Schrijver Carolien Spaans is mannenliefhebber. Toch kiest ze, net als een groeiend aantal vrouwen, vol overtuiging voor een leven zónder liefdesrelatie met een man. Dat levert haar namelijk ontzettend veel op: vrijheid, rust, zelfrespect en autonomie.
Ik ben geen mannenhater, dat wil ik eerst meteen maar even duidelijk melden. De ferme bewoordingen die straks zullen volgen, gaan over een bepaalde (maar wel aanzienlijke) groep heren en dus niet over het deel dat is uitgerust met een puik karakter, integere inborst, functionerende hersenen en empathische capaciteiten. En zelfs als beide partijen op één hoop worden gegooid, blijf ik een liefhebber; een wereld zonder mannen zou misschien veiliger zijn, maar ook een stuk saaier.
Schepje erbovenop? Waarom ook niet. Ik ben juist altijd fán van ze geweest. In de periode tussen mijn eerste liefde (kleuterklas, hij had een haaientandketting) en de laatste (drie jaar geleden, details volgen zo) heb ik ongelofelijk veel van mannen gehouden. Misselijk van verliefdheid, gegierd van het lachen, tranen van ontroering, op mijn knieën gebroken harten bij elkaar sprokkelend – het hele pakket. Had ik nooit willen missen.
En toch wil ik geen relatie meer. Nu niet en vermoedelijk nooit niet.
Die overtuiging begon op de dag dat ik mijn laatste relatie verbrak; een kort, stormachtig verhaal dat aan elkaar hing van verkeerde beslissingen en krakende verwachtingen. Exact op het moment dat hij de deur van ons huis achter zich dichttrok (gekocht na twee maanden samen), verloor ik na bijna veertig jaar actieve liefdesdienst zomaar alle belangstelling voor het andere geslacht.
Ik kan je zeggen: het bevalt uitstekend.
Op zich was dat te verwachten. Ik ben een einzelgänger, altijd geweest, het type dat het liefst in absolute stilte boeken leest en overprikkeld raakt van burengerucht drie huizen verder. Ik ben dan ook eerder langere tijd relatieloos geweest. Zeven jaar, twee jaar, mooie tijden – maar wel altijd met een potje op het vuur, een paar nummers in mijn telefoon, gedachten of blikken die afdwaalden, een week hier, een paar maanden daar, toch maar niet en door. Ze waren aanwezig, de mannen, ook als ze afwezig waren.
Tegenwoordig ben ik simpelweg ik. Ik ben Carolien, moeder van Lucas, eigenaar van twee katten, een hond en een nieuw huis, helemaal van mij alleen. En wat ik ook ben – want zo begon het einde van mijn liefdesverhaal – is weduwe.
Bijna tien jaar geleden ging mijn man Jean dood, ik was 38 en onze zoon nog een baby. Jean was mijn grote liefde, de enige van een reeks vriendjes in wie ik een echtgenoot zag en ook de enige met wie ik het aandurfde een kind op de wereld te zetten. Een weekendje weg en een gletsjerspleet met een laagje sneeuw eroverheen: meer was er niet nodig om een bom te leggen onder het leven dat ik op dat moment voor ogen had.
Ik weet niet hoe het gelopen zou zijn als dat stomme ongeluk niet was gebeurd en kan ook niks zinnigs zeggen over onze verloren toekomst samen. Maar vlak voor zijn val, in die fase, was ik gelukkig. Ik wilde deze relatie en ik wilde hem. Jean was niet perfect, ik ook niet, verre van. Maar het werkte tussen ons. Naast hem kon ik mezelf zijn, hij hield onvoorwaardelijk van mijn imperfecte karakter en ik van het zijne – het hoogst haalbare in een relatie.
Al een jaar na zijn dood riep ik dat ik niet de intentie had om lang alleen te blijven, ook in dit magazine, toen ik werd geïnterviewd naar aanleiding van mijn eerste boek Doet sneeuw pijn. Ik was nog zo jong, Lucas had een vaderfiguur nodig, natúúrlijk ging ik op zoek. Dus dat deed ik, op datingapps. Twee keer dacht ik gevonden te hebben wat ik zocht, beide keren zat ik ernaast. Maar pas bij die tweede serieuze poging een verbond te smeden, realiseerde ik dat ik mezelf al die tijd voor de gek had gehouden. Ik zocht alleen iets omdat ik dácht dat ik het nodig had, want ik ben opgegroeid in een tijd en wereld waarin het kerngezin – vader, moeder en de kinderen onder één dak – niet alleen de wens is, maar ook de norm.
