Welke duistere zaken speelden er zich af rond de bouw van een prestigieuze brug op Sint Maarten? Twee dochterondernemingen en een oud-directeur van bouwbedrijf VolkerWessels worden verdacht van omkoping. ‘Het geld lag in het dashboardkastje.’
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Als Hans V. op 31 mei 2010 voor het eerst van zijn leven op Sint Maarten arriveert, hebben de lokale machthebbers al besloten dat zijn bedrijf een prestigieuze brug op het eiland mag gaan bouwen. Het belangrijke voorwerk is al door iemand anders gedaan.
Deze week, bijna zestien jaar later, staat V. voor de rechter in Zwolle op verdenking van omkoping. Als directeur van twee dochterondernemingen van VolkerWessels, het grootste bouwbedrijf van Nederland, had hij volgens het Openbaar Ministerie (OM) moeten weten dat het geld dat hij naar een zogeheten agent op het eiland overmaakte, vervolgens door deze tussenpersoon werd doorgesluisd naar de minister van Infrastructuur op Sint Maarten. De agent, in verhoren: ‘Er is er maar één de baas op het eiland, en dat is hij.’
Met de rechtszaak is een enorm corruptieschandaal uit een van de tropische hoeken van het koninkrijk na jaren ook op het vasteland in beeld gekomen. Hoofdrolspelers zijn een lokale politieke zwaargewicht op Sint Maarten, een Nederlandse ritselaar die op het eiland woont, en enkele medewerkers van VolkerWessels, het bouwbedrijf van de familie Wessels, een van de rijkste families van Nederland.
De zaak heeft op Sint Maarten, dat sinds 2010 een zelfstandig land binnen het koninkrijk is, al tot veroordelingen geleid. De politicus in kwestie, Theo Heyliger, toenmalig minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Infrastructuur, werd in 2020 veroordeeld tot vijf jaar cel. Ronald M., de ritselaar annex tussenpersoon die de steekpenningen bij hem afleverde, kreeg drie jaar, mede omdat hij zich als kroongetuige had opgeworpen.
Ook in Nederland is M. de kroongetuige. Dat is opmerkelijk: deze tactiek om criminele bendes te vervolgen, wordt zelden toegepast in witteboordenzaken.
Omdat deze kroongetuige onder druk is gezet en belang heeft bij het beschuldigen van de betrokken bedrijven, Volker Construction International (VCI) en Volker Stevin Carribean (VSC) en hun directeur Hans V., zette hun advocaat Sabine ten Doesschate donderdag grote vraagtekens bij zijn betrouwbaarheid. ‘M. had redenen om onjuiste verklaringen af te leggen.’
De zaak draait om de aanleg van de Causeway Bridge over de Simpsonbaailagune, een zevenhonderd meter lange verbinding met het vliegveld, nodig om de groeiende aantallen toeristen af te voeren. Het ophaalbruggetje dat voordien de belangrijkste toegangsweg naar het vliegveld was stond te vaak open.
Heyliger, die in 1995 op 25-jarige leeftijd de jongste bestuurder van de Antillen aller tijden werd en daarna de belangrijkste politicus van Sint Maarten, gaat in 2010 als leider van de United People’s Party de verkiezingen in met de belofte de nieuwe brug te bouwen. Het wordt geen openbare aanbesteding, maar er worden enkele bedrijven uitgenodigd om mee te dingen. Hij mailt eind 2009 aan de verantwoordelijke directeur van het havenbedrijf van Sint Maarten en een adviseur van een Nederlands ingenieursbureau dat vier bedrijven moeten worden gevraagd. Waaronder VolkerWessels.
Vrij snel daarna nemen twee vertegenwoordigers van VolkerWessels-dochter VCI, Ruud G. en Lennart de B., contact op met een Amerikaanse architect om een brug te ontwerpen ‘die Theo mooi zal vinden’. Ook nemen de twee het bedrijf Advanced Consultech in de arm, een Panamees bedrijf dat eigendom is van Ronald M., een oliemannetje dat zij nog kennen van vijf jaar daarvoor, toen ze bij Ballast Nedam werkten en er een pier voor cruiseschepen moest worden gebouwd op Sint Maarten. Ze stellen met hem een ‘consultancy’-overeenkomst op voor de bouw van de nieuwe brug.
Dat allemaal nog voor VCI is gevraagd om mee te doen met de aanbesteding.
Maar weten de VCI-mannen wie Ronald M. echt is, en hoe hij werkt? M. denkt van wel, zal hij later tegen de opsporingsdienst Fiod zeggen. ‘Ik denk dat ze vanaf dag 1 op de hoogte waren. Ik denk dat omdat het doorbetalen van geld aan politici ook al ter sprake was gekomen bij de bouw van die pier in 2005. Toen waren ook exact diezelfde mensen op de hoogte (...) dat ik mijn fee uit de consultancy agreement gedeeltelijk zou doorbetalen aan Heyliger.’
Heyliger had niets met de gunning van de brug te maken, betoogde echter raadsvrouwe Ten Doesschate deze week. ‘Het havenbedrijf en andere organisaties – en dus niet Heyliger – waren de beslissende organen. Het was een zuivere aanbestedingsprocedure.’
De procedure gaat op 5 februari 2010 van start, als zes bedrijven waaronder VCI een uitnodiging krijgen om mee te dingen naar de bouw van de brug. Middels vooraf opgestelde criteria (kosten, ontwerp, inzet lokale onderaannemers) en wegingsfactoren krijgen de gegadigde bedrijven punten toegekend, op grond waarvan ze door mogen naar een volgende ronde. VCI en twee andere bedrijven eindigen na de eerste ronde met 51 punten bovenaan.
