezien of meegemaakt, blijft voor een groot deel in nevelen geheuld voor Iris. 'Hij heeft aan mijn broer alleen verteld dat hij dagenlang met een lucifer in een kruiwagen van de ene kant van het kamp naar de andere kant moest lopen', vertelt de vrouw. 'Maar of hij dat steeds moest doen of dat dit een straf was, weet ik niet.'
'Daarnaast was Westerbork een doorgangskamp naar Auschwitz. Dus ik vraag mij ook af of hij daar iets in moest doen, misschien wel iets wat hij eigenlijk helemaal niet wilde doen', voegt Iris twijfelachtig toe.
Na de bevrijding in Nederland ging Iris' vader op zijn zeventiende ook nog eens naar Nederlands-Indië om daar tegen de Japanners te vechten en daarna tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. 'Eigenlijk was hij nog te jong, maar mijn opa heeft toestemming gegeven.'
'Wat hij in Nederlands-Indië precies heeft meegemaakt, daar heeft hij nooit over gesproken', gaat de vrouw verder. 'Maar hij zal daar wel nare dingen gezien hebben, zoals kameraden die sneuvelden', voegt ze toe.
'Daarna is hij teruggekomen en werd hij eigenlijk afgedankt door Nederland', zegt Iris tot slot. 'Aan die oorlogsperiode heeft hij dus een posttraumatische stressstoornis (PTSS) overgehouden, maar dat wisten wij al die tijd niet', voegt ze zuchtend toe.
'Maar ben je daardoor anders naar je vader gaan kijken?', vraagt presentator Fred daarna. Daarop krijgt hij een eerlijk antwoord: 'Nee, eigenlijk niet.'
'Ik verwijt hem nog steeds dingen die hij mij en mijn moeder heeft aangedaan. Daar heb ik nog steeds heel veel moeite mee', legt Iris uit. 'Zijn PTSS heeft zijn leven getekend, maar hij heeft er ook voor gezorgd dat zijn PTSS mijn hele leven heeft getekend.'
Ondanks deze harde, maar ook eerlijke, conclusie, neemt Iris daarna even vrolijk afscheid van presentator Fred als dat ze hun gesprek begon. 'Maar het komt goed', zegt ze opgewekt. 'En ik heb @.'
Presentator Fred Zuiderwijk knoopt in het HagaZiekenhuis in Den Haag gesprekken aan met allerlei mensen. Van (zorg)personeel tot bezoekers en patiënten. De vraag 'hoe gaat het?' levert gesprekken vol verdriet en ontroering op, maar ook vol humor. Meer verhalen uit deze serie zijn op het YouTube-kanaal van Omroep West te zien.
Source: Omroep West Den Haag