Hoewel er zo zoetjes aan meer ruimte komt voor andere gezinsvormen, er in de grote steden meer alleenstaande ouders zijn en scheiden normaal is geworden, blijft de maatschappij toch vooral ingericht op die traditie. Dat werkt door in belastingvoordelen, vakantieboekingen, commercials, films, liedjes, de ANWB-pas (alleen te delen met een vaste partner), in mijn hoofd en ook op de school van mijn zoon in Hilversum, waar hij als enige maar één ouder heeft en toch mee moet knutselen voor Vaderdag. Het begrip is er, de kennis en ervaring niet. Dat laatste merk ik ook in mijn sociale leven, pas recent accepteren mensen die mij goed kennen dat ik serieus ben over mijn manloze bestaan. Schoorvoetend, dat wel, want ook bij hen zit ingebakken dat een leven zonder partner niet compleet is.
Soms vind ik dat ook, ik mis het weleens. Maar als ik eerlijk ben, is dat vooral tijdens taaie fases. Afgelopen zomer had ik een knobbeltje in mijn borst. Gelukkig bleek er niks aan de hand, maar die zeven nachten tussen biopt en uitslag had ik liever mijn overlopende hoofd in iemands troostende armen geduwd, dan liggen huilen in mijn kussen.
Een kind in je eentje opvoeden is ook zwaar, daar ga ik niet over liegen. Ik heb nooit vrij, sta altijd aan, drink al jaren niet meer zodat ik in geval van nood altijd de auto kan pakken en ben bovenal óveral verantwoordelijk voor. Geld. Zorg. Huishouden. Emoties. Fruitspiesjes maken voor de kerstlunch. Ik vind het vervelend dat Luuk degene is die op zonvakanties mijn rug moet insmeren, dat hij paracetamol moet zoeken als ik ziek ben (‘Nee, dat zijn de wurmpilletjes’) en hij als enige met mijn chagrijn moet omgaan. Ik denk altijd voor twee tegelijk, soms weet ik niet waar ik ophoud en hij begint.
Ik ontzeg hem met mijn keuze bovendien die eerst zo gewenste vaderfiguur, ook daar sta ik vaak genoeg bij stil. Hij zegt weleens dat hij ‘papa mist’, daar hebben we het dan over. ‘Papa’ is voor hem een abstract begrip. Het is meer een gevoel, het afwezige van iets normaals, maar als ik doorvraag, wil hij toch het liefst met z’n tweeën blijven. Hij kon net zomin als ik wennen aan mijn laatste vriend. De regels en rituelen die Luuk en ik met z’n tweeën hadden uitgevogeld voelden heilig, omdat ze het resultaat waren – en zijn – van ploeteren, proberen, twijfel, heel veel verdriet en tweepersoonsliefde. Met de komst van een nieuw persoon voelde het alsof dat zorgvuldig gebouwde nest erodeerde. Het klopte niet, het paste niet.
Tegelijkertijd zie ik zijn grote belangstelling voor ‘normale’ gezinnen. Daar zit hij graag tussen, haast alsof het iets exotisch is, ik zie hem de gezinsdynamiek ontleden. Broertjes, zusjes, vaders: hij vindt dat ontzettend interessant. Luuk en ik doen het heel goed met z’n tweeën, maar telt dat wel echt? Het is bij gebrek aan beter, dát is wat ik door zijn ogen zie als hij kijkt naar doorsnee families. Ik kan niks doen aan wat er is gebeurd, en toch voel ik altijd een drukkende verantwoordelijkheid: geef ik mijn zoon wel alles wat hij nodig heeft? Moet ik niet tot het uiterste gaan om hem die stabiliteit te geven, die veiligheid, ook al is het ten koste van mezelf?
Ingewikkelde materie, mijn hoofd kraakt vaak. Maar elke dag kies ik opnieuw voor een leven zonder liefde. De cijfers bewegen met me mee. Nederland telt op dit moment ruim 3,3 miljoen alleenstaanden, het CBS voorspelt dat in 2047 1 op de 4 volwassenen dat is – en stijgende. Vrouwen zijn in die groep ruimer vertegenwoordigd dan mannen, vooral door de vergrijzing. Maar er is ook een tendens gaande (in de VS spreken ze zelfs over een heuse movement) die een andere oorzaak laat zien: namelijk dat vrouwen er na een scheiding of overleden partner bewust voor kíézen geen nieuwe relatie meer aan te gaan – en ook dat laat dat cijfer klimmen.