In een volgende ronde past VCI op verzoek het ontwerp aan (een draaibrug heeft de voorkeur, krijgen ze te horen) en vooral ook de hoeveelheid ‘local content’, oftewel het werk dat ze willen uitbesteden aan lokale onderaannemers. Dat gaat van 37 naar 41 procent. VCI levert bij de offerte ook een lijst van onderaannemers met wie ze graag willen werken, een lijst die vooraf lijkt te zijn voorgelegd aan Heyliger. Deze local involvement levert 10 punten op. De dan enig overgebleven concurrent, het Amerikaanse Misener, blijft op dit onderdeel steken op een mager zesje. Op 10 november dat jaar wordt VCI uitverkoren, voor een brug die 38,7 miljoen dollar (33 miljoen euro) mag gaan kosten. Er komen ook allerlei lichtjes op, daar houdt Heyliger van.
Het OM betoogde deze week dat er misschien wel een zuivere aanbestedingsprocedure was geweest, maar dat er naast dat formele proces ook een ‘informeel circuit’ is waar de echte beslissingen werden genomen. Daarbij zouden agent M. en minister Heyliger een sleutelrol hebben gespeeld.
M. krijgt voor zijn ‘advieswerk’ aan VCI 2,5 procent van de aannamesom, wat neerkomt op iets meer dan een miljoen dollar (hij wilde eigenlijk 3 procent, maar VolkerWessels heeft een limiet). Wat ook niet wordt betwist, is dat hij geld belooft aan Heyliger. Die eist 2 procent van het totaalbedrag, acht ton, wat M. veel te veel vindt omdat er dan weinig voor hemzelf overblijft. Maar hij begint wel met de betalingen.
Hij spreekt met Heyliger af op een kantoor, stopt een envelop met vijf- tot tienduizend dollar in een krant of in bouwtekeningen, pakt Heyligers autosleutels van het bureau, loopt naar buiten en stopt het papier in het dashboardkastje van de auto van Heyliger – of in het zijportiervak, als de krant te dik is. Maar na 86 duizend dollar vindt hij het mooi geweest, en hij stopt met de betalingen.
De onmin maakt van M. uiteindelijk een kroongetuige, die wil meewerken met de zaak tegen Heyliger. Een bezoekende officier van justitie biedt aan hem in 2018 uit de beruchte gevangenis Pointe Blanche op Sint Maarten te halen en naar Nederland te verhuizen, waar hij minder te vrezen zou hebben – mits hij iets gaat bekennen waaraan het OM iets heeft. M. belooft dan ‘met de hand op zijn hart’ gedetailleerde verklaringen te gaan afleggen.
In zijn afgelegde verklaringen spreekt hij zich enigszins tegen. Hij zegt eerst dat er ‘een procedure is waarin inschrijvingen scoren op basis van een puntensysteem’en ‘Theo niet de man is die de beslissingen neemt over de projecten’. Maar later erkent hij ook dat sommige partijen ‘een voorsprong hebben’ en dat hij ervoor heeft gezorgd dat VolkerWessels een uitnodiging kreeg, en dat er een ‘informeel circuit’ is van mensen die ‘uiteindelijk de beslissingen nemen’.
Hoe dan ook blijft de vraag in hoeverre te bewijzen is dat VCI wist dat het aan M. betaalde geld in de zakken van Heyliger zou verdwijnen. Dat er allang een overeenkomst tussen hen tweeën was, waarbij Heyliger geld ontving en ‘Ronald M. in ruil daarvoor niet door Heyliger lastig werd gevallen’, wil volgens advocaat Ten Doesschate niet zeggen dat er ook specifiek voor de brug smeergeld is betaald.
Volgens directeur Hans V. deed M. gewoon nuttig werk. ‘M. bracht ons lokale kennis. Netwerken was zijn expertise. Hij leest lokale kranten en hoort de plaatselijke praatjes. Maar hij woonde ook de politieke partijbijeenkomsten bij en hoorde lokale standpunten. Dat wilden wij graag weten en daarvoor hadden wij lokaal iemand nodig, om dat naar boven te halen.’ Daarnaast moest hij zorgen dat vergunningaanvragen soepel zouden verlopen.
De hele zaak lijkt op die tegen scheepsbouwer Damen, die er ook van wordt verdacht via lokale agenten steekpenningen te hebben betaald. Daarbij was soms sprake van commissies van 20 procent, maar dat is verleden tijd. Om nog in aanmerking te komen voor polissen van exportkredietverzekeraar Atradius mogen die fees inmiddels nog maar 5 procent zijn, en daar zat VolkerWessels destijds dus al onder.
Het OM eiste deze week een boete van 525 duizend euro tegen de twee dochters van VolkerWessels, en 17.500 euro tegen Hans V. Dit is inclusief een korting van 12,5 procent omdat de zaak zo lang heeft geduurd. De straf voor de ondernemingen is relatief laag, omdat ten tijde van de mogelijke omkoping nog geen hogere straffen konden worden opgelegd. Sinds 2015 is een boete van 10 procent van de jaaromzet mogelijk.
De twee andere betrokken VCI-medewerkers, Ruud G. en Lennart de B., hebben met het OM onderhandeld en kregen in oktober een strafbeschikking gekregen in de vorm van een geldboete.
Source: Volkskrant