Wie over het onderwerp de media afstruint, vindt valide, vriendelijke redenen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat plots alleenstaande mannen sneller in een nieuwe relatie stappen, omdat ze daar psychologisch gezien baat bij hebben. Vergeleken met alleenstaande vrouwen hebben single mannen gemiddeld een kortere levensverwachting en lopen ze meer risico op zelfdoding. Ze worden ook sneller verliefd, streven in grotere getale naar een relatie en hebben meer baat bij samenwonen. Het is dus logisch dat ze soms al met een nieuwe vriendin aan het verse graf van hun vrouw staan; ze zijn direct in de armen van een familievriendin gestapt. Of dat ze drie maanden na het verbreken van de verloving, inclusief het hele ‘Jij bent mijn ware liefde’ en ‘Ik ben zó gebroken’, met hun nieuwe liefde op Instagram staan te stralen (zoals mijn eerste ex na Jean, hij werd razend toen ik hem confronteerde met de snelheid).
Ik vind dat wonderlijk, maar goed: het blijkt dus een mannending. En ‘mannendingen’ leiden naar een reden voor bewust singledom die (nog) niet wetenschappelijk is aangetoond, maar die wel op sociale media, in vrouwenbladen, op comedypodia en in de wandelgangen van de daken wordt geschreeuwd: vrouwen zijn er simpelweg klaar mee. Of zoals stand-upcomédienne Leslie Liao het schitterend verwoordde: ‘I am attracted to men, but I just don’t find them attractive anymore.’
Wat je leest, hoort en meekrijgt, is iets wat ik ook zeer herkenbaar vind. Iets wat – denk ik – pas duidelijk wordt als je van de markt af bent, in ieder geval bij mij. Als je niet meer door de ogen van een man naar jezelf hoeft te kijken, je je niet meer tot hem hoeft te verhouden, jullie niet langer een huis delen, dan pas gaat de vrijheid je opvallen. De rúímte.
Deze vrouwen, die als voorwaarde trouwens wel financieel onafhankelijk moeten zijn, hebben geen zin meer om compromissen te sluiten, in te leveren en nog steeds het grootste deel van het huishouden en de opvoeding op zich te nemen. Cijfers erbij? Heb ik. Uit de Emancipatiemonitor 2024 blijkt dat de helft van de ouders van minderjarige kinderen werk en zorg gelijk wil verdelen, maar in de praktijk lukt dat slechts 9 procent. Negen! Ruim 70 procent van de vrouwen vindt dat zij meer in het huishouden doen dan hun partner, terwijl nog geen 7 procent van de mannen vindt dat het oneerlijk is verdeeld. En 36 procent van de mannen (16 jaar of ouder) is het eens met de stelling dat een vrouw geschikter is om kleine kinderen op te voeden dan een man, tegenover 16 procent van de vrouwen. Ik geloof heilig in toekomstige generaties, maar ruim 1 op de 3 mannen? Dat is véél.
Dan is er ook nog iets wat mankeeping wordt genoemd: het (vaak onzichtbare) werk dat vrouwen doen in relaties, namelijk door ook nog als therapeut, agendabeheerder en algeheel vangnet het sociale en emotionele leven van hun man te fungeren. Het is geen nieuws dat vrouwen hun hele hebben en houwen met vriendinnen kunnen delen en veel mannen dat een stuk moeilijker, zo niet onmogelijk vinden. Dat lijkt langzaamaan (en in bepaalde groepen) de goede kant op te schuiven, maar nog steeds krijgen veel jongens aangeleerd dat kwetsbaarheid niet cool is, tranen ingeslikt dienen te worden en gevoelens ‘voor wijven’ zijn.
Dat is heel sneu, als je niet bij je vrienden terecht kunt met hartzeer. Maar het heeft ook tot gevolg dat veel vrouwen er dus nóg een taak bij hebben. Dat kan vermoeiend zijn, al kunnen zij met die ballast gelukkig dus wel terecht bij hun vriendinnen.
Ik word in ieder geval vaak door ze in vertrouwen genomen en mompel dan instemmend mee, me nog herinnerend hoe ik mijn laatste vriend eindeloos moest uitleggen wat er precies werd gevoeld, door wie en waarom. Een uitputtingsslag tot de laatste dag.
Nog een reden om de liefde af te zweren is bij de meeste mensen wel bekend: opnieuw gaan daten is een ongelofelijke deceptie. Tegenwoordig gebeurt dat grotendeels op datingapps, wat in theorie een schitterende uitvinding is. Een soort menukaart met plaatjes en reuze keuze, wauw! In de praktijk is het de kortste route naar zelftwijfel, mannenhaat (ja, hier wel), een algeheel verlies in de goedheid van de mens, diepe twijfel en verbijstering.
De leuke heren zijn er binnen de kortste keren weer af, gevonden door een assertieve lucky lady. Wat overblijft, zijn de exemplaren waar iets mee is. Dat ego, de vaagheid en de zelfoverschatting, het ghosten, de smoezen en achterdocht, de ongelofelijke sááiheid van sommigen, de pruillip als de eerste date niet meteen wordt geconsummeerd – of zoals de ogenschijnlijk sympathieke dierenarts het bij het afscheid verwoordde: ‘Maar hoezo gaan we niet neuken?’
Er was een man die volledig op me afknapte omdat ik het restaurant binnenkwam in een spijkerbroek in plaats van een jurk (zelf had-ie ook een spijkerbroek aan). Eentje meende dat ik in het echt zeker 2 kilo zwaarder was dan op mijn foto’s. Een fysicus vond mijn werk dom, een tv-kok met wie ik een paar maanden omging had alleen belangstelling als die bij mij juist wegzakte en rende gillend weg toen ik zei dat we het dan maar wel moesten proberen. Maar boven alles, gadverdamme, stoorde me hun fysieke toenadering aan het einde van een date – ook als die rampzalig was verlopen. Hú. Na een poging of vijftien wist ik niet of ik ze moest uitlachen of uitschelden – dus ik deed beide.
Driewerf drama, en dus vinden vrouwen het tijd voor zichzelf.
Vrijheid. Rust. Zelfrespect. Autonomie.
Ik heb ze alle vier en ben gelukkig in mijn eentje, maar ergens is het ook verdrietig dat steeds meer vrouwen op mannen lijken af te knappen. Dat er vaak boosheid nodig is om ze wakker te schudden. Dat ik Jean moest uitleggen dat een pasgeboren baby niet goed samenging met zijn weekendvullende duursportliefhebberij. Dat hij ook weleens zijn eigen overhemden kon strijken als het niet noodzakelijk was (‘Maar er hangen nog schone in de kast’). Dat de schaar – ja, ook na de duizendste keer dat hij het vroeg – nog steeds in die ene la lag. Do better, dacht ik weleens, en dat denk ik nog steeds vaak als ik met mannen word geconfronteerd. De autoverkoper die maar bleef vragen of ik niet beter een keer kon terugkomen met mijn man. Mannen die zeggen dat ik ‘dan zeker wel lesbisch’ ben omdat ik hun avances wegwuif. Die kwaad worden op de snelweg als ik ze inhaal. Ik heb nog duizend voorbeelden. Het zijn niet alle mannen, zeker niet. Maar wel veel.
Zet er gewoon een stapje bij. Snap dat de hele zaterdag in een kookboek bladeren, dan boodschappen doen en daarna nog koken niet valt onder ‘een bijdrage leveren aan het huishouden’; het maakt je juist de hele dag onbereikbaar voor dingen die ook nog moeten gebeuren. Het is de onmacht en onwil, het gezucht en ‘ja doe ik zo wel’. Het is niet aantrekkelijk, niet meer van deze tijd en bovenal een gemiste kans om een leuker mens te zijn.
In de meeste relaties staan er tegenover de minnen genoeg plussen. Bij mij en Jean in ieder geval wel. Ik klaagde hardop en moedigde hem aan hetzelfde over en bij mij te doen. Zo konden we af en toe een stap vooruitzetten, totdat ons pad werd afgesneden. Ik zou er mijn rechterarm voor geven om nog een keer met hem ruzie te kunnen maken over ‘ook in de hoeken stofzuigen’. Of om nu tegen Luuk te kunnen zeggen: ‘Ja, je vader is weer eens fietsen, dus als-ie straks thuiskomt moet hij voor straf zonder toetje naar bed.’
Ik mis geen man, maar soms mis ik nog wel mijn man. Want of je nu alleen komt te staan door een scheiding of overlijden, het is niet wat je aanvankelijk voor ogen had. Iedereen gaat immers een lange relatie aan met de intentie het samen goed te hebben. Vervolgens loopt het leven zoals het loopt, en dat pad is voor iedereen anders. Ik ben gelukkig op de plek waar ik ben beland, en een hoop vrouwen met mij. Maar zonde is het wel, als fan.
Carolien Spaans: Ga terug naar start; Thomas Rap; 224 pagina’s, € 22,99
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant